6 maart 2016

Dierendag

Op 4 oktober is het werelddierendag, de dag waarop overal ter wereld wordt stilgestaan bij de rechten van de dieren in onze samenleving. 4 oktober is ook de sterfdag van Sint-Franciscus van Assisi (1181-1226), de grondlegger van de kloosterorde der Franciscanen. Uit de verhalen over het leven van deze heilige zijn vooral die over zijn liefde voor de natuur en de dieren tot de verbeelding gaan spreken zowel bij katholieken als bij protestanten. Met name de uit de geschiedschrijving bekende preek van Franciscus tot de vogels heeft steeds opnieuw inspiratie gegeven. In de twintigste eeuw ontstond er een sterke opleving in de belangstelling voor Franciscus als dierenvriend. Die belangstelling heeft zeker meegespeeld toen in 1929 tijdens een internationaal congres van verenigingen voor dierenbescherming in Wenen de sterfdag van de heilige Franciscus werd uitgeroepen tot internationale dag van het dier.

In Nederland werd in 1930 voor het eerst dierendag gehouden. 66 jaar eerder, in 1864 was in Den Haag de Haagsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren opgericht in navolging van al bestaande verenigingen elders Europa en als eerste van een reeks plaatselijke verenigingen in Nederland. In 1877 werd haar naam veranderd in Landelijke Vereeniging tot Bescherming van Dieren en onder die naam sloten de meeste lokale verenigingen zich aaneen. De belangrijkste doelstellingen van de Ver(e)eniging (afgekort: de Dierenbescherming) waren en zijn nog steeds de totstandkoming van de wetgeving voor dieren en de controle op de naleving van dierenwetten. Na de eerste Wereldoorlog begon zij ook voorlichting te geven via brochures, folders, film, krant, radio en televisie. Dierendag werd vanaf 1930 de belangrijkste dag in het jaar voor het houden van voorlichtingscampagnes.

Zowel de manier waarop dierendag gevierd wordt als de berichtgeving daarover in de media zijn sterk veranderd. Steeds meer groeperingen zijn zich zelfstandig of in samenwerking met de Dierenbescherming met de organisatie gaan bezighouden. Dierendag heeft zich vooral sinds de jaren 1960 ontwikkeld van een campagnedag van de Dierenbescherming naar een dag van kleine evenementen. Vooral in de lokale media wordt aan de activiteitenprogramma’s aandacht besteed. Beschouwingen over dieren naar aanleiding van dierendag verschijnen nauwelijks meer in de pers.

moetchka en sjonnie

De groepen die men op dierendag wil bereiken, zijn niet veranderd. Van meet af aan zijn kinderen de belangrijkste groep waartoe men zich richt om hen het gevoel voor dieren en de natuur bij te brengen. Van oudsher ook speelt de school overal in het land een primaire rol bij de organisatie van activiteiten. Leerlingen van basisscholen doen bijvoorbeeld mee aan teken- en verkleedwedstrijden, bouwen vogelnestkastjes of bezoeken kinderboerderijen. Nieuw sinds de jaren 1970 is dat de leerlingen hun huisdieren mee naar school brengen en dat er prijzen worden uitgereikt voor de beste verzorging.

De Dierenbescherming zelf is met al haar afdelingen en zusterinstellingen (als dierenambulance, dierenasiels, Stichting Lekker Dier enz.) in de week van dierendag het meest actief. In 1972 werd voor het eerst een open asieldag gehouden in Zutphen. Sinds enkele jaren houden alle bij de dierenbescherming aangesloten asiels jaarlijks open huis om het publiek kennis te laten maken met hun werk en in de hoop nieuwe bazen voor de asieldieren te vinden. Op die dagen voert de Dierenbescherming steeds intensief campagne met voorlichting, ledenwerfacties en financiële acties.

Tenslotte is de inbreng van de commercie op dierendag steeds belangrijker geworden. De commerciële bijdragen aan dierendag zijn vaak het meest origineel. Zo worden er door restaurants openbare maaltijden georganiseerd voor dieren en taarten aangeboden aan olifanten of apen in dierentuinen en winkelverenigingen organiseren in winkelcentra tijdelijke kinderboerderijen.

Uit: Poezenpraatjes, Vereniging Kattenzorg Dordrecht, september 2005
© Eveline Doelman