6 maart 2016

Verklarende woordenlijst

Je hebt het allemaal wel eens.

Wat betekent dat woord eigenlijk. Je weet het vaak wel ongeveer, maar niet precies.
Om daar aan tegemoet te komen, heb ik deze lijst gemaakt.

Raadpleeg deze pagina geregeld, want hij wordt regelmatig bijgewerkt.
Als de term aan de linkerkant een andere kleur heeft, betekent dit dat er een link ligt naar meer informatie over deze term.

A

Aalstreep

  • Donkere streep die precies in het midden over de lengte van de rug loopt.

Abces

  • Een abces is een verdedigingsmechanisme van het weefsel om te voorkomen dat het infectieus materiaal naar andere delen van het lichaam gaat. Een pijnlijke zwelling die gaat ontsteken en zich vult met pus/etter. Meestal ontstaan uit een wond na een vechtpartij.

Adenovirussen

  • Relatief onschuldige virussen voor mens en dier.

Agitatie

  • Zenuwachtige opwinding.

Agressie

  • Een algemene omschrijving die een reeks van gedragingen omvat binnen de emotionele context van bedreiging, verdediging en aanval.

Ailurofiel

  • Kattenliefhebber.

Ailurofoob

  • Kattenhater.

Agouti

  • Term die wordt gebruikt als de afzonderlijke haren 2 of 3 donkere banen vertonen. Ook wel ticking genoemd.

Albino

  • Wit door gebrek aan pigment, met ‘rode’ ogen in de meest extreme vorm.

Allergie

  • Ongewenste reactie van het afweerapparaat op lichaamsvreemde stoffen.

Anemie

  • Bloedarmoede

Angora

  • Kattenras met lang haar en een slank, lang lichaam. Heeft geen wollen ondervacht zoals de andere langhaarkatten.

Anoestrus

  • Periode dat de poes niet krols is.

Antagonist

  • Een antagonistische stof remt indirekt de werking of een specifieke bijwerking van een geneesmiddel.

Antibiogram

  • Na het kweken van een bacterie kan worden onderzocht welk antibioticum geschikt is om de betreffende bacterie te bestrijden. Dit overzicht van geteste antibiotica met hun resultaat wordt een antibiogram genoemd.

Antigeen

  • Een antigeen (ook wel antigen) is een (macro)molecuul dat in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken waarbij antistoffen worden aangemaakt. Virussen of bacteriën kunnen op deze manier herkend worden als lichaamsvreemd, en de afweerreactie komt op gang, waardoor hopelijk genezing bereikt zal worden.

Apricot

  • Een verdunning van crème.

Arthritis

  • Gewrichtsontsteking.

Astma

  • Chronische ontsteking van de luchtwegen. Door de ontsteking vernauwen de luchtwegen, waardoor prikkelbaarheid optreedt.

Atopie (Omgevingsallergie)

  • Deze allergie berust op allergie voor omgevingsstoffen, zoals huisstofmijt of graspollen.

Artroscopie

  • Operatietechniek waarbij door een kijkopening met een scoop (kijkinstrumentarium met lenzenstelsel) het gewricht wordt bekeken. Dit gebeurt onder algemene narcose. De betekenis in de diergeneeskunde is nog beperkt. Dit komt mede omdat de gewrichten klein zijn en er naast het eerste kijkgat ook nog openingen voor instrumentarium en dergelijke moeten worden gemaakt.

Auto-immuun ziekte

  • Ziekte waarbij het afweersysteem om niet altijd duidelijke reden lichaamseigen weefsel als lichaamsvreemd beschouwt en probeert te verwijderen. Bij de hond en kat is vooral de auto immuun hemolytische anemie (AIHA) gevreesd, een ziekte waarbij de rode bloedcellen of bloedplaatjes worden afgebroken. Ook auto-immuun dermatosen komen veelvuldig voor. Ziekte waarbij de eigen huid wordt aangevallen.

B

BAER test

  • Brain Stem Auditory Evoked Response. Test om bij (witte) katten te achterhalen of zij volledig horend zijn.

Begroetingsgedrag

  • De meeste begroetingen tussen katten gaan in eerste instantie niet gepaard met fysiek contact. Een typische begroeting kan bestaan uit een korte vocale trilling met gesloten bek, traag knipperen met de oogleden en naderen met de staart in een verticale positie. Na de begroeting is het mogelijk dat katten gedurende een korte periode in elkaars nabijheid gaan zitten alvorens hun weg te vervolgen.

Bi-Colour

  • Elke willekeurige kleur met wit (liefst zo gelijkmatig mogelijk verdeeld).

Bijensteek

  • Een bijensteek op een ‘verkeerde’ plaats kan problemen opleveren voor je kat. Bij een bijensteek moet je beslist eerste hulp verlenen. De angel moet eruit. Neem het dier, indien nodig, in een dwanggreep. De angel kun je dan met een pincet verwijderen. Doe daarna ijsblokjes in een (thee)doek en leg deze doek op de plaats van de beet. Dit doe je om eventuele zwellingen tegen te gaan. In ernstige gevallen en wanneer de beet in een vitaal deel zit, kan de zwelling erg hevig zijn, en ook niet afnemen. Ga in dat geval naar de dierenarts. Als de kat echt ademnood heeft, kun je eventueel kunstmatige beademing toepassen. De volgende symptomen zijn mogelijk: braken, diarree, rusteloosheid, ademnood of apathie. Als dat het geval is, raadpleeg dan ook de dierenarts.

Biopsie

  • Medische handeling waarbij een stukje weefsel uit het lichaam verwijderd wordt om onderzocht te worden op eventuele afwijkingen (biopt). Een biopsie stelt de onderzoeker vooral in staat om kwaadaardige weefsels te onderscheiden van goedaardige tumoren in soorten van celsamenstelling, structuur, grootte enz.

Blaasontsteking

  • Ontsteking van de blaas te wijten aan een bacteriële infectie.
    Klik voor  Klik hier voor enkele middelen over een aantal middelen.

Blaasgruis/steen

  • Kleine kristallen of zanderig bezinksel (struviet). Wordt gevormd in de blaas, met vaak als gevolg verstopping van de plasbuis en/of blaasontsteking. De kat kan moeilijk of niet plassen.
    Klik voor Klik hier voor enkele middelen over een aantal middelen.

Blauw

  • Eigenlijk grijs met soms een blauwachtige gloed. Verdunning van de kleur zwart.

Blazen

  • Sissend blaasgeluid waarmee katten hun ongenoegen uiten. Als de mens het doet, wordt het ook goed begrepen door de kat. Hiermee kun je je kat dus duidelijk maken wanneer ze ongewenst gedrag vertoont.

Bloedarmoede

  • Het bloed bevat vloeistof met diverse eiwitten (Plasma) en bloedcellen. Het merendeel van deze cellen in het bloed bestaat uit rode bloedcellen. Deze rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en de afvoer van koolzuur naar en van alle delen van het lichaam. De rozerode kleur van bijvoorbeeld het mondslijmvlies, wordt bepaald door de aanwezigheid van deze rode bloedcellen. Ben je bleek dan zijn er te weinig rode bloedcellen door een gebrek aan bloed (bijvoorbeeld shock) of te weinig rode bloedcellen. Bleke slijmvliezen zijn daarom altijd ernstig.

Bloedsinus

  • De snorharen zelf bevatten geen zenuwen, maar ze zitten in een wortel die uit 2 lagen bestaat. Tussen deze 2 lagen bevindt zich een so0rt kokertje dat met bloed is gevuld. Dit wordt de bloedsinus genoemd. Als een tasthaar iets aanraakt, dan buigt het kokertje door en beweegt het bloed tasthaar1in de bloedsinus. Het kokertje is voorzien van zenuwen die direkt na aanraking de informatie aan de hersenen doorgeven.

Bloedvergiftiging

  • Ook wel sepsis genoemd. Dit is een ernstige vorm van een infectie waarbij het afweersysteem niet kan voorkomen dat een massale hoeveelheid virussen of bacteriën in de bloedbaan terecht komen en zo alle organen kunnen worden aangetast. Verschijnselen van sepsis zijn, naast algemene verschijnselen zoals hoge koorts, een veelal pompende ademhaling en een snelle pols, afhankelijk van de aangetaste organen.

Blotched

  • Een vachtpatroon: letterlijk: vlek, klodder. Gemarmerd.

Bordetella-bronchiseptica

  • Deze bacterie komt bij zowel bij de kat, de hond en de mens voor. De verschillende stammen worden echter nauwelijks uitgewisseld. Er is dus geen echt besmettingsgevaar tussen mens, hond en kat. Reeds korte tijd na de infectie worden de trilharen in de luchtwegen vernietigd waardoor de natuurlijke afweer van slijm en vuil stil komt te liggen met hevig hoesten en een bronchitis tot gevolg. Antibiotica komen eigenlijk altijd te laat om de schade aan de trilharen te voorkomen, maar dienen vooral om een bronchitis te voorkomen.

Break 

  • De plaats waar de snuit eindigt en overgaat in wangen of voorhoofd.

Brindled

  • Een vachtpatroon: schildpad waarvan de kleuren doorelkaar lopen.

Broek

  • Lange beharing aan de achterkant van de achterpoten.

Bronze

  • Lichtbruine kleurvariëteit bij de Egyptische Mau.

Buff

  • Zeemkleurig, zacht geel.

Bull’s eye

  • Een vachtpatroon: cirkelvormige krul/vlek op de flank van een ‘klassiek’ gemarmerde kat

C

Calicivirus

  • Eén van de virussen die niesziekte kunnen veroorzaken.

Calico

  • Een vachtpatroon: schildpad met veel (2/3) wit. Ook wel parti-colour genoemd.

Cameo

  • Een vachtpatroon: rood of crèmekleurige tabby waarvan de afzonderlijke haren maar voor eenderde zijn gekleurd.

Caramel

  • Verdunning van blauw.

Cardiologisch

  • Het hart betreffend.

Cardivasculair

  • Betreffende hart en bloedvaten.

Castratie

  • Onvruchtbaar maken van een kater door de testikels te verwijderen.

Cerebellaire ataxie

  • Aandoening omschreven als: trilkitten.

Champagne

  • Champagne kleurige variëteit bij de Burmees. Vermoedelijk een verdunning van Sable.

Charcoal

  • Letterlijk houtskool, donkergrijze kleur-variëteit die bij enkele rassen voorkomt.

Chinchilla

  • Witte agouti.

Chlamydiae

  • Bacterie die niesziekte kan veroorzaken.

Chocolate

  • Chocoladekleurig, mutatie van de kleur zwart.

Chromosomen

  • De staafvormige structuren, waarop de genen gelegen zijn.

Cinnamon

  • Kaneelkleurig, mutatie van chocolate.

Cobby

  • Engelse term voor een gedrongen lichaamsbouw.

Colourpoint

  • Tekening zoals bij de Siamees, met donkere extremiteiten (lichaamsuiteinden).

Complicatie

  • Bijverschijnsel dat een aandoening of ziekte erger maakt.j

Conjunctivitis

  • Veel voorkomende aandoening. Een ontsteking van het buitenste bindvlies (een slijmvlies dat het oogwit en de binnenste zijde van de oogleden bedekt) van het oog.

Contactdermatitis

  • Ontstekingsreactie van de huid veroorzaakt door irriterende stoffen of allergenen.

Cornea

  • Hoornvlies (oog).

Corticosteroïden

  • Hormonen die van nature door de bijnierschors worden aangemaakt.
    In de geneeskunde worden synthetische corticosteroïden als geneesmiddel gebruikt bij het onderdrukken van allerlei verschillende ontstekingen en allergieën in het lichaam.

Crème

  • Beige tot lichtrood; verdunning van rood.

Cypers

  • Een vachtpatroon: hiermee wordt een gestreepte kat bedoeld.

Cross-breeding

  • Het paren van een raskat van het ene ras aan een raskat van een ander ras.

Cystitis

  • Blaasontsteking.

Cystoscopie

  • Endoscopie van de blaas via de plasbuis.

D

Dekharen

  • Dik grof haar, dat het zachtere donzige haar eronder beschermt. Bij sommige katten vormen de dekharen een waterafstotende laag en bepalen de kleur van de kat.

Derde ooglid

  • Ook wel knipvlies genoemd. Een extra ooglid dat de kat over zijn/haar oog kan schuiven ter bescherming. Als dit ooglid zichtbaar is bij de kat, is er wat aan de hand, raadpleeg dan uw dierenarts.

Dermatologisch

  • De huid betreffend.

Dermatitis

  • Een ontsteking van de huid. Kan zeer veel oorzaken hebben.

Dominant gen

  • Een bepaald, karakteristiek gen dat een gen van een tegengesteld kenmerk onderdrukt en zich openbaart in het nageslacht. (Kort haar is bijv. dominant over lang haar.

Dwangvoederen

  • Het tegen de wens van de individu inbrengen van voedsel. Dit kan zijn omdat een dier om medische redenen dringend voedsel nodig heeft.

E

Ebony

  • Een andere naam voor zwart.

Ectropion

  • Aandoening waarbij het onderste ooglid naar beneden hangt.

EMS

  • Easy Mind System. Codering voor het registreren van raskatten. Men registreert het ras, kleurcode, patrooncode (indien dit aanwezig is), de code voor oogkleur, de code voor staartlengte (alleen voor staartloze en bobtail rassen) en de code voor de oorstand (alleen voor de American curl en Fold).

Endocarditis

  • Ontsteking van het hartvlies.

Endometritis

  • Ontsteking van de binnenwand van de baarmoeder.

Endoscopie

  • Bij endoscopie wordt via een cameraatje gekeken in bv de slokdarm, maag, 12-vingerige darm, dikke darm, de neus, de longen en de luchtwegen, de slokdarm en de maag. Tijdens de endoscopie worden kleine stukjes weggenomen van het slijmvlies (biopten) voor nader onderzoek.

Enteritis

  • Ontsteking van de ingewanden.

Entreactie

  • De reactie op het ‘aanslaan’ van de entstof, (waardoor de antistoffen-productie op gang komt). Deze reactie kan heftiger zijn als het dier ‘niet lekker in z’n vel zit’ door stress of andere ziekten, of bij een verkeerde dosering of toediening van de entstof.

Eosinofielen

  • Eosinofielen zijn structuren die gemakkelijk gekleurd worden door eosine en gewoonlijk helder roze kleuren bij standaard kleuringstechnieken.

Extremiteiten

  • Gezicht, oren, poten en staart.

Entropion

  • Aandoening aan het oog waarbij een deel van of heel de ooglidrand naar binnen krult.

Euthanasie

  • Laten ‘inslapen’ ofwel het beëindigen van het leven van dier of mens, met als doel een einde te maken aan uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.

F

Fading Kitten Syndrome

  • Algemene term voor het overlijden van kitten, spontaan en vrij kort na de bevalling zonder direkt aanwijsbare reden. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van fokken met dieren met conflicterende bloedgroepen.

Fawn

  • ‘Warme’ variatie van crème, zeemleerkleurig, verdunning van cinnamon.

Felidae

  • Katachtigen, de familie waaronder de huiskat valt.

Felikat

  • Nederlandse vereniging van Fokkers en Liefhebbers van Katten.

Feline dysautonomie

  • Ook genoemd: Syndroom van Key-Gaskell.
    Feline dysautonomie is een afwijking aan het onwillekeurige zenuwstelsel bij katten. Alle rassen en alle leeftijdsgroepen zijn gevoelig. In 1982 is deze ziekte voor het eerst in Engeland gezien, waarna het ook in de rest van Europa is gediagnosticeerd. Naast obstipatie (verstopping) zien we dan ook verwijde pupillen, droge slijmvliezen en een slokdarmverlamming. De oorzaak van deze ziekte is tot nu toe onbekend.

FECV

  • Een relatief onschuldig virus dat diarree kan veroorzaken. Normaal gesproken geneest de kat hier snel van. Een zeer besmettelijk virus en er bestaan katten die drager zijn van dit virus en dit dus continu uitscheiden, zonder dat ze er zelf symptomen van ondervinden.

FeLV

  • Feline leukemie virus. Een virus dat kanker veroorzaakt van de witte bloedlichaampjes en het lymfestelsel.

Fenotype

  • De uiterlijke verschijning van een kat, in tegenstelling tot zijn genetische samenstelling genotype.

Fife

  • Fédération Internationale Féline; verenigde kattenclub organisatie met leden over de hele wereld (o.a Felikat en Mundikat)

FIP

  • Feline Infectieuze Peritonitis. Een virus dat bijna atijd een dodelijke afloop heeft. Er bestaat een droge vorm (overlevingstijd enige maanden) en een natte vorm (overlevingstijd enkele weken).

FIV

  • Feline Immunodefieciëntie Virus. Vertoont overeenkomst met het HIV virus bij de mens maar is specifiek voor de kat. Wordt in de volksmond ook wel kattenaids genoemd. Het verspreidt zich, alleen bij katten, door het speeksel van de kat.

Flanken

  • Zijkant van het lichaam tussen de ribbenkast en de dijen.

Flehmen

  • Het maken van een bepaalde grimas en het optrekken van de bovenlip. Het reukvermogen van de kat wordt vergroot door het orgaantje van Jacobson of Vomeronasaal orgaan (VNO), dat de kat in staat stelt interessante geuren te ontleden door de moleculen ervan te proeven op het achterste deel van de tong.

Fokzuivere kat

  • Kat waarvan de beide ouders tot hetzelfde ras behoren.

Foreign type

  • Elegante gebouwde kat; zoals de Abessijn of Russisch Blauw.

Frost

  • Andere benaming voor lilac.

G

Gastroscopie

  • Endoscopie van de maag.

Gedomesticeerd

  • Tam gemaakt; als huisdier geschikt gemaakt.

Gemarmerd

  • Vachttekening; onregelmatig gevormde vlekken.

Genen

  • De grond-eenheidjes van de erfelijkheid, opgebouwd uit deoxyribonucleïne-zuur (DNA), dat alle erfelijke kenmerken bepaalt.

Genetica

  • Kennis van de erfelijke eigenschappen die aan de volgende generatie kunnen worden doorgeven.

Genotype

  • De genetische samenstelling van een dier, in tegenstelling tot zijn uiterlijke verschijning (fenotype).

Ghost marking

  • Spooktekening; zeer onduidelijke tekening bij een op het eerste gezicht egaal gekleurde kat. Vaak zichtbaar bij kittens maar verdwijnt meestal als ze ouder worden.

Glitter

  • Als aan de buitenkant van bruine haren het pigment ontbreekt, geeft dat een effect alsof de kat met goudglitter is bestrooid.

Glaucoom

  • Oogdrukverhoging

Golden

  • Een kleurslag/patroon; warm, goudkleurig bruin/zilver met een zandkleurige ondervacht en een hele vage tabbytekening.

Grade-Breeding

  • Het kruisen van een zuiver ras met een bastaard of kat van gemengd ras.

Gypsy shag

  • Los en veerkrachtig haar van verschillende lengten (gelaagd). Het lijkt dan op een “uitgezakte” permanent van kleine krullen. Halflang haar met losse krullen van liefst verschillende lengten, zoals bij de LaPerm. In vergelijking heeft de Selkirk Rex een afrokapsel en hebben de Devon en Cornish Rex een vacht met een effect als een wafelijzer.

H

Haematoom

  • Bloeduitstorting.

Haemolyse

  • Ontbinding van de rode bloedlichaampjes.

Harlekijn

  • Vachtpatroon waarbij alleen een gekleurde bovenzijde van de kop, gekleurde staart en ongeveer drie gekleurde vlekken op het lichaam aanwezig zijn.

Hematologisch

  • Met betrekking tot de leer van het bloed.

Hernia

  • De uitstulping van een orgaan of weefsel uit de lichaamsholte waar het normaliter in ligt.

Heterochromie

  • Verschillend gekleurde ogen: bijv. een blauw en een geel oog (odd-eyed). De medische benaming hiervoor is: heterochromie. Het gaat hierbij om kleurverschil in de iris van het linker- en rechteroog, of waarin één iris verschillende kleuren heeft. Twee verschillend gekleurde ogen is zeer zeldzaam en wordt heterochromia iridum genoemd. Kleurverschil in één oog komt wat vaker voor en wordt heterochromia iridis genoemd.

Heterozygoot

  • Dit is een dier dat zowel een dominant als een recessief gen draagt voor een bepaald kenmerk. Bijv. een korthaar-kat, die zowel genen voor kort- (dominant) als voor lang (recessief) haar draagt. Niet fokzuivere eigenschap. (Dd)

Himalayapatroon

  • Tekening als bij de Siamees, meestal bij langharige katten.

Homozygoot

  • Een ‘dubbele dosis’ van een gen voor een bepaald kenmerk. Bijv. een korthaarkat die van beide ouders korthaar-genen heeft ontvangen. Fokzuivere eigenschap. (dd of DD)

Hoofdschurtmijt

  • Mijt die zich in de huid nestelt en zorgt voor een groot aantal huidklachten, deze mijt tast kop en hals van de kat aan. Zie ook schurftmijt.

Hybride

  • Kruising tussen een wilde en een gedomesticeerde soort.

Hypofyse

  • Klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt.

I

Idiopatisch

  • Zonder bekende oorzaak.

Immuunsysteem

  • Verdedigingssysteem van het lichaam met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden.

In vitro

  • Kunstmatig kweken van levende weefsels buiten het lichaam.

Incubatietijd

  • De tijd tussen de besmetting met een ziekte en de eerste verschijnselen.

Inhibitor gen

  • Erfelijkheidsleer; dominant verervend gen dat een zilverwitte ondervacht veroorzaakt.

Inteelt

  • Paring van nauw verwante dieren, bijv. vader dochter of moeder zoon of broer zus.

Inprenting

  • Het leerproces waarbij vroege sociale interacties een grote rol spelen bij de ontwikkeling van het gedrag. Voor inprenting is er meestal sprake van een ‘tijdvenster’.

Inprentingsfase

  • (2e t/m 4e levensweek) de belangrijkste periode in het leven van kittens; tijdens deze periode vinden de inprentingen plaats, die van doorslaggevende betekenis zijn voor het latere gedrag van de kat.

Intranasaal

  • In de neus inbrengen (neusdruppelen).

Intraveneus

  • Manier van injecteren: de vloeistof wordt in de ader ingebracht.

K

Katerstaart

  • Te grote productie van smeerstof uit de vetklier op de aanzet van de staart. Uit zich als een plakkerige bruine substantie. Meestal komt dit voor bij ongecastreerde katers.

Katerwangen

  • Sterk ontwikkelde wangen bij volwassen katers.

Kattenkruid

  • Nepeta cataria, een plantje waardoor het gros van de katten als in trance (spinnen/rollen/tegenaan strijken) van geniet. Het plantje is niet verslavend en heeft geen ongewenste nawerking. Zit vaak in speeltjes verwerkt.

Kattenziekte

  • Zeer besmettelijke virusziekte. Verschijnselen: lusteloosheid, verlies van eetlust, hardnekkige diarree en braken.
    Klik voor Klik hier voor enkele middelen over een middelen ter verlichting bij onder meer kattenziekte.

Kattenluik

  • Een kleine doorgang die wordt gesloten met een luikje dat in één of twee richtingen kan scharnieren. Het geeft huiskatten de mogelijkheid de woning te verlaten en te betreden zonder menselijke tussenkomst.

Keratitis

  • Keratitis of hoornvliesontsteking is een verzamelnaam voor een aantal oogaandoeningen waarbij het hoornvlies door verschillende oorzaken ontstoken is geraakt en vertroebeld is.

Kittenmelk

  • Speciale melk voor kittens. Geef kittens geen koeienmelk, want daar kunnen de meesten niet tegen. Ze worden dan ziek.

Klassiek tabby

  • Marmer vachtpatroon met ‘bull’s eye’.

Kleurslag

  • Benaming voor het patroon en de kleur van de haarbedekking bij de kat.

Knickerbocker

  • Lange beharing aan de achterpoten tot aan de hak.

Knikstaart

  • Afwijking in de staartwervel; kwam veel voor bij Oosterse rassen maar is tegenwoordig ongewenst.

Knipogen

  • Een kat geeft een knipoog als je een kamer binnenkomt waar zij ligt, om te signaliseren dat alles veilig is. Ook een knipoog van een mens zal de kat geruststellen wanneer ze de kamer binnenkomt.

Knipvlies

  • Ook wel derde ooglid genoemd. Een extra ooglid dat de kat over zijn/haar oog kan schuiven ter bescherming. Als dit ooglid zichtbaar is bij de kat, is er wat aan de hand, raadpleeg dan uw dierenarts.

Kopjes geven

  • Het geven van kopjes aan een ander individu.
    Binnen een sociale context is dit asymmetrisch gedrag waarbij er een duidelijke richting wordt aangegeven doordat het ene individu de initatiefnemer en het andere individu de ontvanger is.

Krabpaal

  • Een stuk “speelgoed” voor katten, dat uit een dikke paal bestaat die bekleed is met een stuk ruw tapijt of omwikkeld met een stuk touw.

Krabplank

  • Een stuk “speelgoed” voor katten, dat uit een een plank of stuk hardboard bestaat en bekleed is met een stuk ruw tapijt.

L

Lactatie

  • Melkgift.

Lapjeskat

  • Vachtpatroon met meestal drie verschillende kleuren grote vlekken (waaronder wit), een kat met dit vachtpatroon is ook wel bekend onder de naam schildpad. Die twee worden vaak verwisseld.

Laryngitis

  • Strottenhoofd ontsteking.

Laryngoscopie

  • Endoscopie van de mond en keel voor onderzoek van het strottenhoofd (larynx) en de stembanden.

Lavender(l)

  • Een andere naam voor lilac.

Leopard spotted

  • Vlekkenpatroon zoals dat voorkomt bij wilde katachtigen.

Leucose

  • Een andere naam voor: Feline leukemie virus (FeLV).

Lijnteelt

  • Wanneer verwante dieren met elkaar gepaard worden, bijv. halfbroer x halfzus.

Likken van soortgenoten

  • Vachtverzorging bij een ander individu. Katten gebruiken dit om relatieverbanden tussen soortgenoten te bevestigen. Binnen een sociale context is likken symmetrisch gedrag waarbij beide individuen evenveel bijdragen in de gedragsinteractie.

Lilac

  • Warm blauw-bruin of roze-achtig grijs. Verdunning van chocolate. Kleur variëert sterk, zowel tussen rassen als binnen één ras. Ook: Lavender.

Limping Syndrome

  • Stijfheid/verlamming als gevolg van besmetting met het Feline Calicivirus.

Line-breeding

  • Het paren van katten die minder nauw zijn verwant, zoals neven en nichten. De meest toegepaste methode om bepaalde eigenschappen te verkrijgen.

Locket

  • Een vachtpatroon: een kleine witte vlek (button, knoop) die meestal op de nek, in de lies of in de oksel voorkomt maar ook wel eens op de tenen of voeten, die waarschijnlijk het gevolg is van een gen voor witte vlekken dat niet dominant is. Door fokkers ongewenst.

Longi

  • Een manxkat met een normale staart. Zie ook rumpy, rumpy-riser en tumpy).

Luis

  • Deze parasiet komt bij gezonde katten zelden voor. Men treft ze aan op de kop en langs de rug als witte eitjes (neten) die aan de haren kleven.
    Klik voor Klik hier voor middelen ter verlichting over een middel tegen luis.

Lynxpoint

  • Tabbypoint; tabby tekening op de extremiteiten.

Lynx tips

  • Plukjes haar op de punten van de oren.

M

Mackerel

  • Vachtpatroon: gestreept.

Marble

  • Vachtpatroon: gemarmerd.

Markeergedrag

  • Het gebruik van chemische signalen om te communiceren met soortgenoten en om het zelfvertrouwen van het individu te verhogen. Markeren kan wordenk gebruikt in de context van het identificeren van het territorium en tevens in emotioneel uitdagende situaties.

Melanistisch

  • Erfelijkheidsleer; recessief vererfde eigenschap waarbij vacht en huid van de kat zwart of bijna zwart is. Vaak is bij de juiste lichtval een vage tekening zichtbaar. Het bekendste voorbeeld van melanisme is de zwarte panter; het tegenovergestelde van albino.

Mink

  • Mahonie kleurig.

Mitted

  • Witte sokken aan alle vier de poten, achter meestal tot aan de hakken, voor meestal alleen de voetjes.

Mutatie

  • Een spontane verandering in de chemische structuur van een gen, met als gevolg een nieuwe erfelijke eigenschap.

N

Narcose

  • Een goede algehele narcose wordt gekenmerkt door uitschakeling van bewustzijn, pijn, reflexen en spierspanning. Hoe dieper de narcose hoe meer functies worden uitgeschakeld en hoe belangrijker het is om al deze functies te bewaken en te ondersteunen. Zie ook roesje.

Neusbrug

  • Bovenkant van de neus.

Neusleer

  • Voorkant van de neus.

Niesziekte

  • Veel voorkomend virus bij met name kittens. Te herkennen aan waterige uitscheiding uit neus en ogen.
    Klik voor  Klik hier voor enkele middelen ter verlichting over een aantal middelen ter verlichting bij niesziekte.

Non-agouti

  • Zonder vachtpatroon.

O

Ocelli

  • Lichtgekleurde tot witte vlek op de achterkant van de oren zoals voorkomend bij wilde katachtigen. Ook wel Oogvlekken genoemd.

Odd-eyed

  • Verschillend gekleurde ogen: bijv. een blauw en een geel oog. De medische benaming hiervoor is: heterochromie. Het gaat hierbij om kleurverschil in de iris van het linker- en rechteroog, of waarin één iris verschillende kleuren heeft. Twee verschillend gekleurde ogen is zeer zeldzaam en wordt heterochromia iridum genoemd. Kleurverschil in één oog komt wat vaker voor en wordt heterochromia iridis genoemd.

Oedeem (Waterzucht).

  • Stoornis in de afvoer van lichaamsvocht, dat zich daardoor tussen de cellen ophoopt en zwelling veroorzaakt.

Oestrus

  • Periode die de kat krols is.

Oligidactylisme

  • Katten met deze afwijking hebben minder dan het normale aantal tenen aan de poten.

Omgevingsallergie (Atopie)

  • Deze allergie berust op allergie voor omgevingsstoffen, zoals huisstofmijt of graspollen.

Onderwol-vacht

  • Het zachte haar onder de dekharen, dat een bepaalde mate van isolatie geeft en bescherming voor het lichaam vormt.

Oogvlekken

  • Lichtgekleurde tot witte vlek op de achterkant van de oren zoals voorkomend bij wilde katachtigen. Ook wel Ocelli genoemd.

Oormijt

  • Veel voorkomend gezondheidsprobleem bij de kat, te zien aan zwarte stippen en overmatig smeer in het oor.
    Klik voor  Klik hier voor enkele middelen ter verlichting/genezingover een aantal middelen tegen oormijt.

Osteopathie

  • Alternatieve geneeswijze, die gebruik maakt van manuele handelingen.

Osteoporose

  • Botontkalking.

Otitis media

  • Middenoorontsteking.

Otoscopie

  • Endoscopie van het oor.

Overspronggedrag

  • Een uiting van stress/dilemma: even likken of wassen van de vacht of even krabben.

P

Pancreas

  • Alvleesklier. Zorgt voor de productie en afscheiding van spijsverteringsenzymen.

Pancreatitis

  • Alvleesklierontsteking.

Parti-Colour

  • Zie calico

Peach

  • Roze-achtig lichtbruin. Verdunning van crème. Zie ook apricot.

Peke-Tick

  • De extreem korte neus bij Perzen.

Periodontitis

  • Ontsteking van de weefsels die de tanden op hun plaats houden.

Peritonitis

  • Buikvliesontsteking.

Pica

  • Het eten van vreemde voorwerpen (wol, plastic enz.).

Pigmentatie

  • Kleuring.

Pinch

  • Benaming voor een duidelijke inkeping aan de zijkant van de kop bij de overgang van snuit naar wangen.

Placenta

  • Nageboorte, moederkoek; weefsel dat de kittens in de baarmoeder met de moeder verbindt.

Plasma

  • Het bloed zonder de bloedcellen.

Platinum

  • Burmese variant van lilac.

Pleura

  • Longslijmvliezen.

Pointed

  • Een vachtpatroon: tekening op de extremiteiten (poten, gezicht, oren en staart); zie ook colourpoint, tabbypoint en lynxpoint.

Polydactylisme

  • Deze katten hebben meer dan het normale aantal tenen, tot soms wel tot het dubbele aantal.

Pre-medicatie

  • ‘Roesje’ alvorens de narcose of het euthanasiemiddel wordt toegediend.

Probiotica

  • Lichaamseigen bacteriën die helpen de darmflora gezond te houden of te maken. Wanneer een darmflora gezond is. is de weerstand van de darmen hoger en zijn deze minder gevoelig voor ziekmakende bacteriën.
    Probiotica verdringen ziekmakende bacteriën, neutraliseren giftige stoffen en verbeteren de spijsvertering. Daarnaast stimuleren zij de weerstand.

Progesteron

  •  Een vrouwelijk geslachtshormoon dat door het corpus luteum (gele lichaam in de eierstok) in de tweede fase (luteale fase) van de menstruatiecyclus en in grotere hoeveelheden tijdens de zwangerschap door de placenta wordt geproduceerd.

Puffertje

  • Feline Aerosol Chamber. Hulpmiddel om verlichtende medicijnen in te laten ademen bij katten met astma of bronchitis.

Q

Quarantaine

  • Een isolatie van een kat van de andere katten, ter voorkoming van eventuele besmetting.

R

Rabiës

  • Ernstige virusziekte, ook hondsdolheid genoemd, die het zenuwstelsel aantast. Overgebracht door de beet van een besmet dier.

Rasstandaard

  • Beschrijving van de ideale kenmerken, waar een ras aan wordt beoordeeld. Vastgesteld door overkoepelende organisaties van kattenverenigingen.

Recessief gen

  • Een gen dat uiterlijk niet tot uitdrukking komt naast een dominant gen.

Rectoscopie

  • Endoscopie van de darmen.

Regeneratie

  • Herstel.

Respiratoir

  • Betreffende de luchtwegen.

Reversibel

  • Omkeerbaar (herstellend naar de voorafgaande toestand).

Rhinitis

  • Ontsteking van het neusslijmvlies.

Rhinoscopie

  • Endoscopie van neusgaten en voorhoofdsholte.

Rhinotracheïtis virus

  • Een herpesvirus dat niesziekte kan veroorzaken.

Ringworm

  • Een huidaandoening die veroorzaakt wordt door een parasitaire schimmel (en dus niet door een worm).

Roesje

  • Hiermee wordt een gedeeltelijke narcose bedoeld waarbij bewustzijn, pijn, reflexen en spierspanning slechts gedeeltelijk zijn uitgeschakeld. Ook wel sedatie genoemd. Met een roesje kunnen de minder pijnlijke ingrepen en onderzoeken worden uitgevoerd. Hoewel ook een roesje een risico heeft is dit bij juiste bewaking veelal klein. Bovendien bestaan er voor de moderne middelen anti-injecties waardoor de werking wordt opgeheven. Zie ook narcose.

Rood

  • Deze kleur bij de kat is eigenlijk meer oranje.

Rosetted/rozet

  • Vachtpatroon van vlekken met een donkere rand op een lichtere ondergrond.

Ruddy

  • Benaming voor de wildkleur bij de Somali.

Rufous

  • Rufous: verwijst naar de mate van rossigheid van de vachtkleur, met name bij de vachtkleur van bruine tabbies. De rufous factor verandert vaal beige-‘geel’ in een briljante abrikoos kleur. Vaal oranje wordt briljant en warm rood.

Rumpy

  • Een manxkat zonder staart. (zie ook rumpy-riser, stumpy en longi)

Rumpy-riser

  • Een manxkat met een staartoverblijfsel. (zie ook rumpy, stumpy en longi)

S

Sable

  • Een andere naam voor Seal.

Schildpad

  • Vachtpatroon met ‘rode’, zwarte en bruine vlekken, een kat met dit vachtpatroon is ook bekend onder de naam lapjeskat. Die twee worden vaak verwisseld.

Schrompelnier

  • Nierprobleem. Door bindweefselvorming trekt de nier samen.

Schurftmijt

  • Mijt die zich in de huid graaft en zorgt voor een groot aantal huidklachten.

Seal

  • Heel erg donker bruin, meestal alleen op de extremiteiten (lichaamsuiteinden) van een kat, zoals bij de Siamees.

Sedatie

  • Hiermee wordt een gedeeltelijke narcose bedoeld waarbij bewustzijn, pijn, reflexen en spierspanning slechts gedeeltelijk zijn uitgeschakeld. Met sedatie kunnen de minder pijnlijke ingrepen en onderzoeken worden uitgevoerd. Hoewel ook sedatie een risico heeft, is dit bij juiste bewaking veelal klein. Bovendien bestaan er voor de moderne middelen anti-injecties waardoor de werking wordt opgeheven. Zie ook narcose.

Sensibilisatie

  • Vorming van antistoffen tegen een lichaamsvreemde stof, zoals een bacterie, na een eerste contact hiermee.

Sepia

  • 1. Schijnbaar effen gekleurde kat die het gen voor points draagt. Soms is het ook te zien dat de staart en poten iets donkerder zijn.
    2. Ivoor- tot crème-kleurig.

Sepsis

  • Ook wel bloedvergiftiging genoemd. Dit is een ernstige vorm van een infectie waarbij het afweersysteem niet kan voorkomen dat een massale hoeveelheid virussen of bacteriën in de bloedbaan terecht komen en zo alle organen kunnen worden aangetast. Verschijnselen van sepsis zijn, naast algemene verschijnselen zoals hoge koorts, een veelal pompende ademhaling en een snelle pols, afhankelijk van de aangetaste organen.

Shaded

  • Vachtpatroon waarbij de haren 1/3 gekleurd zijn.

Shell

  • Andere naam voor tipping.

Shock

  • Dit woord wordt makkelijk en veel gebruikt, maar is een zeer lastig begrip. Er bestaan veel verschillende vormen van shock: hitte shock, toxische schok, neurogene shock en septische shock. De overeenkomst tussen eigenlijk al deze vormen van shock is dat de doorstroming van het bloed niet in alle delen van het lichaam voldoende is. Indien deze situatie lang duurt ontstaat ernstige schade aan weefsels door ophoping van afvalstoffen en onvoldoende aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen. De hersenen en hart zijn het meest gevoelig voor shock. Het lichaam zorgt er dan ook voor dat de bloedsomloop in deze organen het langst op peil blijft.

Smoke

  • Vachtpatroon waarbij de haren 2/3 gekleurd zijn.

Snow

  • Ivoor- tot crème-kleurig. Kittens met deze kleur worden wit geboren, de tekening wordt pas later duidelijk.

Socialiseringsfase

  • (3e t/m 6e levensweek) belangrijke periode bij kittens voor een normale karakterontwikkeling. Tijdens deze periode moet het met alles in contact gekomen zijn: mensen, kinderhandjes, huishoudelijke geluiden, honden, een transportkooi, de auto enz. Alles wat het kitten in deze periode meemaakt zal als normaal ervaren worden. De dingen die hij niet meegemaakt heeft, zal hij later als zeer beangstigend kunnen ervaren en dit is dan moeilijk te veranderen.

Solid/Self

  • Term die wordt gebruikt voor effen gekleurde katten.

Solitair

  • Alleen levend.

Sonde

  • Een ca. 50 cm. lang en 1,5 of 2,1 mm. dun doorzichtig slangetje waarmee moedermelk-vervangende preparaten direkt in het maagje van het kitten gebracht kunnen worden.

Sorrel

  • Benaming voor cinnamon bij de Abessijn en Somali, variant van rood. Ook de kleurnaam van de oranjebruine Bengaal.

Spenen

  • De overgang van de vloeibare (moeder)melk naar vaste voeding.

Spieratrofie

  • Het dunner en kleiner worden van spieren.

Spinnen

  • Een geluid met een lage frequentie dat niet door de stembanden wordt geproduceerd, maar ergens diep vanuit de borstkas komt. Meestal een teken van genoegen of tevredenheid. Bij pijn kan de kat echter ook gaan spinnen.

Spooktekening

  • Zeer onduidelijke tekening bij een op het eerste gezicht egaal gekleurde kat. Vaak zichtbaar bij kittens maar verdwijnt meestal als ze ouder worden.

Spotted

  • Vachtpatroon: gevlekt.

Sproeien

  • Het aanbrengen van urine op een verticaal oppervlak als een markering. De kat neemt gewoonlijk een zeer kenmerkende houding aan en zorgt ervoor dat de urine is aangebracht op neushoogte zodat andere katten het signaal zullen kunnen herkennen.
    Klik voor Klik hier voor een middel tegen urinegeurverder over een middel tegen urinegeur.

Staar

  • Een aandoening aan het oog, ondoorzichtigheid van de lens. Soms aangeboren, maar vaker te zien bij ouderdom of diabetes.

Sterilisatie

  • Onvruchtbaar maken van een poes door de eierstokken en eventueel ook de baarmoeder te verwijderen. Het is dus eigenlijk net als bij de kater een castratie.

Steroïde

  • Een organische verbinding waartoe o.a. vitamine D, galzuur en geslachtshormonen behoren.

Stomatitis

  • Een algemene ontsteking van de mondslijmvliezen.

Stop

  • Diepe inkeping in de neusbrug ter hoogte van de ogen.

Stumpy

  • Een manxkat met een stompstaartje (zeer kort). (zie ook rumpy, rumpy-riser en longi)

Symptoom

  • Ziekteverschijnsel dat enige betekenis heeft voor de herkenning van een ziekte.

Syndroom van Waardenburg

  • Aangeboren afwijking die wordt gekenmerkt door gehoorverlies en veranderingen in huid- en haarpigment (denk hierbij bijv. aan witte katten waarbij dit syndroom nogal eens voor komt).

T

Tabby

  • Algemene term voor: gestreept, gevlekt of gemarmerd.

Tabbypoint

  • Tabby tekening op de extremiteiten (poten, gezicht, oren en staart).

Tachycardie

  • Hartritmestoornis.

Tan

  • Roodbruin.

Tawny

  •  1. Lichtbruin, letterlijk: taankleurig.
    2. Benaming voor een zwart gevlekte Ocicat.
    3. Benaming voor een ticked tabby American Lynx.

Teek

  • Ronde bloedzuigende parasieten. Moeten voorzichtig uit de huid worden gehaald met een tekenpincet.
    Klik voor Klik hier voor enkele middelen tegen teken en vlooien over een aantal middelen tegen teken.

Territorium

  • Een geografisch gebied dat belangrijk is voor een individu omdat zich hier belangrijke bronnen bevinden zoals voedsel, beschutting en sociale interactie.

Textuur

  • Structuur, samenstelling.

Ticking

  • Term die wordt gebruikt als de afzonderlijke haren 2 of 3 donkere banen vertonen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij gestreepte of gevlekte katten en bij de Abessijn, het wordt ook wel agouti genoemd..

Thumb print

  • Donkere veeg op de achterkant van het oor in de vorm van een duimafdruk.

TICA

  • The International Cat Association, een zeer grote kattenvereniging.

Tipped/tipping

  • Vachtpatroon waarbij alleen de uiterste punten van de haren gekleurd zijn.

Tomcat

  • Engelse benaming voor een ongecastreerde kater.

Tortie

  • Vachtpatroon met ‘rode’, zwarte en bruine vlekken, een kat met dit vachtpatroon is ook bekend onder de naam lapjeskat. Die twee worden vaak verwisseld.

Tortietabby

  • Vachtpatroon: een kat die zowel een tabby- als schildpadtekening heeft. Populaire afkorting is torbie.

Tortieshell

  • Vachtpatroon: schildpadpatroon zonder wit.

Toxoplasmose

  • Een zeer kleine parasiet die veel diersoorten kan besmetten en ook overdraagbaar is op de mens. Besmetting ontstaat door eten van een besmet prooidier of rauw vlees. De mens kan besmet worden door aanraking van besmette uitwerpselen.

Tracheoscopie

  • Endoscopie van mond, keel en luchtpijp.

Transponder

  • Identificatiechip voor huisdieren.

Tri-Colour

  • Andere naam voor lapjeskat.

U

Urethra

  • Plasbuis.

 

Urinesproeien

  • Het aanbrengen van urine op een verticaal oppervlak als een markering. De kat neemt gewoonlijk een zeer kenmerkende houding aan en zorgt ervoor dat de urine is aangebracht op neushoogte zodat andere katten het signaal zullen kunnen herkennen.
    Klik voor Klik hier voor een middel tegen urinegeur over een middel tegen urinegeur.

Urogenitaal

  • Met betrekking tot de urinewegen en de geslachtsorganen.

Uterus

  • Baarmoeder.

V

Vaccinatiesarcoom

  • Een kwaadaardig gezwel, ontstaan op de plek van en door vaccinatie.

Van/Van Bicolour

  • Witte kat met gekleurde staart en oren/bovenkant kop.

Verdunning

  • Lichtere uitvoering van een kleur bijv.: de verdunning van rood is crème.

Vlo

  • Een parasiet, zichtbaar als roodbruine insecten ter grootte van een speldeknop. Meestal te vinden in de hals, de liezen en bij de aanzet van de staart. De aanwezigheid van vlooien is meestal te zien door de uitwerpselen die als bruin/zwarte korreltjes in de vacht zichtbaar zijn.
    Klik voor  Klik hier voor middelen tegen vlooien  over een aantal middelen tegen vlooien.

Vomeronasaal orgaan (VNO)

  • Ook genoemd: orgaantje van Jacobson. Twee blind eindigende zakken gesitueerd tussen de neus en de mondholte waarvan de toegang zich bevindt tussen de snijtanden. Zie ook Flehmen.

Vroegcastratie

  • Castratie op een leeftijd tussen de 8 en 16 weken.

W

Werpkist

  • Kist met een (half)open bovenkant, waarin de poes kan bevallen en haar kittens kan verzorgen. Een kartonnen doos kan deze funktie ook prima vervullen.

Wildkleur

  • Roodbruin met ticking: zie ook ruddy.

Whisker break

  • De plek waar de snorhaarkussens overgaan in de wang.

Worm

  • Er bestaan diverse maag/darm-wormsoorten die het spijsverteringskanaal kunnen plagen. Longworm plaagt het respiratieorgaan. Zorg dat uw kat 2 maal per jaar ontwormd wordt, en zorg dat parasietdragers bestreden worden (luizen en vlooien).
    Klik voor Klik hier voor enkele middelen tegen wormen over een aantal middelen tegen wormen.

Z

Zilver

  • Zeer lichtgrijs, maar met name bepaald door een vachtpatroon.

Zoönosen

  • Ziektes die kunnen overgaan van de ene op de andere gewervelde soort, met inbegrip van de mens.

Geraadpleegd: Mijn boekenkast Allemaalkatten.nl Noorseboskatten.net Dierenkliniek ‘t Ossehoofd
Laatste update: 11 november 2016