9 oktober 2011

Maine Coon

Korte omschrijvingmaine coon

HERKOMST. Maine Coons zijn de eerste Amerikaanse langharigen. Ze zijn afkomstig uit de noordelijke staat Maine. Hun vroegere voorouders, misschien Angora’s, zeilden naar Amerika als rattenvangers op schepen. In Maine en omgeving paarden ze met allerlei huiskatten en waren nuttig als verdelger van ongedierte. Tegen het midden van de 19e eeuw verschenen ze al op shows.
VACHT. Dik, zwaar en lang met een lange kraag over de schouders. Redelijk te onderhouden vacht. 2 à 3 keer per week kammen.
KLEUR. Hoewel brown-tabby nog altijd een van de meest populaire kleuren is, mag de ‘Coon’ allerlei kleuren hebben, behalve die waaruit raskruising zou blijken (chocolate, lilac, pointed).
GEDRAG. Erg vriendelijk. Nogal rustig. Wel temperamentvol. Heeft een duidelijke voorkeur voor bepaalde gezinsleden. Goed met kinderen.
OVERIG. De rasnaam is afgeleid van de staat Maine en het feit dat de vacht leek op die van wasbeertjes.

Een korte uitleg over het gebruik van de volgende woorden bij GEDRAG:
redelijk, nogal, erg.
Goed met kinderenspeciale verzorgingRedelijk betekent in dit geval: gemiddeld.
Bijvoorbeeld: Redelijk met kinderen wil zeggen dat de kat geen problemen geeft met kinderen, maar dat je toch wel moet uitkijken met kinderen.
Nogal rustig wil dus zeggen dat de kat meer dan gemiddeld rustig is.
Erg onafhankelijk spreekt voor zichzelf.

De geschiedenis van de Maine Coonmaine coon

De Maine Coon kat is een natuurlijk kattenras uit Noord-Amerika. Men vermoedt dat hij oorspronkelijk afkomstig is uit Maine, één van de staten die samen New England vormen. Dit verklaart het eerste deel van de naam. Het tweede deel verwijst naar het populaire verhaal dat hij een product zou zijn uit de kruising van halfwilde huiskatten en wasbeertjes (raccoons). Hoewel een tabby Maine Coon met zijn gestreepte volle staart wel iets weg heeft van een wasbeer, is gebleken dat dit biologisch niet mogelijk is.
Algemeen wordt aangenomen dat de Maine Coon zijn ontstaan heeft te danken aan de import van halflanghaarkatten, meegenomen door zeelieden, die zich vermengd hebben met de aldaar wonende katten. Hierna deed natuurlijke selectie de rest, waarbij de kat zich aanpaste aan het ruwe klimaat van Maine.
De Maine Coon wordt in Amerika als volgt omschreven:

  • een echte werkkat
  • gespierd
  • robuust
  • gemiddeld tot groot van afmeting
  • op zijn hoede, maar geïnteresseerd in zijn omgeving.

Hij werd door natuurlijke evolutie gevormd om in staat te zijn te overleven in een ruw klimaat, min of meer onafhankelijk van menselijke hulp.

De Maine Coon werd in 1976 in Europa geïntroduceerd door Connie Condit (cattery Heidi- Ho) en Pat Robbins (cattery Gemütlichkatze). Zij waren beiden via het Amerikaanse leger gestationeerd in West-Duitsland en werden gevraagd om hun katten op een show te laten zien. Het enthousiasme waarmee hun katten werden ontvangen heeft de aanzet gegeven tot de erkenning van de Maine Coon door de FIFE in 1982. De Maine Coon heeft sindsdien steeds meer terrein veroverd in geheel Europa.

Karakter en uiterlijk
Onder het misschien wat wilde uiterlijk van de Maine Coon verbergt zich een aanhankelijke kat met een zeer tolerant karakter. Hij is niet opdringerig, maar wel speels (sommigen apporteren ook) en intelligent. Van nature rustig van aard en goedgehumeurd zal hij niet gauw zijn nagels gebruiken en vechtpartijen bij voorkeur uit de weg gaan.

Je zult verbaasd zijn over het zachte stemgeluid als je voor het eerst een Maine Coon hoort miauwen.
Katers zijn in het algemeen wat ondernemender. Poezen zijn vaak wat gereserveerder tegenover vreemden.

Het zijn katten met een natuurlijk uiterlijk en een makkelijk te onderhouden vacht. Ze worden iets groter dan gewone huiskatten, namelijk vijf tot acht kilo, waarbij katers iets forser zijn dan poezen.
Omdat het ras zich betrekkelijk traag ontwikkelt, zijn ze pas met een jaar of vier volwassen en hebben dan pas hun uiteindelijke type en vacht bereikt.

Hun verschijning is imposant door hun los uitstaande vacht, hoge poten en lange, volle staart en geeft een goed gespierde, stevige en krachtige indruk.

De brede kop heeft een vierkante snuit met een lichte welving in de neus, grote oren met haarpluizen eruit en het liefst pluimpjes aan de punten. Verwacht wordt dat de kop wordt omlijst door een kraag. De vacht is dicht, kort op de kop, schouders en poten en geleidelijk langer langs de rug en de flanken, met een enigszins ruig- en volbehaarde broek op de achterpoten en lang buikhaar. De vacht is geschikt voor alle jaargetijden; de lange pluimstaart wordt gebruikt om voeten en oren warm te houden als ze zich helemaal oprollen. De vacht is waterafstotend en klit nauwelijks, omdat er weinig ondervacht aanwezig is en is dan ook eenvoudig te verzorgen. Eén keer in de week kammen en borstelen is meestal voldoende, waarbij je de vier ‘oksels’ niet moet vergeten.

Hoewel browntabby de meest populaire kleur is, zijn bij de Maine Coon vrijwel alle kleuren mogelijk. Alleen de kleuren lilac en chocolate en de Siamese point-aftekening zijn niet toegestaan. Afhankelijk of de kat tabby, effen, blauw of zilver is, voelt de vacht stugger of zachter aan.

De volgende twee vachtpatronen zijn toegestaan:

  • gemarmerd, ook wel ‘classic’ of ‘blotched’ genoemd
  • gestreept, ook wel ‘mackerel’ genoemd
  • tevens is effen mogelijk.

Hoewel de Maine Coon goed binnenshuis gehouden kan worden, heeft hij het liefst een uitloop naar buiten.
De Maine Coon mag niet met andere rassen gekruist worden. Als je een Maine Coon koopt, let er dan op dat er op de stamboom bij elke voorouder MC staat en geen ander ras.

Rasstandaard Maine Coonmaine coon

De Maine Coon is een fors gebouwde halflanghaarkat met een natuurlijk aandoende vacht, die hem geschikt maakt voor elk klimaat.

Kop
Matig lange en matig brede kop met een vierkant snuitje. Hoge jukbeenderen. De neus is matig lang en het profiel vertoont een lichte glooiing tussen neus en voorhoofd.
De kin is stevig en vormt één lijn met het puntje van de neus en de bovenlip.

Oren
Grote goed behaarde oren, breed aan de basis. Door de pluimpjes op de oren lijken deze puntig. De afstand tussen de oren bedraagt de breedte van één oor.

Ogen
Grote uitdrukkingsvolle, wijd uit elkaar geplaatste ogen, iets schuin geplaatst.

Oogkleur
Groen, goud of koper, hoe intenser hoe beter.
Bij de witte Maine Coons: blauw of odd-eyed toegestaan.

Lichaam, poten, voeten
Krachtig gespierd lichaam met een brede diepe borst en een horizontale ruglijn.
Het lichaam is lang, maar wel in dusdanige verhoudingen, dat het een rechthoekige indruk maakt. Stevige wijd geplaatste middellange poten met een zware botstructuur en grote ronde voeten.

Staart
Brede staartinplant en taps uitlopend. De dichtbehaarde staart is lang en reikt ten minste tot de schouderbladen.

Vachtstructuur
Zware ruige vacht. Het haar is zijdeachtig, waardoor de vacht soepel valt.

Beharing
De beharing is kort bij de schouders, wordt naar achteren toe langer en is het langst bij de buik en de flanken.
De kraag begint achter de oren en staat daardoor opzij en gaat bij voorkeur over in een bef.

Puntentelling
Kop 15
Oren 10
Oogvorm 5
Oogkleur 5
Lichaam 15
Nek 5
Poten, voeten 5
Staart 5
Vachtstructuur 20
Vachtkleur 10
Verhoudingen 5
Totaal 100