6 maart 2016

De nieuwe kat

Als een zwerfkat gewoon je leven binnenwandelt (en je wilt hem houden), kun en hoef je maar weinig te doen om te zorgen dat het dier zich bij je thuis voelt. Je hoeft dan alleen maar wat noodzakelijke spullen aan te schaffen en een afspraak te maken met de dierenarts voor een uitgebreid onderzoek. Als de kat een volwassen en ervaren dier is, zal het zich al spoedig op zijn gemak voelen. Je loopt echter wel het risico dat het dier even zo vrolijk weer naar buiten wandelt en zijn heil elders gaat zoeken.
Als je zelf echter op zoek gaat naar een kat, of het nu een raskat van een fokker is of een kat van een kennis, via een advertentie of een asiel, moet je dit allemaal goed plannen en zorgen dat thuis alles klaar is om de nieuwkomer te ontvangen. Deze beginperiode is vaak moeilijk voor het dier en kan soms traumatisch verlopen, hoewel een verstandige en gevoelige aanpak veel goed kan maken.
Het is heel belangrijk om het dier tijdens de opvoeding in de eerste dagen en weken kennis te laten maken met de “huisregels”. Het dan gevormde gedragspatroon zal de kat de rest van zijn leven blijven volgen.

Het huis gereedmaken.
Klik hier voor meer info over krabpaal dallas beigeBehalve iets om de kat in te vervoeren, zal het nodig zijn verder nog wat spullen aan te schaffen voor het nieuwe huisdier. De voornaamste zijn een mand of doos met iets zachts erin om in te slapen, etensbakjes met een voorraadje vers of droogvoer en bovendien een kattenbak met wat vulling. Later kan daar nog meer bijkomen, zoals een krabplank of krabpaal en wat speeltjes.
Aanvankelijk zal de kat of het kitten waarschijnlijk wat verward tegen de nieuwe omgeving aankijken; daarom is het belangrijk de “eigen spulletjes” van het dier een vaste plaats te geven, zodat de nieuweling snel kan wennen. De mand kan het best in een rustig, schemerig, warm en tochtvrij hoekje gezet worden. Dit is vooral belangrijk als het winter is en je woning niet al te warm is. Als de kat op stoelen of andere meubels mag slapen, is een wasbare overtrek een goed idee. Katten zijn gewoontedieren en zullen al gauw aan bepaalde plekjes de voorkeur geven.

kattenbakWaar de kat ook slaapt, hij moet altijd gemakkelijk bij de kattenbak kunnen komen. In het ideale geval staat de kattenbak zo opgesteld dat de kat zich wat kan afzonderen. De bak moet, als de juiste plek is geaccepteerd, altijd op deze plaats blijven staan. Dat geldt ook voor de etensbakjes en het water. Kies een plaats waar de kat ongestoord kan eten. Heb je meer dan één kat, geef ze dan allemaal een eigen etensbak.
Als de kat binnen moet blijven zet dan een bakje met kattengras klaar. Hier kunnen ze dan lekker op kauwen. Ook een bakje met kattenkruid kan de kat veel plezier geven.
Sommige artikelen zijn handig, maar niet echt noodzakelijk. Een krabplank of klimpaal is bijvoorbeeld heel prettig als de kat niet naar buiten kan of mag. Maar zelfs katten die wel naar buiten mogen vinden het prettig om hun nagels te scherpen. En als er dan geen krabplank of klimpaal is, zullen ze dit aan de vloerbedekking of het meubilair doen. Bij een binnenkat is het erg belangrijk zo’n “kattenmeubel” vlakbij de slaapplaats neer te zetten, zodat hij dan lekker kan krabbelen tijdens het wakker worden.

Wennen.
transportmandGa de nieuwe huisgenoot ophalen op een moment dat je genoeg tijd hebt om aandacht aan het dier te geven, zoals in een weekend of tijdens een vakantie. Vermijd reizen bij erg warm weer, omdat de kat in een draagmand moet worden vervoerd en dat kan benauwd zijn. Het dier mag voor de reis niet eten en als je met de trein of de auto gaat, laat hem dan niet uit de mand voordat je thuis bent. Je mag natuurlijk niet het risico lopen dat het dier tijdens de reis ontsnapt.
Als je thuis bent gekomen, sluit dan alle ramen en deuren en zorg dat alles op zijn plaats staat. Laat hem dan uit de mand, geef hem wat water en laat hem kennismaken met de kattenbak. De eerste paar uur zal hij elk hoekje onderzoeken en elk geurtje met veel interesse, of soms argwaan, opsnuiven. Besteed dus veel tijd aan deze kennismaking. Hou ook wat speeltjes klaar, maar laat het diertje slapen als hij dat wil.
Een kitten kan het best in één kamer blijven tot het genoeg zelfvertrouwen heeft opgedaan. Geef het diertje veel aandacht, maar zorg dat er niet te veel mensen in de buurt zijn, of dat het te lawaaiig is. Let er vooral op dat kinderen rustig en voorzichtig met de nieuwe bewoner omgaan en laat ze na een poosje zien hoe deze moet worden opgepakt en behandeld. Kleine kinderen die te jong zijn om te begrijpen hoe ze moeten omgaan met een kat, kunnen er beter pas worden bijgelaten als de kat helemaal gewend is.
Als de opwinding van de eerste kennismaking en ontdekkingstocht voorbij is, zet de kat dan bij de slaapplek. Waarschijnlijk zal een kitten nog wat willen doorspelen, maar het werkt geruststellend als het heeft gezien waar het kan gaan slapen.
Wanneer het dier de vacht begint te verzorgen, is dat een teken dat hij zich op zijn gemak voelt. Dat is misschien het goede moment om hem wat eten voor te zetten. De fokker of de vorige eigenaar zal meestal informatie over de eetgewoontes hebben gegeven. Ook weet je dan wellicht aan welk voer hij gewend is. Vooral bij een kitten is het belangrijk het menulijstje en het tijdschema waaraan het gewend is, aan te houden, want dan bestaat er minder kans op problemen met de spijsvertering. Als de kat groter wordt, moeten de hoeveelheden natuurlijk worden aangepast.
Na het eten moet je de kat weer bij de kattenbak zetten. Een kitten zal bijna altijd van moeder hebben geleerd hoe je die bak moet gebruiken, maar soms is er nog een beetje aanmoediging nodig. Ook andere aspecten van de opvoeding moeten nu zo snel mogelijk aan bod komen. Het is bijvoorbeeld nu de beste tijd om het katje met behulp van een vriendelijke doch duidelijke terechtwijzing te leren dat het bijvoorbeeld niet in de gordijnen mag klimmen. Ook andere plaatsen waar hij niet mag komen moeten nu worden geleerd. Je zult dan consequent het dier van deze plaats moeten weghalen. Dit kan soms erg lang duren, maar je moet wel volhouden.

Kennismaken met andere huisdieren.
Als er nog meer huisdieren, zoals een hond of een andere kat, aanwezig zijn, is extra voorzichtigheid geboden bij de kennismaking, want een onverwachte ontmoeting kan tot blijvende vijandschap leiden. Het is het beste om het reeds aanwezige huisdier ergens op te sluiten terwijl de nieuwe kat alles kan bekijken en gewend raakt aan de geur van de ander. Na een uurtje pak je de kat rustig op en laat het eerste dier los, zodat het de geur van de nieuwkomer kan onderzoeken. Blijf met de nieuwkomer een tijdje apart zitten. De eerste introductie kan omstreeks etenstijd plaatsvinden, wanneer elk dier een apart bakje hoort te krijgen op een vaste plaats. Als alles goed gaat, zullen ze eerst alle aandacht aan hun eten wijden, voor ze opkijken en hun nieuwe buur ontdekken. Wel is het goed om er bij te blijven, want een ruzie is niet onmogelijk, hoewel de getoonde agressie meestal bij wat blazen zal blijven. Leg een deken klaar om over de dieren heen te gooien als ze daadwerkelijk gaan vechten.
De introductie van een kitten in het territorium van een gesteriliseerde poes verloopt doorgaans zeer rustig, maar als twee volwassen, ongecastreerde katers aan elkaar worden voorgesteld, is een bloedig treffen bijna onvermijdelijk. Deze combinatie is dus niet erg verstandig. Wees bijzonder voorzichtig bij het voorstellen van een kitten aan een volwassen hond die al een tijd bij je is. Een volwassen hond kan in één hap een katje doden. Mochten zich bij de introductie toch moeilijkheden voordoen, dan kan de nieuwkomer in het begin in een speelkooi van kippengaas of een bench worden gehouden, zodat de reeds aanwezige huisdieren de kat op hun gemak kunnen bekijken zonder dat het kwaad kan. Een dergelijke bench is bovendien handig als men het diertje een poosje veilig wil opbergen.

De wijde wereld.
Een ingrijpende beslissing die de meesten zullen moeten nemen, is of de kat naar buiten mag of niet. Deze vraagt rijst al snel, want als je een kitten eenmaal naar buiten hebt laten gaan, is het niet rechtvaardig – en ook niet gemakkelijk – om die vrijheid weer af te nemen. In de tuin
Als de nieuwe kat inderdaad overal mag gaan en staan waar hij wil, moet je hem minstens 6 weken binnen houden voordat je hem buiten de tuin laat. Hij moet goed aan het huis wennen.
Na die 6 weken voor het eten naar buiten laten gaan. In het begin meegaan en niet te lang buiten laten. Tijdens dit “uitlaten” de kat regelmatig roepen, zodat hij in de buurt blijft. Beloon hem in de vorm van een lekker hapje als hij binnen komt.
Als je een afgesloten tuin hebt, geldt het bovenstaande natuurlijk niet.
Jonge kittens mogen niet naar buiten als het nog koud is.

transponderHet is verstandig te kat te laten chippen als hij naar buiten mag. Het chippen van een dier is een heel eenvoudige ingreep.
Met een onderhuidse injectie wordt een chip (transponder) ter grootte van een rijstkorrel ingebracht. Het nummer van deze chip kan met een barcodelezer worden gelezen. Met dit unieke nummer wordt het dier, samen met de gegevens van de eigenaar, ingeschreven bij een centrale databank.

Als je niet wilt fokken met de kat, is het verstandig om deze te laten castreren. Deze term wordt gebruikt voor beide seksen omdat bij een poes de eierstokken worden verwijderd.

Een kattendeurtje is een prima oplossing om de kat, ook als je niet thuis bent, naar buiten en naar binnen te kunnen laten gaan. Houd er echter wel rekening mee dat je het risico loopt dat er een ongenode gast binnen komt. Dit risico wordt kleiner als het deurtje met een zender is uitgerust.
Leer de kat zo snel mogelijk om binnen te komen als je roept, want het is wel erg verstandig om je kat ‘s nachts binnen te houden.

Het optillen van een kat.
Je ziet vaak dat een kat aan het vel van de rug wordt opgetild. Dit is niet de juiste manier.
Een kitten kun je bij het nekvel oppakken, mits je het achterlijf ondersteund. Deze manier zal door een volwassen kat meestal niet worden gewaardeerd en zal alleen in noodgevallen moeten worden gebruikt.
Een volwassen kat moet je op de volgende manier optillen:

  • Plaats de ene hand onder de voorpoten tegen de borst en de andere onder het achterlijf om het gewicht op te vangen. De kat kan dan op de arm worden gedragen worden. Steun altijd de achterpoten en houd het dier met de poten van je af, anders kan hij misschien gaan krabben om houvast te zoeken. Als de kat tegenspartelt, kun je dezelfde methode gebruiken, maar je moet dan de voorpoten een stuk steviger vasthouden.

Hoe ga je te werk bij een verhuizing?
Zorg er voor dat er in het nieuwe huis een kamer voor de katten beschikbaar is als je overgaat. Zet hierin een kattenbak, de mand met oude gedragen kleding, eten en drinken, de speeltjes en de krabpaal. Dus de zaken waaraan ze in het andere huis gewend waren. Je kunt ze dan in die kamer opsluiten, zodat je niet het risico loopt dat ze ontsnappen. De deuren staan natuurlijk allemaal open.
Zorg uiteraard voor goed vervoer. Stevige manden.
De katten moeten minimaal 6 weken binnen blijven. Ze moeten goed aan het huis wennen. Na die 6 weken voor het eten naar buiten laten gaan. In het begin meegaan en niet te lang buiten laten. Tijdens dit “uitlaten” de katten regelmatig roepen, zodat ze in de buurt blijven. Beloon ze in de vorm van een lekker hapje als ze binnen komen.
Het risico blijft bestaan dat ze naar de oude omgeving gaan. Als ze niet op tijd terugkomen, heb je dus de kans dat ze bij het oude huis rondlopen.
Als je een afgesloten tuin hebt, geldt het bovenstaande natuurlijk niet.
Als je geheel over bent of even rustig kunt gaan zitten, kun je de kat(ten) er gezellig bij laten komen.