17 november 2016

De kat en de geschiedenis

“Caspar” heet de stille gast die in het Londen’s Savoy Hotel altijd aan tafel wordt gevraagd als er 13 mensen zijn aangeschoven. Ruim 100 jaar geleden werd de gastheer van een diner voor 13 personen een week later gruwelijk omgebracht. Daarna at 30 jaar lang een personeelslid van het hotel mee als de gastenlijst 13 personen telde. Het houten beeld ‘Caspar’ heeft die taak overgenomen. Deze uit plataanhout gesneden kater werd speciaal voor zijn gastrol in 1926 ontworpen door de kunstenaar Basil Tonieds. Winston Churchill was zo gek op het beest dat hij hem zelfs uitnodigde als hij geen 13 gasten had.

Zwarte katten waren er ook al bij de oude Egyptenaren, die de huiskat gedomesticeerd hebben. De godin Bastet werd afgebeeld als een vrouwenlichaam met een kattenkop. Ze werd niet als gestreepte of gevlekte, maar als zwarte kat afgebeeld.

Links: De godin Bastet. Rechts: De reis van Bastet. Deze kunstwerken zijn gemaakt door Meta Dame. Door op een plaatje te klikken kom je op haar website.

In 1871 vond de eerste kattententoonstelling ter wereld plaats in Londen. Er waren hoofdzakelijk kortharige katten te zien, een Pers (toen nog ‘Angora’) een paar staartloze Manxen en zelfs Main Coons. De eerste Siamezen doken op in 1902. Het dagblad ‘The Times’ schreef na de show over de winnaars: ‘Ellen Terry en haar 3 kittens zijn fenomenaal. De kleintjes zijn zachte wolbaaltjes en hebben roze oren, neuzen en pootjes…’

In 1895 vond in Madison Square Garden in New York de eerste Amerikaande kattententoonstelling plaats. Er was live-music, er waren sjerpen en medailles, kortom een echte Amerikaanse show!

De tijden dat een blikje aan de staart van een kat werd gebonden zijn voorbij, maar het gebeurt echter steeds meer dat katten worden geplaagd.

In tijden dat katten werden vervolgd, waren het vaak de kunstenaars die voor de dieren opkwamen.

Ieperse Kattenfeesten

Het Kattenfeest zou zijn oorsprong hebben rond 960. Het feest herdenkt één van de fasen van het afzweren van het heidendom, met name het afzweren van de oude cultus aan de godin Freya, de zus van Wodan, die met haar broer ten strijde trok op een wagen die door katten werd getrokken.
Men beschouwde de katten als symbolen van de afgezworen goden of kwade geesten en gooide ze dus van het Belfort naar beneden. Een kroniek uit de achttiende eeuw beweert dat men dat al deed in 962. Echt zeker is dat echter niet. Wel staat vast dat het aan het einde van de twaalfde eeuw wel gebeurde en dat het – met kortere of langere tussenpozen – bleef bestaan tot in 1817, toen het voor de laatste keer plaatsvond.
Nu worden elk jaar op de 2e zondag van mei alleen nog pluchen speelgoedkatjes door een Ieperse nar van het Belfort naar beneden geworpen. Het gooien van de katten vormt nu het hoogtepunt van de kattenstoet, waarin de kattenverering bij de oude volkeren, de rol van de kat in de middeleeuwen, haar plaats in de literatuur en in de volkstaal, in de geschiedenis en in de folklore uitgebeeld worden.

De heksen van Beselare

Al een maand of drie wordt Beselare, nabij leper, in opschudding gebracht door een geheimzinnig kattenspektakel: de oostkant van het stille dorp wordt elke avond opgeschrikt door een vreselijk kattenconcert. Overdag is er geen kat te zien, maar als de avond gevallen is, lopen ze bij honderden, meer, bij duizenden over de Kattenput, een brede kom in de eenzame oosthoek van Beselare. Wie niet ver van de Kattenput woont, loopt ’s nachts als bespookt en behekst rond. En vindt rust noch duur. Velen liggen uren wakker van het lawaai, het gemiauw, gegrol en geblaas van de katten.

Klaas Boever sluit een weddenschap af om drie stopen bier. Hij zal door die kattenzee waden. Drie vrienden zullen meegaan. En de volgende avond zitten ze in “Het Sparrengat”, niet ver van de Kattenput, stevige borrels te drinken. Daarna trekken ze op de katten af, onverschrokken, waarom zouden ze bang zijn? Met een dikke stok in de vuist en hun hoge laarzen aan…

Als een golf komt de kattenvloed naar de vier helden toe. De vrienden lopen op de vloed in, stampen naar de katten, slaan met de stokken, op en neer, links en rechts, ze schoppen en ze brullen, maar alles tevergeefs. De kattenvloed stijgt. En geen enkele kat kunnen ze treffen. ’t Is of ze erdoorheen slaan. ’t Is of ze van damp zijn. Ze trekken hun jassen uit omdat ze bezweet zijn van het vechten. Maar na twee uur vechten vluchten ze weg van het kattenveld, naar huis. Als de moeders zien hoe hun zonen zijn toegetakeld, schreeuwen ze: “In godsnaam, wat is er gebeurd?” De kerels antwoorden niet, lopen naar bed, wentelen zich in hun dekens en liggen te rillen van de koorts en de angst. De dokter wordt erbij gehaald, maar ook hij krijgt geen woord uit hun mond. Hij schrijft hete kalmerende dranken voor, schudt zijn hoofd en gaat heen. Een van de moeders brengt de pastoor op de hoogte en beweert dat de jongens behekst zijn. “Er zijn meer heksen dan je denkt, meneer pastoor,” zegt ze nog. “We zullen zien,” zegt de pastoor.

En de volgende zondag zit het kerkje zo goed als vol voor de mis. Op het einde van de mis bidt de pastoor het Laatste Evangelie, dat donder en bliksem, dat duivels en heksen bindt en bezweert. Na dat evangelie slaat de pastoor gewoonlijk het dikke massaal dicht. Deze keer niet. Hij laat het boek open liggen. De mensen van Beselare staan op en gaan naar huis. Maar kijk, niet allemaal. Veertien vrouwen blijven zitten. Hun knieën op de zitting geklemd. Ze kunnen niet weg. Ze zitten als versteend. Ze zijn lijkbleek maar hun ogen schieten vuur en vlam. De pastoor komt uit de sacristie en kijkt de heksen aan. Hij stapt naar het altaar en legt het misboek dicht. En nu veren de heksen op en lopen, ja, vluchten de kerk uit. Eén moeder heeft alles gezien maar de pastoor zegt dat ze moet zwijgen.

En vanaf dat ogenblik zijn de katten weggebleven. De vier kattenjagers zijn op slag genezen. En ook zij zwijgen erover in zeven talen. Maar Beselare herdenkt elk jaar zijn beruchte heksen in een heksenstoet.

De heksenstoet te Beselare
(Uit F.R. Boschvogel, Van Veurne tot Maaseik.)