Ga naar de inhoud

Boekbesprekingen

Als je op de plaatjes klikt, ga je over het algemeen naar Bol.com.
Je hebt dan vaak de keuze uit een nieuw of tweedehands boek.

rotkat-hij-draagt-een-ooglapje

Rotkat. Schrijfster: Janneke Schotveld. Vanaf 6 jaar.

Recensie: Geestig boek over het enerverende leven van een straatkat.

De straatkat uit dit boek voor beginnende lezers, luistert naar de naam die iedereen hem altijd toeroept: Rotkat!
De schooier draagt een ooglapje (in feite is hij dus een ooglapjeskat), omdat Mohammed de Meeuw hem ooit een oog uitpikte toen Rotkat diens neefje verorberde. “Sindsdien zijn ze vrienden”, staat er droogkomisch.
We volgen Rotkat, innemend geportretteerd door illustrator Praagman, gedurende een dag uit zijn enerverende zwerversbestaan: hij flirt met de deftige poes Mimi, jat een vis, wordt gevangen door de Kattenvanger, maar weet te ontkomen.
Dat alles wordt geestig opgediend in ritmisch proza, met soms terloops rijm of een fijn zinnetje: “Samen alleen is leuker”, zegt de zwerfster die Rotkat voorstelt om voortaan samen op te trekken. Ook grappig hoe Mohammed en Rotkat herhaaldelijk besluiten te vertrekken: “Zullen we? We zullen!”
Het boek verschijnt in de serie Tijgerlezen, die niet aan AVI-leesniveaus doet, maar ervan uitgaat dat kinderen zelf kunnen beoordelen aan welk deel ze toe zijn.
Rotkat is een toptitel uit de reeks, die meer moois voortbracht, zoals Zondag, maandag, sterrendag, Bob Popcorn, Miss Eenhoorn en Hoe beroof je een bank?
Trouw-Tijdgeest, 24 oktober 2020. 


Poes in verdrukking en verzet 1940-1945

Poes in verdrukking en verzet 1940-1945

Recensie: Een fraai document over hoe het de poes verging in barre tijden.

Blijf achter de warme kachel spinnen. Slijp de nagels. Twee van de ‘Zes geboden voor onze katten’, zoals op 23 december 1943 gepubliceerd in de Provinciale Noord-Hollandsche Courant. Kerstmis in oorlogstijd. Schaarste, vlees op de bon, honger. Het was Code Rood voor elke Nederlandse poes. In het bijzonder: Verhoogde Kattenmeppersdreiging. Want gebraden poes is culifamilie van het konijn. Als je het niet weet, proef je geen verschil. En als je het wel weet, is poes lekkerder.

In café ’t Mandje aan de Zeedijk in Amsterdam werd de bouillon voor de erwtensoep niet meer getrokken van varken, maar van poes. Niemand klaagde. Een eetsalon in Valkenswaard serveerde ‘hazenpeper’. De uitbater en zijn toeleverancier de kattenmepper (knuppel, jutezak, vis als lokmiddel) werden gearresteerd. Gerechtigheid, maar als het aan de kat ligt, waren ze ook ‘fout’. In het feitelijk gedocumenteerde verhaal dat Paul Arnoldussen vertelt over de noodlottigheden en heldendaden van de Nederlandse poes in oorlogstijd, dringen zich regelmatig zulke bijna-overeenkomsten op met de drama’s die zich afspeelden in de mensenwereld.

In twee aanhangsels verhaalt Arnoldussen de lotgevallen van Neerlands bekendste oorlogspoezen: Moortje van Anne Frank, en Marten Toonders Tom Poes. Oorlogspoezenhelden, zeker. Maar als het aan de kat ligt, dan is Poes in verdrukking vooral een zeer aaibaar monumentje voor de Onbekende Poes.


Een onverwachte reis

Een onverwachte reis

Een nestje kittens wordt achtergelaten in een doos aan de rand van een groot bos. Ze slapen als roosjes en hebben niets in de gaten. De oudste, De Rosse, denkt dat hij de sterkste en de slimste is en neemt al snel de touwtjes in handen. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn zusjes en broertje.
Die verantwoordelijkheid dragen is alleen minder makkelijk dan hij in het begin, denkt. Samen maken ze avonturen mee die de kleintjes niet snel zullen vergeten.

Hieronder een voorproefje.

Onderzoekend en bang kijk ik de richting uit van het oorverdovende lawaai. Met veel moeite houd ik mijzelf en mijn gevoelens in bedwang, al mijn haren trachten overeind te komen. Een natuurlijke reactie, maar erg vervelend en niet gemakkelijk om tegen te houden. Ernstig en koelbloedig ben ik nu op weg, richting het geluid. Op de tippen van mijn pootjes, sluipend, steeds dichterbij, tussen de struiken door, om onopgemerkt iets meer op te kunnen vangen van de oorzaak betreffende dit ongekende lawaai. De anderen blijven bibberend achter.
Pal voor mijn neus zie ik een natte bol, hij komt doorheen het struikgewas gepord. De twee gaten erin zien er echt groots uit van dichtbij. Ze bewegen op en neer, en van links naar rechts.
De ganse, glimmende bol is in beweging! Stil houden, Rosse, denk ik bij mezelf, stil houden jongen. Dit is net zo’n snuit als die van Sloeber, de hond die bij ons woonde. Alleen is deze veel, heel veel groter! Wetende dat ook Sloeber ons steeds vond in de kleinste hoekjes, besef ik dat dit natte geval mij zeker ruikt, dat kan niet anders. De natte geurzoeker van het soort beest dat ze hond noemen, heeft ongekende capaciteiten. Zeker en vast dat hij me allang weet te zitten. Gespannen, afwachtend, komt nu ook het harige gedeelte van de natte top mee de struiken in, steeds meer naar mij toe.
Twee grote, glanzende ogen staren me plots verbaasd aan. Mijn pootjes trillen, terwijl ze doorzakken, en mijn buik het korrelige zand raakt. Omdat ik geen kant op kan, houd ik mij maar zo plat mogelijk. De warme adem van heel het geval voel ik over mij heengaan. Een onderzoekend, snuffelend geluid glijdt ook nog eens over mijn nek tot aan mijn staartpuntje, dat eveneens trilt van angst. Een druppel kwijl komt uit de bek los en valt op mijn rechteroor, Bah, wat vies!


Katten voor dummies

Katten voor Dummies

Bij het uitgebreide hoofdstuk over vachtverzorging, zal zelfs de kenner denken: “Dat is een goed idee!”

Er is een apart hoofdstuk gewijd aan het op reis gaan met je kat en de verhuizing. Vooral het deel over de verhuizing is zeer verhelderend.

Als je nog niet weet of je een kitten of een volwassen poes of kater wilt, is er een hoofdstuk opgenomen waarin in gewone taal staat beschreven wat de voor- en nadelen zijn.
Uiteraard is er ook een deel gewijd waar je aan moet denken als je een kat in huis neemt.

Achterin het boek staan enkele kleurenfoto’s waarbij in het kort de verschillende vachttypen en kleuren te zien zijn.

Een apart hoofdstuk gewijd aan het op reis gaan met je kat en de verhuizing. Vooral het deel over de verhuizing is zeer verhelderend.

Als je nog niet weet of je een kitten of een volwassen poes of kater wilt, is er een hoofdstuk opgenomen waarin in gewone taal staat beschreven wat de voor- en nadelen zijn.
Uiteraard is er ook een deel gewijd waar je aan moet denken als je een kat in huis neemt.

Achterin het boek staan enkele kleurenfoto’s waarbij in het kort de verschillende vachttypen en kleuren te zien zijn.

Hieronder heb ik de delen opgenomen.

  • Deel 1: Denken als een kat
  • Deel 2: Een kat of kitten in je leven halen
  • Deel 3: Een gelukkige, gezonde kat
  • Deel 4: Lang en gelukkig leven met je kat
  • Deel 5: Het deel van de tientallen
  • Bijlage: informatiebronnen

Een puntje van kritiek moet ik hier echter wel kwijt.

Jammer genoeg staat in de bijlage bij België alleen het adres http://www.dierenbescherming.be. Dit is een lid van de NRDB. Het zou dus beter zijn geweest om de NRDB te vermelden, omdat je dan alle aangesloten organisaties vindt.
Wat me ook opviel was dat er enkele keren 2 kattensites worden vermeld, t.w. de kattensite en kattenplaza. Jammer genoeg heeft men niet goed gekeken bij het maken van deze keuze. Waarom alleen deze sites worden vermeld is me dus niet duidelijk, want zeker als het om informatie gaat, kan deze site (Weetjesoverkatten.nl) de toets der kritiek prima doorstaan.

Ondanks het bovenstaande is het boek zeker een aanrader.


Lijfboek voor katten

Toen ik dit boek ontving, begon ik er direct in te bladeren. Wat dan het eerst opvalt zijn de prachtige tekeningen. Hierdoor wordt je aandacht niet afgeleid, maar je wilt gewoon direct een stukje lezen.
Uiteraard zijn er veel meer striphelden dan Garfield!
Ook wordt een aantal avontuurlijke katten besproken.
Natuurlijk wordt er ook aandacht besteed aan de voorouders.
Een handleiding om zonder gezichtsverlies uit een boom te komen is eigenlijk een must voor de kat. Ook die kom je dus tegen.
Je kan ook lezen dat het raamprogramma een zeer belangrijke bezigheid is.
Nog een handleiding: Hoe ga je om met de monsterlijke stofzuiger. zeker een aanrader.

Hieronder een stukje over de kat die “de vermoorde onschuld” speelt.
Mensen willen je laten geloven dat er wanneer puntje bij paaltje komt slechts twee opties zijn – onschuldig of schuldig. Wel, dat brengt je in een moeilijk parket, nietwaar? We willen je niet dwingen je met een akelig begrip als “schuld” bezig te houden en daarom raden we je aan onschuld te zien voor wat het is – een geestestoestand.
Onschuld is ook een reeks schattige gebaren die je gemakkelijk kan aanleren, zoals grote ogen opzetten, aanhankelijk kopjes geven en je pootjes zo, zo . . . ja zo neerzetten. Het komt erop neer dat je er zo uit moet zien:

De grote onschuld

Misschien vraag je je af of iemand stom genoeg is om hierin te stinken. Wees gerust. Ja hoor!

Gedomesticeerd betekent niet hetzelfde als dociel. Een wezen dat ooit duizend jaar lang over Egypte regeerde, moet zijn dagen niet doorbrengen in een saaie sleur van slapen, eten en slapen. Het wordt hoog tijd dat de katten van deze aarde wakker worden uit hun dutjes en de teugels van hun leven stevig in eigen poot nemen. Het kattenboek biedt de kritische kittens van vandaag verstandige adviezen over alles wat ze moeten weten van weloverwogen richtlijnen over het gebruik van kartonnen dozen of de gevaren van kattenkruid, tot een korte geschiedenis van het felinisme.

Je vindt er onfeilbare tips over het wakker maken van mensen omdat het allang etenstijd is, over het kiezen van het volmaakte cadeau en over staartechnieken. Bovendien leer je hoe je handig gebruik maakt van bijgeloof. Hoe houd je in de karige 24 uur die elke dag bevat toch je vacht onberispelijk? Voor jou heeft dit geen geheimen meer! Katten: Ontdek het ondeugende plezier dat je kan hebben wanneer jij de baas bent!

Tijger en Minoe schreven deze parodie zonder toestemming van wie dan ook, want sinds wanneer hebben katten iemands toestemming nodig? Ik heb genoten en raad het iedereen aan.


Poes, Midas Dekkers

Poes

“Poes” is een pocket van de hand van Midas Dekkers. Het is geschreven op de hem bekende manier. Hij neemt geen blad voor de mond en noemt man en paard. (Poes en kattenbak?). Al lezend kom je steeds meer dingen tegen die erg herkenbaar zijn voor kattenliefhebbers.
Vooral het verhaal: “de huistiran”, ligt me na aan het hart. Ik citeer een klein stukje hieruit:

“Het besef dat je altijd onvolmaakt zult zijn, dat je liefde nooit groot genoeg is om te worden beantwoord, wordt je door niemand zo ingepeperd als door een poes. Poezen trappen op je ziel met een gemak dat elk ander wezen lelijk zou opbreken. En net wanneer je besluit dat er toch ook een leven moet zijn zonder poes, komt hij bij je voor een seance. Eén goed geplaatst kopje en je bent er weer voor weken ingeluisd.”

Je leest het in een stuk uit. Beslist een aanrader.


De opkomst van de kat

Een boek van de kattenspecialist bij uitstek Roger Tabor. Als er iets is wat je moet weten over katten, moet je dit boek lezen. Hij is een Engelse bioloog die het TNC plan bedacht heeft. TNC staat voor Trap (vangen) Neuter (steriliseren dan wel castreren) en Return (terugplaatsen). Tot nu toe zijn er veel steden (ook in België) die denken het kattenprobleem op te lossen door de zwerfkattenpopulatie te “ruimen”. Tabor heeft beschreven dat als je een kattenpopulatie ruimt er binnen de kortste keren een nieuwe ploeg klaarstaat om hun plaats in te nemen. Dat lost het probleem dus niet op! TNC werkt wel!
Het boek van Roger Tabor geeft je een inzicht in veel kattenzaken waarvan je zelfs het bestaan niet wist.

Een voorbeeld.

Kattengezelschap.
Volgens de dierenvoedselfabrikanten zijn er in het Verenigd Koninkrijk 7 miljoen katten en in de Verenigde Staten van Amerika 51 tot 57 miljoen. In de jaren ’80 van de vorige eeuw steeg het aantal huiskatten met 30%. Waarom? Mensen, die in flats wonen met weinig ruimte en met weinig tijd om een hond uit te laten, kunnen best een kat vertroetelen; mensen die de hele dag van huis zijn, nemen vaak een tweede kat als gezelschap voor de eerste; gemiddeld 40% van de huishoudens heeft een tweede kat. Maar waarom dan toch een huisdier? Voor veel mensen, met inbegrip van de moderne Yuppie, speelt het de rol van een niet veeleisend, altijd aanwezig kind, dat zich simpel laat verzorgen. Jonge tweeverdieners stellen het krijgen van kinderen vaak nog even uit en met name de kat is dan een substituut. Gezelschap staat boven aan de lijst van redenen waarom mensen een kat willen. Met de hedendaagse werkdruk, uiteenvallende huwelijken en eenzaamheid is er een grote behoefte aan een kameraad, die rustige zekerheid verschaft. De kat is de droom van iedere therapeut. Kattenbezitters schijnen langer te leven dan zij, die geen kat bezitten.

Zo is het ook bij mij, ik ben vrij gezellig en de katten zijn mijn kinderen. Natuurlijk moet je ze af en toe wel eens bestraffend toespreken, maar je hebt er zo veel genot van!
Ook legt Roger Tabor uit waarom de kat cadeautjes bij je brengt. Mijn eerste kat, Cyp, had de gewoonte om kikkers mee naar huis te nemen. Het eerste exemplaar heb ik nog compleet buiten kunnen zetten, het tweede had hij vast als voorzorg een pootje afgeknabbeld. Dit boek van Roger Tabor is een aanwinst voor mensen die meer willen weten van hun huisgenoot (de kat dus). Het ISBN nummer is: 90-6291-845-x en het zal niet makkelijk te koop zijn. Het boek is voor het eerst uitgegeven in 1983. Voor wie wil weten wat zijn kat beweegt, is dit een absolute aanrader

Peter van Kuyk

Boek Poezen

Poezen.

Ik meen een afkeer te hebben van rechtse en linkse politiestaten. Toch heb ik de honds-trouwe doorzichtige befehl-ist-befehl-hond, gedrild door baasje dictator, altijd geprefereerd boven de vrije dissidente onafhankelijke mysterieuze ondoorgrondelijke kat. Er is geen sprake van een fanatieke afkeer. Ik heb bij de kat nog niet het licht gezien. Een flink deel van de mensheid begint te spinnen van geluk en welbehagen als er een kat verschijnt. Een ander deel bekruipt een bepaald soort afgrijzen. We hadden vroeger een ‘nare boze meneer’ in de straat die met stenen gooide zodra een kat met opgestoken staart zijn tuin betrad.

Wat moet je als je tot die minderheidsgroep behoort die zich geen houding weet te geven tot de kat – niet tegen, maar ook niet overtuigend voor? Zoals bij andere problemen kan therapie een uitkomst zijn. Als ze zo’n therapie gaan organiseren, dan is Poezen van de Italiaanse kattenconnaisseur Giulio Siro een prima werkboek. Siro verzamelde een paar honderd uitspraken van artistieke, geleerde en wijze mannen over ‘de grote verleidster’ onder de huisdieren en – in chronologische volgorde – een paar honderd afbeeldingen van katten die zichtbaar zijn op grote kunstwerken. Hun beeltenis vergrootte Siro flink uit. Van Egyptische hiërogliefen tot Frans Hals, van Romeinse mozaïeken tot Renoir en van Griekse zuilen tot Gauguin, de kat was er altijd bij. Whiskas at ze nog niet, wel vaak de restanten van overheerlijke spijzen die op lange tafels waren uitgestald.

Als een goed therapeut heeft Siro ook minder vleiende dingen over de kat in Poezen opgenomen. Conform een boeddhistische legende kwamen na de dood van de Boeddha alle dieren bij elkaar om te rouwen. Slechts twee hielden de ogen droog, de slang en, inderdaad, zij. Er is een Portugees spreekwoord dat stelt: ‘De kat is onze beste makker – jammer dat ze krabt.’ De Amerikaanse schrijver Jeffrey Masson had het helemaal niet op katten: ‘Zelden dient een dier zo zichzelf met zo’n exclusiviteit als een poes.’ Niemand minder dan de grote negentiende-eeuwse Franse snelschrijver Honoré de Balzac was een kattenverachter: ‘De hemel is in haar pupillen, de hel is in haar hart.’ Dat is even wat anders dan dat eerbetoon van dichter Jean Burden : ‘Een hond is proza, een kat is poëzie.’

Het diepste inzicht in het wezen van de kat verschaft wat mij betreft de Amerikaanse schrijver Garrison Keillor: ‘De functie van de katten bestaat erin ons te leren dat niet noodzakelijkerwijs elk ding in de natuur een functie heeft.’

Poezen heeft het mysterie niet helemaal voor me ontrafeld, maar ik heb het idee dat ik meer greep heb gekregen op de materie.


Het geheim van de kat

Het geheim van de kat

Wetenschap is soms wonderlijk eenvoudig. Neem die keer dat John Bradshaw, diergedragskundige aan de Universiteit van Bristol, wilde weten of het echt zo is dat katten altijd het liefst op schoot springen bij degene die katten háát.
Wat doe je dan? Gewoon: je zet kattenhaters in een kamer, schuift een kat om de hoek en wacht af wat er gebeurt. ‘Zo ontdekten we dat dit verhaal vooral tussen de mensenoren zit’, vertelt Bradshaw. ‘De meeste katten snappen prima dat zo iemand niet van katten houdt en komen niet dichterbij. Maar er was bij ons experiment ook één kat die het tegenovergestelde deed: hij kwam meteen op de kattenhaters af, sprong op schoot en begon luid te spinnen. Het lijkt erop dat zo’n kat zich vergist, de lichaamstaal verkeerd interpreteert. Alleen zijn die uitzonderingen wél wat een angstig persoon zich herinnert.’

Eigenwijs, mysterieus, ondoorgrondelijk, een aaibaar raadsel

‘Katten geven zich minder bloot. Hun gezicht is niet erg expressief, anders dan bij een hond. Als afstammelingen van solitair levende wilde katten zijn ze evolutionair niet aangepast om veel signalen aan de buitenwereld te geven. Maar hun geheim is dat ze wel degelijk een rijk en gecompliceerd emotioneel leven hebben. Er zit vaak verschil tussen wat wij denken dat katten voelen, en wat ze echt voelen.’

Noemt u eens een voorbeeld?

‘Bij een onderzoek maten we de hoeveelheid stresshormoon in de urine van asielkatten. Katten die net in het asiel komen, zijn allemaal gestrest. Maar bij sommige katten gaat het stressniveau al snel naar beneden. Dat zijn over het algemeen katten die sneller naar mensen gaan, maar ook katten die zich agressief en onvriendelijk opstellen. Terwijl er ook katten zijn die heel passief zijn, eruitzien alsof ze de situatie accepteren. Totdat je naar hun urinemonsters kijkt: ze zijn juist gestrest. Die op het oog rustige katten sluiten zich af, proberen te negeren wat er gebeurt.’

Nog zo’n klassieker: katten hebben weinig op met mensen, het gaat ze alleen maar om eten en slapen.

‘Voedsel is belangrijk. Katten zijn territoriale dieren, dus ook hun fysieke omgeving is belangrijk. Er moeten veilige plekken zijn, waar de kat ongestoord kan rusten. Maar daarna, in die context, zal hij zich wel degelijk richten op andere katten of op mensen. Het is een kwestie van prioriteiten. Voor een hond hebben mensen hogere prioriteit, een kat hecht meer aan zijn vertrouwde omgeving dan aan jou. Vandaar dat je met een hond wel aan een leiband kan lopen, en met een kat niet.’

Maar ze hechten zich dus wel degelijk aan ons?

‘Ze leren over ons zo gauw ze voor het eerst hun ogen opendoen. En ze kunnen wel degelijk affectieve relaties aangaan met individuele mensen. Dat doen ze dan ook: ze kunnen totaal verschillend reageren op verschillende leden van een huishouden.’

Wat zijn wij eigenlijk, in de ogen van een kat? Hun kittens?

‘Dat wordt inderdaad wel beweerd, omdat katten hun prooi naar ons toe brengen, net zoals ze bij hun kittens doen. Maar ik denk dat daarvoor een simpeler verklaring is. Als katten een muis vangen, zullen ze hem meenemen naar de veiligste plek die ze kennen – hun huis. Eenmaal daar aangekomen staat de kat voor de keuze: muizenvlees, of het veel smakelijker kattenvoer. De kat kiest dan voor het voer. Helaas voor de muis wel een beetje laat.’

We zijn dus geen kittens. Waar ziet een kat ons dan wel voor aan?

‘Een belangrijke aanwijzing is hoe katten mensen die ze graag mogen, begroeten. Ze zetten hun staart rechtop, gaan tegen je aan wrijven, likken misschien je handen. Dat zijn allemaal gedragingen die ze in de poezensamenleving vertonen tegenover soortgenoten, en dan vooral tegenover de oudere, ervaren katten met meer status. Mijn gok is daarom dat ze denken dat wij andere katten zijn. Niet hun ouders of hun kittens, maar andere katten, die de controle hebben over bronnen zoals voedsel.’

Zijn katten geëvolueerd tot socialere dieren?

‘Ik denk van wel. Mijn gok is dat de belangrijkste aanpassingen al plaatsvonden vóórdat ze in Egypte de status van huisdier kregen. De Egyptenaren hielden katten namelijk al in tamelijk hoge dichtheden, en dat lukt je niet met wilde katten. Die zouden voortdurend vechten.

‘Ik denk dat de domesticatie vooral werd aangedreven door de katten zelf. Zo’n tienduizend jaar geleden, toen de mens voor het eerst ging landbouwen, kwamen de katten op ons af, aangetrokken door de muizen die op ons graan afkwamen. In het begin zullen die katten veel hebben gevochten: dit zijn míjn muizen. Maar omdat er genoeg voedsel was, zullen katten die allianties aangingen in het voordeel zijn geweest. Er was dus evolutionaire druk richting meer coöperatieve katten. De kattenmaatschappij kan weleens een gevolg zijn van het feit dat ze bij ons zijn gaan leven.’

Maar hun evolutie is nog niet af, schrijft u ook. Terwijl honden heel wat anders zijn dan de wolven waarvan ze afstammen, zijn katten in feite geen huisdier: ze hebben een territorium, paren vaak buiten onze controle en jagen op klein wild, tot grote zorg van natuurbeschermers. En erger nog: u maakt zich zorgen dat we onbedoeld bezig zijn steeds wildere katten te kweken.

‘We hebben één ding veranderd aan de evolutie, en dat is de manier waarop we hun aantallen inperken. Katten brengen meer nakomelingen voort dan nodig. Vroeger werden die kittens verdronken, hoe akelig dat ook klinkt. Tegenwoordig is de trend om ze te steriliseren en te castreren. Daardoor krijgen juist de vriendelijkste, meest meegaande katten geen nageslacht meer. En zijn de genen van de wildere straatkatten, die niet zo sociaal zijn, in het voordeel. Ik denk dat dit op termijn onze aandacht behoeft.’

We kweken rotkatten in plaats van schootkatten…

‘We duwen langzaam in die richting, ja. Wat je wilt, is een kat die vriendelijk is, aangepast aan mensen. Eentje die minder de behoefte heeft om te jagen, waardoor vogels, muizen en andere prooidieren gespaard blijven.’

De goeiige huispoes kunnen we dus maar beter niet steriliseren?

‘Uiteindelijk moeten we misschien zoiets doen. Recent onderzoek lijkt aan te geven dat er maar een beperkt aantal genen is – tien tot twaalf – waarin katten zich onderscheiden van hun wilde voorouders. Dus wellicht is het mogelijk om katten te kweken met een volledige set ‘huisgenen’.

‘Maar op de korte termijn is er vooral veel dat mensen kunnen doen. Mensen denken vaak dat je katten niet hoeft te trainen. Dat is in sommige opzichten waar, maar toch is er nog een hoop ruimte voor training. Je kan katten met eenvoudige trucs aanleren met andere katten om te gaan, of minder mensenschuw te zijn. En ik denk dat je zelfs hun drang om te jagen wat kan intomen, door ze speeltjes te geven en ze bijvoorbeeld niet ’s nachts, maar overdag buiten te laten. Het zal de band tussen kat en baasje verstevigen, dus iedereen wint erbij.’

Want anders krijgen we herrie?

‘Mogelijk wel, ja. Onze relatie met katten is altijd complex geweest. Katten zijn op dit moment erg populair, maar nog maar een paar eeuwen geleden werden ze in sommige landen gezien als duivels en zelfs vervolgd. Dat zie je door de geschiedenis heen: hun populariteit komt en gaat. In Nieuw-Zeeland is bijvoorbeeld momenteel een heftig conflict gaande tussen mensen die alle katten willen uitroeien omdat ze zoveel schade toebrengen aan de natuur, en de mensen die ze als huisdier houden. Af en toe laait de strijd tussen voor- en tegenstanders stevig op, en soms gebeurt het dat de mensen die een hekel hebben aan katten de overhand krijgen.’

Allemaal Afrikaans

Een van de grootste verrassingen van het recente kattenonderzoek is dat álle katten – van pers en siamees tot huiskat – afstammen van één wilde soort, de Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica). Dat is opmerkelijk, omdat vaststaat dat men in onder meer China en Zuid-Amerika ook andere wilde katten heeft geprobeerd te domesticeren. Tevergeefs, zo blijkt uit het katten-dna.

‘Tot over een paar jaar’

Zo eindigde het vorige gesprek tussen de Volkskrant en huisdierdeskundige John Bradshaw, die toen net een boek over honden had geschreven. De kat ontbrak nog, besefte ook Bradshaw. ‘Ik heb wel boeken over katten geschreven voor wetenschappers, maar die zijn erg technisch. Bij katten is het punt dat het onderzoek de kattenbezitter nog niet echt heeft bereikt.’

Maarten Keulemans
De Volkskrant 5 oktober 2013

blauwe balk
 
Naar De Arend Naar DEKBED Discounter
Naar Koopjedeal Naar WoonQ
Naar De kattenspeelgoed specialist Naar vergelijking Kattenverzekering

         

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.