6 maart 2016

Lichaamsbouw

Een wezenlijk kenmerk van de lichaamsbouw bij de raszuivere katten is het zogenaamde “type” dat wordt bepaald door praktisch elk onderdeel van de vorm van het dier:

  • grootte, vorm en houding van het lichaam zelf
  • de afmetingen van de poten, de lengte en dikte van de staart
  • de vorm van de kop
  • de grootte en de plaatsing van de ogen
  • vorm en de stand van de oren

Al deze kenmerken zijn unieke kenmerken voor een ras of een groep verwante rassen, terwijl ze toch in de meeste gevallen niet worden bepaald door genen, maar door polygenen (een groep genen). Het is zelfs zo dat een lichaamsverandering die wordt veroorzaakt door een enkel gen zeer waarschijnlijk een misvorming zal blijken te zijn, zoals het geval van de Manx (geen staart), en in mindere mate bij de Scottish Fold, waarbij een mutant voor een gevouwen oor heeft gezorgd.
De polygenen bepalen de lichaamsbouw door beïnvloeding van de groei van de onderliggende beenderstructuur, de spierontwikkeling en de verdeling van het vet. De toestand van beenderen, spieren en vet wordt voor een deel bepaald door de voeding en wordt meer of minder ernstig aangetast als deze voeding onvoldoende is. Een kat kan van zijn krachten worden beroofd door een slechte voeding, maar het is twijfelachtig of een kat die er in de ogen van een fokker of een keurmeester slecht aan toe is, door een bepaalde voeding in een uitzonderlijk tentoonstellingsdier kan worden veranderd.

De verschillen in lichaamstype
Genetici verdelen de genetische verschillen in lichaamsbouw over het algemeen volgens twee hoofdcategorieën:

  • een groep algemene factoren die de groei bepalen en
  • een groep lokale factoren die de groei van bepaalde lichaamsdelen bepalen, bijvoorbeeld de kop, de oren, de poten, de romp of de staart

Onderzoek naar de lichaamsbouw van alle kattenrassen heeft een elementaire vormeenheid aangetoond. Dit duidt erop dat de algemene factoren het meest belangrijk zijn. De min of meer gelijke bouw van katten is waarschijnlijk in de hand gewerkt door de naar vormeenheid strevende fokkers, maar het lijkt er toch eerder op dat katten zich verzetten tegen lokale afwijkingen, zoals die wel bij honden voorkomen.
Hondenfokkers hebben op drastische wijze de vorm van de bek, de grootte en vorm van het oor en de lengte van de staart veranderd, soms met eigenaardige, om niet te zeggen jammerlijke resultaten. Aan de andere kant is het waar dat de neus van de kat bij sommige langharige rassen is verkort – een extreem geval is de Peke-face Perzische kat – met de daarmee gepaard gaande misvormingen van de traanbuizen, zodat ze soms te lijden hebben van voortdurend tranende ogen. Maar dergelijke uitwassen komen bij het fokken van katten gelukkig weinig voor.

schedel pers

De röntgenfoto van een schedel van een Perzische kat laat de typische ronde vorm van de kop zien van dit ras en aanverwante rassen. Deze vorm is hoofdzakelijk het resultaat van selectief fokken, maar is oorspronkelijk afkomstig van de Europese Boskat.

 

schedel siameesDe röntgenfoto van een schedel van een Siamees laat zien dat de vorm van de kop (een lang, laag profiel) overeenkomt met de vorm van de rest van het lichaam. Deze vorm is door sommige fokkers tot in het extreme doorgevoerd. Ook hier zijn deze kenmerken voornamelijk het gevolg van selectie. De Afrikaanse wilde kat is echter ook betrekkelijk slank en heeft mogelijk tot dit type bijgedragen.

Lichaamsbouw wordt gestuurd door polygenen (hierbij kunnen twee of meer genen bijdragen aan één bepaalde eigenschap) en vertoont dus min of meer een continue variatie, maar er zijn twee typen waarin de meeste katten kunnen worden ingedeeld. Aan de ene kant staat de krachtige, fors gebouwde kat, zoals je die onder meer aantreft bij de Europese Korthaar en de Exotic Shorthair van de Verenigde Staten en bij de langharige rassen bij de Perzische kat. Deze katten worden vaak beschreven als kort en gedrongen, waarmee dan wordt bedoeld: een korte, compacte lichaamsbouw, laag op de poten en een diepe borst, met brede schouders en romp en een korte staart. De kop is groot en rond, maar betrekkelijk kort. Deze katten zijn over het algemeen groter dan de gemiddelde kat. Een volgroeide niet-gecastreerde kater weegt ongeveer 5,5 kg.

brits korthaar lichaamsbouwsiamees lichaamsbouwDe gedrongen bouw van de blauwe Brits Korthaar karakteriseert het ene uiterste van een hele reeks lichaamstypen die voorkomen bij huiskatten: breed, krachtig, compact en met korte poten.

Het Oosterse lichaamstype van de lilac-point Siamees vertegenwoordigt het andere uiterste: soepel, slank en sierlijk, met lange poten en een lange staart.

In directe tegenstelling tot deze katten staan de Oosterse rassen, waarbij de Siamees een goed voorbeeld is. Deze hebben een slank en lenig lichaam, met slanke, spitse lijnen en fijne botten. De kop is smal en wigvormig. Het is een lenig en lichtgebouwd dier en een volwassen kater weegt zelden meer dan 4 kg.
Deze twee tegengestelde lichaamstypen zijn het resultaat van tientallen jaren selectief fokken. Kruisingen van deze twee typen resulteren in katten die er qua lichaamsbouw ongeveer tussenin liggen. Dit is een van de belangrijkste redenen dat veel fokkers fel tegen kruisingen tussen rassen zijn. Toch bestaan er veel variaties binnen de twee voornaamste groepen. Bij veel rassen zijn de kenmerken ook veel minder extreem. De Russisch Blauw en de Abessijn worden bijvoorbeeld ingedeeld bij de niet-europese rassen, maar ze zijn veel minder slank dan de Siamees of de Oosters Korthaar.
Evenzo is de American Shorthair minder klein en gedrongen dan de Exotic Shorthair en de Maine Coon (toch een zware kat), is gestroomlijnder dan de Perzische kat. Niet al deze subtiele variaties worden geërfd – sommige hebben zich bij toeval ontwikkeld – maar een behoorlijk aantal is toch erfelijk, zodat ze door selectief fokken vastgelegd kunnen worden.