De lotgevallen van Wammes

Zo’n 12 weken geleden stap ik dolgelukkig op de pont over de Lek, richting Schoonhoven, waar ik nu al jaren tot grote tevredenheid woon en waar 5 tijgers nog onwetend van hun nieuwe huisgenoot, op me wachten.. Pont_van_SchoonhovenNaast me in een mandje zit Wammes, een vondelingetje uit de Alblasserwaard van zo’n 4 jaar oud en mijn 19e kat in de rij.
Hij komt uit de kattenopvang in Nieuw-Lekkerland, waar ik wekelijks als vrijwilligster kattenbakken schoonmaak, bakjes vul, dweil en poets, maar vooral veel katten aai en knuffel.
Mijn allereerste kat Niels kwam ruim 26 jaar geleden van Kattenzorg vandaan, een opvangertje van mw. v.d. Linden uit de Doldersestraat
Op die 3e maart 1978 werd ik een echte poezengek en Kattenzorglid (Den Haag) voor het leven.
Al pratend tegen Wammes loop ik de eeuwenoude Veerpont onderdoor en daar wordt een nachtmerrie werkelijkheid; het deksel van het mandje schiet open en een zwarte schicht verdwijnt de hem onbekende Zilverstad in. Ik schreeuw tegen voorbijgangers “Help me toch” en dwing ze min of meer mee te helpen zoeken, alle beleefheden negerend. Dus gaan grote kerels op hun knieën om onder geparkeerde auto’s te kijken, zonder resultaat.
Maar dan roept een klein jochie “Dennis” geheten dat hij Wammes in een auto zag schieten. Maar van wie is dan die zwarte geparkeerde auto? Met de moed der wanhoop maar overal aangebeld en ik kom er achter dat de auto van iemand uit een cafeetje aan de haven is.
De eigenaar opgespoord, die met tegenzin met me meegaat, omdat hij een buslading toeristen verwacht die van plan zijn bij hem een pannenkoek te komen eten. Maar wat kan mij die pannenkoeken schelen. Wammes moet gevonden worden!!!
Bij de auto aangekomen staan er diverse mensen op de motorkap te duwen en te schreeuwen, maar zo komt een doodsbange kater helemaal nooit te voorschijn. Met veel moeite de motorkap open en dan….. “jawel, daar zit een doodsbange zwart-witte kater met grote angstogen tussen de motor. Dennis, je bent mijn held, dankjewel!
In de mand gedaan en bibberend met Wammes richting huis.
Daar heb ik hem op aanraden van het asiel in een bench gedaan en na een klein weekje mocht mijn nieuwe aanwinst zijn onderkomen inspecteren. Kattenluikje aan een kant open, tot grote ergernis van mijn overige 5 katten. Al krijgen er 3 het luikje toch open, ook al is het gedeeltelijk gesloten, ze zijn inventief, mijn katten.

Tot mijn grote verbazing is het niet mijn grote zwarte kater Daan, maar mijn “lieve” kleine lapje Sofietje die heel intolerant naar de nieuwkomer blaast en slaat.
Gisteravond zit ik op de bank te lezen. Mijn sullige cyper Jip ligt naast me te slapen. Het is stil en vredig in huis, onze buikjes zijn rondgegeten, op de achtergrond een zacht muziekje. Dan springt een zwart-witte schicht naast me op de bank. Ik zit doodstil en kijk gefascineerd toe hoe Wammes centimeter voor centimeter naar Jip toeschuift, tot ze kop-aan-kop samen verder dromen.
En vanmorgen word ik wakker van een onbekend en luid gespin naast me op mijn kussen . Slaperig kijk ik in de grote kijkers van een voormalige asielkat. Voor het eerst zit hij naast zijn nieuwe mens op bed en laat zich innig tevreden over zijn zachte buikje aaien.
En dan komt ook de dag dat hij zo’n 10 weken bij me is en zijn eerste stapjes in die boze buitenwereld mag zetten. Doodeng, maar na zo’n twee uurtjes zit een zwart-witte kater met een prachtige lange staart (met wit puntje) moe maar tevreden naast me. Het luikje heeft geen geheimen meer voor hem.
Wammes, je bent met vlag en wimpel geslaagd voor je inburgering en een levende reclame voor het nemen van een volwassen asiel- of Kattenzorgkat.
Welkom in ons Poezenparadijsje!!! Nel Verbeek.

En een koppie van Jip, Janneke, Daan, Sofietje en Wammes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.