Dwarrelende vlokjes
Ik bevind me al een poosje voor het raam, en kijk aandachtig voor me uit. Er dwarrelen vlokjes naar beneden. Al die keren dat ik buiten ben geweest tijdens een sneeuwbui en al de keren dat ik deze vlokjes zag, vond ik ze leuk. Maar het moest niet te lang gaan duren. Meestal duurde het ook niet lang, het sneeuwde en na een dag of drie was het weer verdwenen.
Maar ditmaal is het heftiger, het heeft nu al drie keer flink gesneeuwd, we zijn meerdere malen buiten geweest en ik heb zelfs rooftochten beleefd en in gevecht gelegen met sneeuwvlokjes.
We hebben ons goed vermaakt met deze sneeuwpartij.
Maar nu zit ik hier en beginnen deze vlokjes me toch een beetje te fascineren. Ik staar omhoog en zie zoveel vlokjes, ze dwarrelen heel speels naar beneden, niet in een rechte beweging, maar een beetje fladderend net als een vlindertje. Vlindertjes zijn tere beestjes, en zo af en toe bevindt er zich eentje in onze tuin, ik doe helse pogingen om hem te vangen, het is een fantastisch spel. En ze zijn onvoorspelbaar door hun fladderende bewegingen. Zo heel af en toe lukt het me, maar meestal is mijn vrouwtje in de weer en roept ze het baasje om de vlinder even buiten de deur te zetten. Dat vind ik weer zo flauw! Wat is er mis met een vlinderhapje? We zijn tenslotte echte rovers, en vangen nu eenmaal een vliegend beestje.
Met de fladderende vlokjes ligt het anders, daar mag ik me helemaal mee laten gaan, ze bemoeit zich er niet mee, zelfs niet als ik ze vang en op wil eten - raar is dat.
De vlokjes worden steeds een beetje groter lijkt het. Ze zien eruit als zachte veertjes en je hoort ze niet als ze naar beneden fladderen, zelfs niet als ze op de grond terecht komen. Ook de hele grote vlokken hoor je niet. Deze zijn erg plakkerig en in een mum van tijd is alles helemaal wit.
Nu vallen er wat kleinere vlokjes. Ik kijk nogmaals omhoog en er lijkt geen einde aan te komen. Waar komen ze toch vandaan? En hoe kan het nu toch dat ze verschillend van grootte zijn?
Het gekke is ook dat het nat is, het plakt en je zakt er doorheen. De eerste ontmoeting was dan ook een hele belevenis. Ik zette mijn voorpoot in het witte spul en trok hem vrijwel meteen weer terug. Ik schrok ervan, het voelde koud aan, en het was nat, maar ook weer niet.
Dat witte spul gedroeg zich nogal vreemd..... Ik wilde het toch nog eens voelen en probeerde het opnieuw. Ik besloot om mijn hele gewicht erin te gooien en daar stond ik met al mijn pootjes in de sneeuw.
Oef! Wat nu? Ik stapte er doorheen en spurtte weer naar binnen. Nat, koud en een beetje beduusd ben ik voor het raam gaan zitten.
Dat is al weer een poosje geleden, maar iedere keer weer bij de eerste sneeuw van het jaar moet ik er even doorheen, dan moet ik mezelf er toe dwingen om mijn eerste pootje in de sneeuw te drukken. Maar na de eerste keer gaat het vanzelf.
Al deze kleine vlokjes creëren een prachtig landschap, een mooi uitzicht, en een rustgevende gedachte.
Ik verdraai me een beetje en probeer met mijn pootje een vlokje te vangen. Er vallen nu ook vlokjes tegen het raam. Maar zodra ze het raam raken, worden het waterstraaltjes. Ik draai mijn snuitje en volg het straaltje water. Het druppelt eveneens in een dwarrelde beweging naar beneden.
Het sneeuwvlokje fascineerde me enorm, heel even had het mij in zijn greep. Ik werd meegenomen naar een witte en rustgevende gedachte. Maar nu ik zie dat deze fladderende vlokjes veranderen in regendruppels voel ik me toch een beetje vreemd.
Ik ga weer zitten en sla voor de laatste keer met mijn pootje tegen het raam, het druppelvlokje rolt onder mijn pootje door naar beneden. Ik zet snel mijn andere pootje op het nu alleen nog druppeltje, maar ook dit rolt snel weg onder mijn pootje en is na enige seconde verdwenen.
Sneeuwvlokjes, zachte fladderende vlokjes, ze waren even heel fascinerend.....
Ik sta maar eens op en ga me even klaarstomen voor een slaapje. Ik spurt door de kamer, ik neem een bezoekje aan de bak. Ik ruik eventjes aan mijn etensbakje - Helaas geen natvoertje. Ik zoek een prima ligplek en vlei me neer.
Sneeuwvlokjes, het dwarrelt maar naar beneden, maar deze kater dwarrelt nu zelf even weg. Niet naar een rustgevende witte sneeuwvlakte, maar naar een zomerse ligstoel, met een kleurrijk fladderend vlindertje.
Mrrrauw!
Melanie van den IJssel
Geplaatst op: 30 januari 2010.
 
|