6 maart 2016

Chartreux

Korte omschrijving

kartuizerHERKOMST. Hoe de Chartreux (Karthuizer) aan zijn naam is gekomen, is altijd een raadsel gebleven. Er bestaan geen gegevens over een eventuele verbinding met Karthuizer monniken. Het ras is ontstaan uit Franse blauwe huiskatten en staat bekend als een van de oudste oorspronkelijke kattenrassen van Europa. Na de Tweede Wereldoorlog waren er weinig zuivere lijnen over. Het ras is door selectieve fokkerij gered. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg het grote internationale erkenning.
VACHT. Kort, dubbel, moet opstaan; iets wollige textuur, met zeer sterk ontwikkelde ondervacht. De Chartreux heeft relatief weinig vachtverzorging nodig, het is normaal gesproken voldoende om de vacht eens per week te borstelen. De oren af en toe schoonmaken met een voor katten bestemde oorcleaner.
De vacht staat bekend om zijn waterafstotende capaciteiten en wordt wel eens vergeleken met de vacht van een otter.
KLEUR. Uitsluitend blauw.
GEDRAG. Het is een vriendelijke en intelligente kat met een evenwichtig en rustig karakter. Hij kan het goed vinden met soortgenoten maar ook de omgang met honden geeft weinig problemen. Katten van dit ras zijn prima speelkameraadjes voor kinderen, omdat ze zelden hun nagels zullen uitslaan als iets ze niet bevalt, ze zoeken eerder uit eigen beweging een rustig plekje op. Ze spelen en klimmen graag maar zijn niet zo actief als sommige andere kortharige rassen. Hun zachte, bijna bescheiden stemgeluid zullen ze slechts zelden gebruiken.
OVERIG. Vooral katers hebben vaak opvallend dikke hangwangen. Dit is een belangrijk raskenmerk.

Een korte uitleg over het gebruik van de volgende woorden bij GEDRAG:
redelijk, nogal, erg.goed-met-kinderen-groot1
Redelijk betekent in dit geval: gemiddeld.
Bijvoorbeeld: Redelijk met kinderen wil zeggen dat de kat geen problemen geeft met kinderen, maar dat je toch wel moet uitkijken met kinderen.
Nogal rustig wil dus zeggen dat de kat meer dan gemiddeld rustig is.
Erg onafhankelijk spreekt voor zichzelf.

De geschiedenis van de Chartreux.

kartuize3De Chartreux, in Nederland beter bekend als de Karthuizer, is een van de oudere rassen.
Het is een blauwe, kortharige kat van een stevig type. Ondanks deze grove maar gespierde bouw komt de Chartreux over als een sierlijke kat. Ze groeien langzaam en worden laat volwassen.
Over de herkomst en de naam bestaan veel verschillende hypothesen, maar geen enkele is onomstotelijk bewezen.
Hoewel het ras pas sinds het begin van de vorige eeuw (rond 1923) doelbewust gefokt wordt, is het door de eeuwen heen vaak beschreven in de werken van wetenschappers.

Herkomst van de naam
In de 16e eeuw werd er reeds melding gemaakt van blauwe, kortharige katten die in Italië en Frankrijk voorkwamen. Naar verluidt zouden deze katten afkomstig zijn uit een geïsoleerd liggende, bergachtige streek in Frankrijk met de naam Grand Chartreuse.

De naam Chartreux duikt voor het eerst op in “le Dictionnaire Universel du Commerce d’Histoire Naturelle et des Arts et Métiers” uit 1723. In deze encyclopedie omschrijft Savarry des Bruslon de Chartreux als volgt.

“Katten.- Katten zijn er in verschillende kleuren zoals wit, zwart……Ter aanvulling van het voorgaande kan men opmerken dat er enkele katten zijn die blauw-achtig zijn. Dit laatste type wordt de Chartreux genoemd omdat de monniken van deze orde de eerste waren die katten van ras bezaten.”
“Chartreux.- De gewone naam voor het type kat met een blauwe pels. Pelsjagers drijven handel in deze pelzen.”

In deze passages wekt Des Bruslon de indruk dat de blauwe katten los staan van de overige katten.

Vele wetenschappelijke schrijvers, waaronder de bekende bioloog Carl Linneaus, nemen de naam vervolgens over.

De naam Chartreux zien we ook terugkomen in de erotische roman “Les bijoux indescrets” uit 1748 waarin de Chartreux wordt genoemd als het huisdier van een rijke dame. De schrijver van dit boek, Denis Diderot (1713-1784) is een eigenzinnige intellectueel die als redacteur betrokken raakt bij het maken van de Franse encyclopedie “ou dictionnaire Raisonne
des sciences, des arts et des Metiers, par une societe de gens de lettres”
waarmee hij grote faam verwerft.

Le chat qui rit jaargang 1, nummer 4, juli 2006De Buffon (1707-1788) was de belangrijkste auteur van de “histoire Naturelle” een 44 delige encyclopedie waarin de hele natuur en haar werking wordt omschreven. In deze encyclopedie wordt de Chartreux uitgebreid besproken.

Een andere aanwijzing met betrekking tot de herkomst van de naam vinden we in “Le Dictionnaire Raisonne et Universel des animaux” uit 1959 waarin de Chartreux in verband wordt gebracht met de stad Parijs.
Ook Linneaus onderscheidde verschillende Europese kattenrassen waaronder de Chartreux.

Over de herkomst van de Chartreux laten de biologen zich niet uit. Wel wordt er soms verwezen naar de Karthuizer monniken, maar deze kloosterorde wijst elke verbondenheid met het ras resoluut van de hand.
Ook wordt er soms verwezen naar het Midden-Oosten en zelfs naar Zuid-Afrika, maar deze theorieën zijn vaak vergezocht en blijven onbewezen. Logischer is het dat de Chartreux een benaming was voor de blauwe huiskatten die van origine in Frankrijk voorkomen. Blauw is immers een kleur die ook bij gewone huiskatten voorkomt en die bij veel mensen bewondering oproept.

Vanaf de 18e eeuw duikt de naam Chartreux regelmatig op in diverse boeken en artikelen als men het had over blauwe, kortharige katten uit Parijs. De Chartreux is onlosmakelijk verbonden met Frankrijk, waar zij grote populariteit geniet. De Franse liefde voor de Chartreux gaat ver terug. Zo droeg de Franse dichter Joachim Du Bellay (1522-1560) al aan het begin van de 16e eeuw een gedicht op aan zijn overleden blauwe kat. Recentere voorbeelden zijn de Franse oud-President de Gaulle en de Franse schrijfster Colette (1873-1954) die een boek schreef over haar favoriete Chartreux, Saha.

Ontstaan van het ras
De eerste omschrijving vinden we in het werk van de Franse dichter Joachim Du Bellay (1522-1560). In zijn gedicht “Vers français sur la mort d’un petit chat” omschrijft hij het verdriet dat hij heeft over de dood van zijn kleine grijze/blauwe kat, Belaud genaamd, die hij prijst om zijn jagerskwaliteiten. Meer nauwkeurige en wetenschappelijke beschrijvingen vinden wij in het al eerder genoemde werk van de Buffon en de werken van Aldrovandi en Linnaeus. Androvandi omschreef in zijn boek “De Quadrupedibus digitativis viviparis Libri Tres” de zogenaamde kat van Syrië. Het gaat hier om een op een Chartreux gelijkende blauwe kat met een duidelijke tabby tekening. Deze kat zou, zo menen enkele mensen door kruisvaarders uit Syrië zijn meegenomen naar Frankrijk en daar de basis hebben gelegd voor de Chartreux.
Le chat qui rit jaargang 1, nummer 4, juli 2006Linnaeus classificeerde de Chartreux vervolgens als Felis catus coeruleus (blauwe kat) een naam die in de latere literatuur werd veranderd in Felis catus carthusianorum.
Buffon en zijn collega Daubenton volgen Linneaus en maken allereerst onderscheid tussen 6 soorten katten namelijk de wilde kat, 2 soorten huiskatten, de Spaanse kat, de Angora en de Chartreux. Hierna gaan zij dieper in op de twee laatstgenoemde rassen. De Nederlandse wetenschapper M. Noel Chomel gebruikte de omschrijving van Daubenton in zijn “Algemeen Huishoudkundig-,natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek” uit 1778 en deze luidde:
“Huiskatten die aschkoleurig zijn, bijgenoemt Karthuizer Katten. Het haar van deeze Katten is aschgraauw, ten grootsten deele van deszelfs langte en aan de punt beneden, aan welker uiterste men een zwartachtig bruin ziet; dewijl de haairtjes zeer digt op elkander geplakt leggen, ziet men niet dan de graauwe koleur van de punt, en het bruin dat er beneden is; doch deeze mengeling van graauw en bruin kan niet onderscheiden worden, dan wanneer men het Dier van nabij beschouwt; van verren hebben zij een chartrexdameschijn van glinsterend bruinagtig-graauw, en het graauw of bruin vertoont zich min of meer, naar den verschillende kant, van welke men ze beschouwt; de omtrek van de oogen en van de bek, de borst en het benedenste der pooten, hebben meer graauws dan bruins; de ooren zijn van haair ontbloot, tenminste aan de randen, en zwart van koleur; Insgelijks zijn de lippen en het kussen der pooten. Het heeft mij toegescheenen, dat deeze Katten min of meer graauw zijn in verschillende ouderdom, ik heb er ook een gezien, die eenen zwarten band op den rug hadden, en ringen van dezelfde koleur aan de pooten, echter waaren deeze ringen zeer flauw.”

In deze omschrijving kan men met een beetje voorstellingsvermogen de oerversie van de hedendaagse Chartreux herkennen. In de beschrijving kun je de kleur blauw echter niet terugvinden. Dit is waarschijnlijk terug te leiden op een wetenschappelijke strijd. Het was namelijk Linneaus die bepaalde katten als blauw omschreef. Buffon en Daubenton wilden natuurlijk hun eigen stempel drukken op de omschrijving van de Europese katten en gebruikten daarom de term askleurig in plaats van blauw. De gedetailleerde omschrijving van Buffon heeft vermoedelijk de basis gelegd voor het ras zoals wij dat heden ten dage kennen.
De kritische lezer zal echter opmerken dat er een kat met een tabby-patroon wordt omschreven. De aanwezigheid van het tabby-patroon duidt erop dat de Chartreux zoals wij die nu kennen niet zonder meer is terug te leiden op de omschrijvingen die door de jaren heen zijn gegeven.

Door de wetenschappelijke omschrijvingen van de Chartreux was er een trend gezet en in de jaren die volgden zien we geregeld blauwe katten al dan niet onder de naam Chartreux of Kartuizer in publicaties opduiken. Interessant hieraan is dat de waarnemingen van deze blauwe katten zich niet tot Frankrijk beperken maar dat zij uit heel Europa afkomstig zijn, waaronder ook uit Nederland. De Zutphense Filosoof/Dominee Johannes Florentius Martinet omschrijft in zijn boek “Katechismus der natuur” uit 1778 de handel in blauwe katten te Overijssel. In deze tijd doet het idee van een apart ras van blauwe katten haar intrede. De naam Chartreux of Karthuizer is vanaf dat moment synoniem aan blauwe katten, maar of de blauwe katten ook daadwerkelijk een apart ras vormden is en blijft natuurlijk discutabel. De bekendheid van de naam en de suggestie van een blauw ras zouden later natuurlijk wel een rijke voedingsbodem blijken te zijn om de creatie van een nieuw ras te legitimeren.

De fok
Een van de Legerzusters met een ChartreuxRond 1925 startten twee Franse zussen (Leger) een fokprogramma met blauwe katten, die zij vonden lijken op de in de boeken omschreven Chartreux. Onder de catterynaam “De Gueveur” legden zij de basis voor de Chartreux zoals wij die heden ten dage kennen.
De resultaten waren veelbelovend ondanks dat het hun niet altijd lukte de oogkleur helemaal zuiver te krijgen. Hun werk werd bekroond toen in 1933 een van de door hen gefokte katten, Mignonne de Gueveur genaamd, internationaal kampioen werd op een show van de Parijse raskattenclub.

Tegelijkertijd met de Leger zusjes ontstaat er een Chartreux fokbeweging in het Centraal massief. Deze fokbeweging had zich ook toegelegd op het fokken van een Chartreux zoals die in de boeken stond beschreven maar de door hun gebruikte fokmethode verschilde van die van de Leger zusjes. Deze fokkers werden hoogstwaarschijnlijk door hun Engelse collega’s beïnvloed en besloten blauwe Brits Korthaar en Perzen in te zetten om sneller een mooie volle kat te verkrijgen met diepe amberkleurige ogen en een krachtig lichaam.

Mignonne de Guerveur, 1931De fok van de Chartreux heeft vele moeilijke momenten gekend. Na de tweede wereldoorlog was de selectief gefokte Chartreux populatie natuurlijk nog kleiner dan voorheen. De fok kwam langzaam echter weer op gang. De fokkers waren wel gedwongen op zoek te gaan naar alternatieven om hun lijnen te versterken. Zo werden er blauwe huiskatten, Brits korthaar, Perzen en Russen gebruikt. Dit kwam de zuiverheid van het ras natuurlijk niet ten goede. Een goed voorbeeld is de Franse kater Puyleveque d’Andeloya wiens stamboom een ruime sortering aan rassen laat zien.
Gelukkig hebben enkele Franse enthousiastelingen, onder wie de heer Simonnet, zich ingezet om het ras haar eigen identiteit terug te geven, iets dat ze goed is gelukt want vanaf 1972 kreeg de Chartreux weer haar eigen rasstandaard. In de jaren die volgden, heeft het ras zich weer ontwikkeld en is de echte Chartreux weer tot bloei gekomen.

Brynbuboo's Little Monarch (British korthaar) 1973Het bewust inkruisen van Engelse British shorthairs geschiedde in de zestiger jaren van de vorige eeuw o.a. door de cattery’s Chantelauze en de Fernine. Deze catteries hadden de gevolgen van inteelt zoals te kleine nesten en kittens met knikstaarten aan den lijve ondervonden en besloten de wat zij zelf noemden de Engelse chartreux (lees British Shorthair) in te kruisen. Zij gebruikten o.a de bekende Engelse Pensylva en Bonaventura lijnen. Namen die bijna elke Chartreux eigenaar vandaag de dag terugziet in de lijnen van hun katten.
De verschillen tussen de katten van de Leger zusjes enerzijds en die van de overige fokkers anderzijds zijn na de oorlog ook goed zichtbaar. De Leger katten waren iets slanker en eleganter met een iets wollerige vacht en ze bezaten een oogkleur die varieerde van oranje tot zacht geel. De overige Chartreux neigde iets meer naar de Pers en de British shorthair met een intense diepe oogkleur en een wat meer gedrongen bouw. Dit verschil bleef vrij groot omdat het contact tussen beide groepen spaarzaam was.
De klappen die de Chartreux in de oorlog had opgelopen werden pas goed duidelijk rond 1965. In de jaren direct na de oorlog slaagden de fokkers het aantal Chartreux van redelijke kwaliteit weer op peil te brengen, maar de stambomen lieten veel inteelt zien. Een bijkomend probleem was dat de oude generatie van fokkers werd opgevolgd door een nieuwe generatie terwijl de kennis over de oorsprong van de katten grotendeels verloren ging. De nieuwe generatie van fokkers was zich minder bewust van de geschiedenis van de Chartreux en de pogingen van hun voorgangers om het ras te verbeteren en te ontwikkelen. In plaats van terug te grijpen op de oude wortels van de Chartreux zijnde de blauwe huiskatten kozen zij voor een ras dat sterk op hun eigen ras leek, namelijk de Europees Korthaar blauw. Een kleine verduidelijking is hierbij op zijn plaats om verwarring te voorkomen. De naam Europees Korthaar was tot de afsplitsingen in 1977 en 1982 een verzamelnaam voor de rassen Chartreux, Brits Korthaar en Europees Korthaar. Voor de Chartreux heeft men gebruikt gemaakt van de katten die wij heden ten dagen Brits korthaar (of de voorloper hiervan) zouden noemen.

Dit van oorsprong Engelse ras kende namelijk een zeer populaire blauwe variëteit. Het gevolg van deze koers wijziging was natuurlijk dat het verschil tussen de rasstandaard van de blauwe Europees korthaar en Chartreux snel verwaterde. Een extra complicatie vormde de ontwikkeling van de blauwe kat in onder andere Nederland en Duitsland waar elke blauwe kat nog consequent Karthuizer werd genoemd wat leidde tot nog meer verwarring. De populariteit van de ronde en knuffelbare Europees korthaar (lees Brits korthaar) overvleugelde de Chartreux die met zijn minder extreme uiterlijk snel aan belangstelling moest inboeten. Deze ontwikkeling werd versterkt door het eenzijdige verkeer vanuit Engeland. De strenge quarantaine eisen maakte export naar Engeland onaantrekkelijk terwijl het importeren zonder enige problemen verliep en de Engelse katten dus meer en meer ingezet konden worden. De Chartreux was ondertussen zo beïnvloed door de Europees korthaar dat zij in 1970 haar eigen rasstandaard verloor en bij die van de Europees korthaar werd ondergebracht. De Chartreux was op sterven na dood.

Toewijding en vastberadenheid
Juist op het punt dat de Chartreux met de stille trom leek te verdwijnen, bleek dat de Chartreuxfokkers wel degelijk iets geleerd hadden van hun ras. Met dezelfde toewijding en vastberadenheid die een Chartreux voor zijn baas aan de dag legt, lanceerden zij een reddingsplan. Eén van de fanatiekste verdedigers van het ras mag met recht de heer Simmonet genoemd worden die uitgebreid geschiedkundig onderzoek verrichte om een Chartreux te legitimeren als zijnde een apart ras. Samen met enkele andere Franse en Belgische liefhebbers en fokkers slaagde hij er in om de FiFe hiervan te overtuigen en in 1977 werd de Chartreux eindelijk van de Europees korthaar gescheiden. Een beslissing die ook voor de fokkers van de Brits korthaar van belang was omdat enkele jaren daarna in 1982 de Brits korthaar gescheiden werd van de Europees korthaar.
Na de splitsing in 1977 groeide de populariteit van de Chartreux weer. Zowel in Frankrijk als in België neemt het aantal fokkers toe. Enkele grote namen uit die belangrijke tijd zijn de Franse cattery’s Du Vaumichon (van de heer Simmonet), Du Sacre Coeur en in België de cattery’s Bois de Meudon en van de Poplimont.
Natuurlijk waren er nog vele anderen die zeker niet vergeten mogen worden maar om uw geduld niet op de proef te stellen zal ik het bij deze gelimiteerde opsomming laten.
De eigenzinnige Chartreux bleef echter niet onopgemerkt in de rest van de wereld. In 1970 importeerde mevr. Helen Gamon van Cattery Gamonal de eerste Chartreux naar Amerika. Samen met voormalige Siamezen fokster Mevr. Genevieve Scudder legde zij de basis voor de Chartreux in Amerika, waar het ras zich vandaag de dag op een vaste groep liefhebbers kan beroepen. Maar ook binnen Europa groeide de interesse. In Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Hongarije waar de Chartreux vaak de naam Karthuizer (Kartäuser) draagt ontstond een foktraditie.
Ook Italië kent een trouwe schare van aanhangers. Hier is de Chartreux vooral bekend onder de naam Certosino. Wat, zoals u kunt voorstellen, ook weer de nodige verwarring met zich meebrengt. In Nederland is de Chartreux vrij onbekend gebleven. Dit klinkt misschien een beetje vreemd omdat de naam Karthuizer bij vrijwel alle Nederlandse kattenliefhebbers bekend in de oren klinkt. De realiteit is echter anders. Zoals ik eerder al uiteen heb gezet is de naam Karthuizer al een hele oude benaming voor blauwe katten. Een naam die in ons land gedragen werd door de blauwe huiskat of Europees korthaar. Later toen de blauwe raskat aan begon te slaan namen de brittenfokkers deze naam over, wat toen een vrij logisch gevolg was omdat men mede blauwe huiskatten (Karthuizers) gebruikte in de fok. De naam sloop er als het ware in. De tijd waarin dit gebeurde hielp ook al niet echt mee. De opkomst van de blauwe kat in Nederland die begint bij Cattery de Eilanden met hun blauwe Bera in 1968 viel samen met het vervagen van de Chartreux als onafhankelijk ras. De eerdergenoemde kater Puyleveque d’Andeloya bijvoorbeeld werd ook in Nederland gebruikt waar hij niet geheel onterecht werd aangezien voor een blauwe Europees korthaar. Tot de tachtiger jaren van de vorige eeuw misten beide rassen een echte eigen identiteit wat de naam Chartreux of Karthuizer natuurlijk geen goed deed. Het gebruik van dezelfde katten werkte natuurlijk ook erg verwarrend. Bekende voorbeelden uit die tijd zijn de uit Engeland afkomstige kater Pensylva Gay Cavalier en de Nederlandse kater Flierefluiter van de Pleisterplaats. Katers die een rol hebben gespeeld in de stambomen van de Chartreux en de Europees korthaar (zijnde de voorloper van de Brits korthaar). Pas toen na 1977 de rassen weer steeds duidelijker uit elkaar groeiden werd de niche voor een blauwe raskat in Nederland opgevuld door de Blauwe Brit en in Frankrijk en België nam de Chartreux deze plaats in. Op een incidenteel nestje in de jaren 90 van de vorige eeuw na, kreeg Nederland pas met de komst van Cattery ‘t Spinnewiel in 1999 een echte Chartreuxfokker en men kan stellen dat sinds die tijd de interesse in de Chartreux ook hier toeneemt.

Het karakter
Het is een evenwichtige kat met een vriendelijke aard. Ze zijn vrij rustig en geschikt voor bijna alle huishoudens. Kinderen en of huisdieren vormen zelden een probleem. Chartreux zijn vrij nieuwsgierig en ze volgen hun baasjes graag als een blauwe schaduw door het huis. Opdringerig zijn zij echter zelden. Meestal zoeken ze op een kleine afstand een lekker plekje uit om alles eens rustig te bekijken. Rustig is ook een beetje het sleutelwoord, alles wat ze doen, doen ze in hun eigen tempo en op hun eigen manier. Je zou ze eigenzinnig kunnen noemen, maar eigenlijk is “Frans” een beter woord.
Het zal danook niet verbazen dat ze een gezonde Bourgondische eetlust hebben en niet kijken op een hapje meer of minder. Verder zijn het uitstekende jagers die graag een stukje vers vlees eten iets dat door de liefhebbers ook wordt aangeraden om de krachtige kaken te stimuleren. De meest karakteristieke eigenschap van de Chartreux is waarschijnlijk hun zwijgzaamheid. Hun zachte stemmetje gebruiken zij zelden, alleen in het uiterste noodgeval of als zij erg gelukkig zijn.

Het ras is vooral in Frankrijk en België bijzonder geliefd, maar de Kartuizer ondervindt een groeiende populariteit in Nederland, Italie, Zwitserland, Portugal, USA en Duitsland.

Voor een groot deel afkomstig uit het blad “Le chat qui rit” jaargang 1, nummer 4 en 5, juli en september 2006.
® cattery Bont en Blauw, Bas Joosten

Rasstandaard

kartuizer1De Chartreux is een middel tot groot kattenras. Het is een oorspronkelijk ras en uitkruisingen met andere rassen zoals de Brits Korthaar en de Pers zijn dan ook ongewenst.

KOP
De kop is breed aan de onderkant en voorzien van een goed ontwikkelde schedel, die niet uitpuilend mag zijn. De ruimte tussen de oren is smal en vlak. Door de kaak en de stevige wangen krijgt de kop een omgekeerd trapezoïde vorm. Breed aan de onderkant en smal aan de bovenkant. De neus moet breed en recht zijn, maar zeker niet afgestompt. De zijkant van de snuit mag voorbij de wangen steken.

OREN
De oren zijn gemiddeld van grootte en moeten hoog op het hoofd geplaatst (iets oplopend) zijn. Dit geeft de Chartreux een alert aanzien.

OGEN
De ogen dienen groot en open te zijn. De buitenste ooghoek moet iets naar boven zijn gericht. De algehele vorm van het oog mag niet (afge)rond zijn. Ze moeten levendig zijn en de kleur mag variëren van diep geel tot donker koper. Er mag geen verwatering of vervaging van de kleur optreden, zij moet zo puur en intensief mogelijk zijn zonder sporen van groen of bruin.

LICHAAM
Een Chartreux heeft een solide, stevige en gespierde bouw. De borst moet breed ontwikkeld zijn. In verhouding tot zijn formaat moet een Chartreux er altijd solide uitzien.

POTEN
De poten moeten middel lang en gespierd zijn in vergelijking met het lichaam. De Chartreux mag echter niet te hoog op de poten staan. De voeten zijn groot en stevig.

STAART
Een goede Chartreux staart is van gemiddelde lengte en dient dezelfde kleur te hebben als het lichaam. Wanneer naar achteren gelegd dan dient het topje ongeveer tussen de schouderbladen te vallen. De punt mag taps aflopen.

VACHT
De vacht heeft een dikke en structuur die wollig is bij de basis. Het is een dubbele vacht waardoor de haren van het lichaam afstaan. Het geheel dient glanzend en dik te zijn.Wat betreft de kleur is eigenlijk alles toegestaan zolang het maar gaat om een uniforme blauwe kleur. Dit mag variëren van bleek blauw grijs tot diep blauw grijs. De lichte kleur verdient echter de voorkeur.
Het neusleer en de voetzolen moeten ook blauwgrijs zijn.

Opmerkingen
Katers hebben beter ontwikkelde wangen (katerwangen) dan poezen en zijn ook wat groter.

De Chartreux wordt nogal eens verward met de blauwe Brits Korthaar en Blauwe Rus.
De Bris Korthaar is gefokt op ronde vormen. De bouw van de Chartreux is meer gestrekt.
Het meest kenmerkende verschil met de Blauwe Rus, die met de Bluepoint Siamees is gekruist, is de groene oogkleur.
De Chartreux lijkt op een elegante poema. De Brits Korthaar daarentegen, die met de Pers is gekruist, komt eerder over als een mollige teddybeer.