Kat vindt huis terug

Dat een kat zijn huis vaak weer terug vindt blijkt wel uit het volgende.
Afgelopen zomer hadden wij een kat te logeren van kennissen die op vakantie gingen.
Tommy was ongeveer een dag bij ons toen hij ontsnapte. Op een onbewaakt moment had hij het horre-gaas uit het raam getrokken en de pootjes genomen. Helemaal overstuur waren mijn vriend en ik. Hoe kon dit opgelost worden?
We hebben Amivedi ingelicht, het asiel gebeld, een aantal advertenties op internet gezet, in allerlei winkels aanplakbiljetten verspreid, lantaarnpalen beplakt enz.
Een week lang zijn we elke avond op pad gegaan om hem te zoeken. Altijd in de schemering. En al hebben we de natuur rondom ons huis nog nooit zo vaak gezien (we wisten niet dat we zo mooi woonden) en ontmoetten we nu iedere kat uit de buurt, hij was onvindbaar. Nachtmerries over teruglopen naar huis, platgereden katten, het was echt een vervelende week. Die kat kwam namelijk van mensen die toch 30 kilometer verderop woonden.
Na precies een week zaten mijn vriend en ik met kennissen in ons tuintje te bbq-en. Ik keek nog zo’n beetje rond en maakte het grapje. “Zeg, wie weet komt hij wel op de heerlijke geur van vlees af.”
Nog geen vijf minuten later liep meneer ons tuintje voorbij!!!
Natuurlijk moest hij eerst nog zo’n kwartier voor ons huis onder een auto gaan zitten. (Lag ik daar plat op mijn buik op die parkeerplaats lieve woordjes te schreeuwen.) Toen kwam hij naar me toe.
Poeh, een pak van mijn hart.
Dus, zelfs na maar 1 dag bezoek, kan een kat dat huis terugvinden. Die kat was nog nooit eerder bij ons geweest en vond het huis toch gewoon terug.

Toen ik nog bij mijn ouders woonde hadden zij eveneens poezen. (Daar zal ik die liefde wel van hebben overgenomen.)
De poezen logeerden bij vrienden (ook ver weg) wanneer wij op vakantie waren. Aldaar ging het ook een keertje mis. Alle drie ontsnapt en na lang zoeken bleef er eentje vermist. Alle inspanningen van die mensen om de kat terug te vinden waren vruchteloos. De kat bleef zoek.
Het was een witte poes (Blacky), met astma. Kortademig en geen schutkleuren, hoe zou zij het ooit overleven?
Na een aantal maanden ebde de hoop weg. Maar….na 5(!) maanden belde er iemand bij onze kennissen aan de deur dat er een wit scharminkel bij hen in de schuur zat. Zou het misschien……. en ja, het was helemaal onze allerliefste Blacky. Ze zag er niet meer mooi wit maar erg smoezelig uit en haar bolle buikje was een holle buik geworden, maar ze keek ons aan en miauwde haar vertrouwde mauw. Ze was zo blij om ons weer terug te zien! En wij uiteraard ook.
En ze heeft nog wat fijne jaartjes van haar poezenleven bij ons mogen doorbrengen.

Dus er is altijd hoop.
Lieve groetjes, Spooky, Suske, Mickey, Guido en Hester.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *