6 maart 2016

Epilepsie bij de kat

Wat is epilepsie?
Epilepsie is een herhaald optreden van toevallen. Dit kan bij de mens en de kat voorkomen. Epilepsie ontstaat door een kortdurende storing in de hersenen. Hierdoor krijgt de kat een toeval die kan bestaan uit spierkrampen, abnormaal gedrag en het laten lopen van de ontlasting en urine.

Epilepsie kan zich in veel vormen uiten. Er is een gegeneraliseerde vorm waarbij de prikkel over de gehele hersenen wordt verspreid. De patiënt valt om en er is sprake van bewustzijnsverlies. Er is een partiële vorm waarbij de prikkel maar over een deel van de hersenen verspreidt. Hierbij trekt de kat raar met een poot of kauwt heftig. Ook kan er een combinatie van de voorgaande vormen zijn welke dan als een partiële aanval begint en later zich verspreidt over het lichaam.

Oorzaak.
De oorzaak van een epilepsie aanval kan primair, secundair of reactief zijn.
Bij een primaire epilepsie kunnen we geen oorzaak aantonen. Het komt zowel bij raskatten als bij kruisingen voor. Tussen de aanvallen door gedraagt de kat zich volkomen normaal.
Bij de secundaire epilepsie is er een oorzaak. De oorzaak ligt in de hersenen, zoals littekenweefsel door trauma zijn, een ontsteking of een tumor.
Wanneer de oorzaak buiten de hersenen ligt spreken we van een reactieve epilepsie.
De oorzaak kan een leverziekte, nierfalen, vergiftiging of een suikertekort zijn. Bij deze laatste twee vormen zal de kat zich ook abnormaal gedragen tussen de aanvallen in.

Een epileptische aanval bestaat uit drie fases.

  • In de eerste fase, het aura, is het huisdier onrustig en wil aandacht. Soms wordt er gebraakt en kan klappertanden voorkomen.
  • Dan de eigenlijke aanval, de ictus, waarbij de kat buiten bewustzijn is en spierkrampen heeft.
  • Daarna komt de laatste, de post-ictale fase waarin de kat in de war kan zijn, soms slecht ziet en een grote eetlust of dorst kan hebben.

Wat te doen bij katten met een epilepsie aanval?
Een aanval die begonnen is kunt je niet meer stoppen, dus vooral rustig blijven. Zorg ervoor dat de kat zich vooral niet kan verwonden en praat rustig tegen het dier. Maar houd het dier vooral niet vast en let goed op, want hij kan onverwachtse bewegingen maken of klapperen met de kaken. Daarbij kunt je jezelf verwonden. Raadpleeg na een epilepsieaanval de dierenarts. Deze zal overleggen of het belangrijk is om met onderzoeken te beginnen.

Neurologisch onderzoek.
Wanneer de kat vaker dan 2x een aanval heeft gehad of een erg lange aanval, is het verstandig om het dier door de dierenarts na te laten kijken. Deze zal dan een uitgebreid lichamelijk en een neurologisch onderzoek doen.
Een bloedonderzoek wordt gedaan om een reactieve epilepsie uit te sluiten. Wanneer er gedacht wordt aan secundaire epilepsie zal er een hersenscan gemaakt worden.

De behandeling.
De behandeling van epilepsie gebeurt met anti-epilepsie medicijnen. Er zijn verschillende medicamenten. Soms is het nodig om het medicijngebruik te wisselen bij onvoldoende resultaat. Hoe jonger de aanvallen beginnen hoe moeilijker het is te controleren. Een deel van de katten kan, ondanks therapie, toevallen blijven houden. Vaak is het nodig om de therapie levenslang te geven. De behandeling is om de toevallen te onderdrukken en geneest het huisdier niet. Wanneer alles goed gaat is het advies om regelmatig op controle te komen en een bepaling van de bloedspiegel van het medicijn te laten doen. Ook worden in het bloed de orgaanfuncties beoordeeld (bijv. de leverfunctie), vanwege de eventuele bijwerkingen van de medicijnen.

Bron: Huisdierenziekenhuis Honselersdijk