Een hond is proza, een kat is poëzie

Klik op het plaatje om het boek te bestellenOlaf Tempelman
De Volkskrant, 21 mei 2011

Enkele uitspraken:
Kattenliefhebber William Kunstler: ‘Honden en linkse rakkers willen voor allen minzaam zijn. Katten vinden het niet belangrijk te weten of allen haar beminnen.’

Kattenliefhebber Pablo Neruda: ‘Ik ken haar niet. Alles weet ik over haar leven en haar codes, maar het lukt me niet de kat te ontcijferen.’

Kattenliefhebber Jean Cocteau: ‘De reden waarom ik katten prefereer boven honden is eenvoudig dat politiekatten niet bestaan.’

Ik meen een afkeer te hebben van rechtse en linkse politiestaten. Toch heb ik de honds-trouwe doorzichtige befehl-ist-befehl-hond, gedrild door baasje dictator, altijd geprefereerd boven de vrije dissidente onafhankelijke mysterieuze ondoorgrondelijke kat. Er is geen sprake van een fanatieke afkeer. Ik heb bij de kat nog niet het licht gezien. Een flink deel van de mensheid begint te spinnen van geluk en welbehagen als er een kat verschijnt. Een ander deel bekruipt een bepaald soort afgrijzen. We hadden vroeger een ‘nare boze meneer’ in de straat die met stenen gooide zodra een kat met opgestoken staart zijn tuin betrad.

Wat moet je als je tot die minderheidsgroep behoort die zich geen houding weet te geven tot de kat – niet tegen, maar ook niet overtuigend voor? Zoals bij andere problemen kan therapie een uitkomst zijn. Als ze zo’n therapie gaan organiseren, dan is Poezen van de Italiaanse kattenconnaisseur Giulio Siro een prima werkboek. Siro verzamelde een paar honderd uitspraken van artistieke, geleerde en wijze mannen over ‘de grote verleidster’ onder de huisdieren en – in chronologische volgorde – een paar honderd afbeeldingen van katten die zichtbaar zijn op grote kunstwerken. Hun beeltenis vergrootte Siro flink uit. Van Egyptische hiërogliefen tot Frans Hals, van Romeinse mozaïeken tot Renoir en van Griekse zuilen tot Gauguin, de kat was er altijd bij. Whiskas at ze nog niet, wel vaak de restanten van overheerlijke spijzen die op lange tafels waren uitgestald.

Als een goed therapeut heeft Siro ook minder vleiende dingen over de kat in Poezen opgenomen. Conform een boeddhistische legende kwamen na de dood van de Boeddha alle dieren bij elkaar om te rouwen. Slechts twee hielden de ogen droog, de slang en, inderdaad, zij. Er is een Portugees spreekwoord dat stelt: ‘De kat is onze beste makker – jammer dat ze krabt.’ De Amerikaanse schrijver Jeffrey Masson had het helemaal niet op katten: ‘Zelden dient een dier zo zichzelf met zo’n exclusiviteit als een poes.’ Niemand minder dan de grote negentiende eeuwse Franse snelschrijver Honoré de Balzac was een kattenverachter: ‘De hemel is in haar pupillen, de hel is in haar hart.’ Dat is even wat anders dan dat eerbetoon van dichter Jean Burden : ‘Een hond is proza, een kat is poëzie.’

Het diepste inzicht in het wezen van de kat verschaft wat mij betreft de Amerikaanse schrijver Garrison Keillor: ‘De functie van de katten bestaat erin ons te leren dat niet noodzakelijkerwijs elk ding in de natuur een functie heeft.’

Poezen heeft het mysterie niet helemaal voor me ontrafeld, maar ik heb het idee dat ik meer greep heb gekregen op de materie.

    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.