Het skelet

Een kat is in staat zich hoefijzervormig te buigen. Dit kan hij door de extreem buigzame rug en het meestal missen van het sleutelbeen. Deze vaardigheid wordt vooral gebruikt bij het poetsen en krabben. De achterpoot wordt gebruikt om achter het oor te krabben. Bovendien is de kat in staat de nek 90° te draaien en kan zo dus met de neus de staartwortel aanraken.

Dankzij hun slechts los met elkaar verbonden wervels zijn katten in staat hun rug u-vormig in elke gewenste richting te buigen. De uiterst flexibele wervelkolom stelt hen zelfs in staat de voorste lichaamshelft tegengesteld aan de achterste te buigen. Op deze manier kunnen ze door smalle pijpen, kronkelige gangetjes en smalle spleten.

Het skelet telt ongeveer 244 beenderen (bijna 40 meer dan het skelet van een volwassen mens). Deze bevinden zich in de wervelkolom en de staart.
Vergelijking van de ruggengraat.

Mens 7 nekwervels 12 borstwervels 5 rugwervels 5 lendenwervels 3 tot 5 staartwervels
Kat 7 nekwervels 13 borstwervels 7 rugwervels 3 lendenwervels 14 tot 28 staartwervels


Je ziet de namen van de botten ook als je er bij het onderste deel met de cursor (pijltje) op gaat staan.

Uit: Katten, uitg. Het Spectrum

a Schedel m Handwortelbeentjes
b Onderkaak n Middenhandsbeentjes
c Tongbeen o Vinger- en teenkootjes
d Nekwervels p Ribben
e Borstwervels q Borstbeen
f Rugwervels r Bekken
g Lendenwervels s Bovenbeen
h Staartwervels t Kniegewricht
i Schouderblad u Scheenbeen en Kuitbeen
j Sleutelbeen v Voetwortelbeentjes
k Opperarmbeen w Middenvoetsbeentjes
l Spaakbeen en Ellenpijp    




|








Naar de krabpalen van hoge kwaliteit





Proteq Dier & Zorg verzekering