6 maart 2016

Training van de kat

Algemeen.
Niet elk gedrag van een kat is aangeboren. Veel individuele gewoontes en persoonlijke trekjes zijn het gevolg van opgedane ervaringen.
Een kat die als huisdier wordt gehouden, wordt het meest beïnvloed door de eigenaar. Die persoon moet goed gedrag aanmoedigen en slechte gewoontes afleren.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kunnen katten heel snel iets leren.
Je kunt ze niet alleen ongewenst gedrag afleren (zoals krabbelen aan meubels), maar je kunt ze ook bepaalde vaardigheden leren (zoals een bel bedienen).

Uitgangspunten bij het trainen.
Voor je een trainingsprogramma opzet, is het handig om in je achterhoofd te houden wat de kat prettig vindt en waar hij een hekel aan heeft. Deze zijn goed te gebruiken.
De meeste katten houden bijvoorbeeld van eten, warmte en gezelschap en hebben een hekel aan kou, water en harde geluiden. Ieder dier heeft weer andere zaken waar hij van houdt of een hekel aan heeft. Hier kun je dus gebruik van maken.
De verhouding tussen kat en eigenaar ligt altijd zeer gevoelig en kan worden ondergraven door een verkeerde manier van straffen. Een kat zal onder dwang niets willen leren. Bij een kat is het effectiever om gunsten te kopen door overreding en beloning.
Natuurlijk zul je zo nu en dan de kat moeten straffen. Probeer dit echter zo in te kleden dat de kat niet jou als de boosdoener ziet. Hierdoor heeft een goedgemikte prop papier of een goed gerichte straal water heel vaak het gewenste effect. De kat ziet het voorwerp als de boosdoener en niet jou.
Een voordeel van dit “onpersoonlijk” straffen is, dat de kat een nieuw gedragspatroon wordt bijgebracht voor alle gelegenheden en de kat zich dus niet alleen van de beste kant laat zien als de eigenaar in de buurt is.
Voortdurend en consequent belonen zal al snel het gewenste gedrag opleveren. Er kunnen zich echter problemen voordoen als er niet consequent wordt beloond. Als een bepaalde handeling soms wel en soms niet wordt beloond, betekent dit dat het dier er langer over doet om iets te leren. Het voordeel van deze aanpak is dat de kat dit ook minder snel vergeet.

Het volgende gedrag leert een kat zich zelf aan:

  • Bedelen aan tafel
  • Aan het raam krabbelen om te worden binnen gelaten
  • Jagen op muizen en vogels

Deze handelingen zullen slechts een enkele keer resultaat opleveren.

Dit betekent dat als je dergelijke dingen wilt afleren, je niets bereikt door bijvoorbeeld geen eten te geven. De volgende keer doet hij het gewoon weer. In dergelijke gevallen is een bestraffing de enige mogelijkheid (prop papier, water, laten schrikken door hard geluid). Hierdoor leert hij hoe er op dit gedrag wordt gereageerd.

Een andere algemene regel is om niet alles tegelijk te proberen, maar het leren stap voor stap aan te pakken.
Als je een bepaalde gewoonte wilt afleren of een ingewikkelde handeling wilt aanleren, kun je het beste het gewenste gedragspatroon in eenvoudige opeenvolgende stappen ontleden. Deze stappen leer je dan aan in de juiste volgorde. Als een bepaalde stap niet lukt, ga dan terug tot de stap die wel was gelukt. Deze methode vereist een goede opmerkingsgave en een flinke dosis geduld.

Het sparen van de meubelen.
Katten krabbelen om twee duidelijke redenen:

  • Nagels scherpen van de voorpoten
  • Aanbrengen van zichtbare merktekens

Op sommige oppervlakken zal herhaaldelijk worden gekrabd en reukmerken uit de voetzolen maken duidelijk wie de eigenaar is. Hoe langer een bepaald meubelstuk op die manier wordt gebruikt, hoe moeilijker het zal zijn dit gedrag af te leren.
Daarom moet een kitten of een nieuwe kat direct bij thuiskomst kennis maken met de krabpaal. Hou het dier vlakbij de paal met de klauwen in de juiste houding. Hij zal al snel begrijpen wat de bedoeling is en deze paal (waar hij later ook staat) als krabpaal gebruiken.

Als de kat krabt op een plek die je niet wilt, biedt dan vlakbij een vervangend middel aan. Zacht, ruw vurenhout valt vaak in de smaak, maar soms heeft de kat liever een met stof of vloerbedekking bekleed stuk hout, triplex of hardboard. Als je de kat met het vervangende materiaal laat kennismaken, bedek dan de objecten waar de kat niet meer aan mag krabben.
Zie bij Territorium 

Leren de kattenbak te gebruiken.
Katten leren redelijk gemakkelijk om hun behoefte op een kattenbak te doen, omdat ze van nature hun urine en uitwerpselen zullen bedekken.
Kittens die door de moeder worden opgevoed, zullen danook zonder problemen de kattenbak gebruiken.
Krijg je een kitten dat niet weet waar die bak voor dient, zul je het zelf moeten leren.
Zet het kitten dan op de bak, pak de voorpootjes en maak krabbende bewegingen in de vulling. De meeste kittens zullen snel begrijpen wat de bedoeling is. Let er goed op wanneer het beestje aanstalten maakt om te gaan hurken en zet het dan snel op de bak.

Plotseling niet meer gebruik maken van de bak komt weinig voor. Als je kat dat toch doet is dat omdat hij vindt dat de bak niet aantrekkelijk genoeg is om één van de volgende redenen.

  • Misschien is de bak niet schoon
  • De bak wordt te weinig geleegd
  • De vulling ruikt niet prettig
  • De bak is onhandig in het gebruik
  • De bak staat in het “openbaar”
  • De kat is op die plaats bang gemaakt

Het kan echter ook zijn dat de kat je op deze manier wil laten zien dat er iets met hem aan de hand is.
Als geen van deze verklaringen van toepassing is, moet je de kat opnieuw trainen in het juiste gebruik.
Allereerst moet je de door de kat als toilet gekozen plaats onaanvaardbaar maken door er vlakbij een eetplaats in te richten en de toilet-plaats met azijn of dettol te deppen.
Tegelijkertijd moet je verspreid in het huis enkele schone en geschikte kattenbakken neerzetten, waarvan één dichtbij de ongewenste toilet-plaats. Let er echter wel op dat de kattenbak niet te dicht bij het eten staat. Als de kat deze bakken wel accepteert, laat deze situatie dan een week bestaan en verplaats daarna stukje bij beetje de bakken naar de gewenste plaats.
Goed gebruik van de bak moet worden beloond door prijzen, aaien en lekkere hapjes.
Blijft de kat toch ongewenste plekjes uitzoeken, is voorzichtig straffen nodig, zoals een luid “nee” of een straal water (bijvoorbeeld uit een waterpistool). Dit mag echter alleen als je de kat op heterdaad betrapt.
Wrijf nooit met de neus door de poep. Je kat zal hier niets van leren, behalve wantrouwen tegen de dader.

Als een goed opgevoede kat plotseling op verkeerde plaatsen gaat plassen, kan dit een indicatie zijn dat er iets mis is. Dit kan een verstopping zijn van de urineleider of een blaasontsteking.
Een oude kat moet je vergeven als de sluitspier een enkele keer niet goed werkt. Als het echter te vaak voorkomt, moet je de dierenarts de urinewegen laten controleren.

Afleren op vogeltjes te jagen.
Het is normaal dat katten graag jagen, maar veel kattenliefhebbers houden ook vogels. Vreedzaam naast elkaar leven is dan natuurlijk de bedoeling.
Als je voor het eerst een kat neemt, neem dan een kitten waarvan de moeder nooit heeft gejaagd. Het jagen wordt namelijk voor een groot deel door de moeder aangeleerd en aangemoedigd.
Als je een oudere kat neemt, zul je hem een heropvoeding moeten geven.
Het heeft totaal geen zin de kat te bestraffen als hij de vogel eenmaal heeft gevangen.
De enige kans om het gedrag te veranderen, is het trainen te richten op de momenten net voor en gedurende een aanval op vogels. Daar is heel veel geduld voor nodig. Het beste hulpmiddel hierbij is een waterpistool of een waterslang. Trek je niets aan van de omgeving, want wat moet men denken van een volwassene met een waterpistool in de aanslag.
Zoek een geschikte schuilplaats op. Neem een kleine, opgezette of speelgoedvogel en hang deze aan een touwtje bij het geliefkoosde jachtterrein. Nog beter is het om het slachtoffer van de laatste jachtpartij te gebruiken. Als de kat dichterbij komt, trek dan aan het touwtje zodat de “nepvogel” fladdert.
Wacht tot de kat op het punt staat te springen en spuit dan met water.
Het is heel belangrijk dan de kat deze bestraffing niet in verband brengt met je aanwezigheid, anders zal de kat het water niet met vogels in verband brengen. Het gevolg is dan dat hij rustig blijft doorjagen als hij weer alleen is.
Bedenk wel dat je niet klaar bent met één keer. Soms zul je vele malen deze actie moeten herhalen voordat de kat een blijvende afkeer van vogels krijgt.

Leren komen als je roept.
Je kunt je kat veel leren. Erg nuttig is het om hem te leren naar je toe te komen als je hem roept.
Het uitgangspunt hierbij is een veilige band van wederzijds vertrouwen tussen jou en de kat. Als je dus wilt dat hij naar je toekomt, mag de kat dus nooit de relatie naar een bestraffing leggen.
Een kitten leert natuurlijk gemakkelijker dan een oudere kat. Je moet elke gelegenheid aanpakken om je kat bij zijn naam te noemen. Bijvoorbeeld bij eten, spelen en knuffelen. Namen van één lettergreep worden gemakkelijker aangeleerd dan lange namen. De naam moet voortdurend worden herhaald.
Als de naam eenmaal reacties oproept, kan die naam worden gebruikt in samenhang met het erachter geplaatste woordje “kom”. Maaltijden zijn de meest geschikte gelegenheden. Je hoeft alleen “kom” te zeggen na de naam en het eten geven.
Als de kat heeft geleerd te komen om te eten, kun je gaan leren op andere tijden naar je toe te komen. Bij een juiste reactie moet je de kat dan belonen met een aai of een lekker hapje.
Om er zeker van te zijn dat de kat niet reageert op een bepaalde toon, moeten verschillende leden van het gezin ook meedoen aan deze training.