6 maart 2016

Bengaal

Korte omschrijving

bengaalHERKOMST. De Bengaal is gefokt om het vachttype van een wilde kat te combineren met het lichaam en het temperament van de huiskat. Hoewel kruisingen van wilde en gedomesticeerde katten al honderden jaren lang sporadisch hebben plaatsgevonden, vond de eerste doelgerichte kruising plaats in 1963. Een geneticus die in de Verenigde Staten werkte, kruiste een huiskater met een Bengaalse tijgerkat. Eén van de kittens werd teruggepaard aan de vader, met als resultaat een nest met gevlekte en effen kittens.
VACHT. Kort en zacht, dicht ingeplant. Het patroon van de vacht is afgetekend op een warme of bleke ondergrond. Nogal gemakkelijk te onderhouden.
KLEUR. Gevlekt of gemarmerd.
GEDRAG. Energiek. Goed met kinderen.
OVERIG. De katten met de bleke ondergrond hebben blauwe ogen.

Een korte uitleg over het gebruik van de volgende woorden bij GEDRAG:
redelijk, nogal, erg.
energiek-grootgoed-met-kinderen-groot1Redelijk betekent in dit geval: gemiddeld.
Bijvoorbeeld: Redelijk met kinderen wil zeggen dat de kat geen problemen geeft met kinderen, maar dat je toch wel moet uitkijken met kinderen.
Nogal rustig wil dus zeggen dat de kat meer dan gemiddeld rustig is.
Erg onafhankelijk spreekt voor zichzelf.

Uitgebreide beschrijving

Een Luipaard op schoot.
bengaalWat velen van ons in onze kattenvriendjes intrigeert is hun mysterieuze en sluwe intelligentie, die zo overeenkomt met die van hun in het wild levende broertjes en zusjes.
De betovering met het “wilde mystieke” bij gedomesticeerde katten heeft geleid tot de ontwikkeling van een nieuw kattenras: De Bengaal.

De Bengaal is uniek doordat zijn oorsprong teruggeleid kan worden naar een kleine in het wild levende kat, nl de Bengaalse Luipaardkat. Deze mooie maar niet te temmen kleine tijgerkat heeft een weelderig gevlekte (spotted) vacht, die in de bonthandel voor veel geld verkocht wordt en is daardoor in zijn bestaan bedreigd is. In de 60-er jaren van de vorige eeuw werden Bengaalse Dwergtijgerkatten in de Verenigde Staten geïmporteerd. Dit leidde tot experimentele kruisingen met gedomesticeerde rassen om met behoud van hun natuurlijke schoonheid, het wilde temperament uit te fokken.
De nakomelingen van deze kruisingen werden Bengalen genoemd, naar de wetenschappelijke naam van de Bengaalse Luipaardkat: Felis Bengalensis.

Aan het eind van de 70-er en het begin van de 80-er jaren van de vorige eeuw werden enkele Bengalen tentoongesteld bij “The Cat Fanciers Association” (CFA), helaas werd ook een aantal 1e generatie hybrides (=kruising tussen 2 soorten, in dit geval wild x gedomesticeerd) geshowd en deze vertoonden een wild, ongetemd gedrag. Het resultaat was dat bij deze vereniging alle katten met wild bloed in ban werden gedaan.

In 1983 werden bij de TICA bengaal hybrides geregistreerd en geshowd in de New Breed en Colors (NBC) class. De reacties van het publiek waren overweldigend; overal waar ze werden geshowd trokken de Bengalen enorme menigtes.

Fokkers begonnen fokprogramma’s te ontwerpen om de volmaakte schoonheid van de wilde katten met het zachtaardige temperament van de gedomesticeerde katten te verenigen. De meest gebruikte kat in de kruisingen was de Egyptische Mau.
Bij de eerste generaties hybrides waren de katers ‘net als bij muilezels’ niet vruchtbaar. Ook de 2e generatie katers zijn meestal onvruchtbaar, zelfs 3e generatie katers kunnen nog onvruchtbaar zijn.
Het was belangrijk om de wilde uitdrukking (wild appearance) van het gezicht te behouden evenals de andere “wilde kenmerken” zoals witte buik, witte binnenkant van de poten en de grote snorhaarkussentjes.
Toen de TICA de Bengaal in mei 1991 de CAC status (=de mogelijkheid om kampioen te worden) toekende werden de kruisingen met andere rassen (zoals Mau of Burmees) een halt toegeroepen en de serieuze fokkers verdubbelden hun inzet om het beste van de Bengalen te promoten.

In het begin werd alleen de leopard (=wildkleur spotted variant ) voor het kampioenschap geselecteerd. Deze kleur omvat diverse gradaties grondkleuren: van grijs tot tan en orange/rode ondergrond met spots die kunnen variëren van zwart tot warm bruin. Geprefereerd worden grote, pijlpuntachtige vlekken, dit effect is regelrecht geërfd van de Aziatische Luipaardkat, met zijn unieke tabby patroon.
De vacht van de beste Bengalen is buitengewoon zacht. Dit is niet te vergelijken met de vacht van een andere gedomesticeerde kat en daardoor zeer kenmerkend voor dit ras.
Naast de spotted Bengalen zijn er ook marble, snow en sepia Bengalen. Deze zijn inmiddels ook door de TICA geaccepteerd voor de kampioens status.

De marbled Bengalen hebben een horizontaal golvend strepen patroon. Marbles hebben vaak een rozet (=kring met lichtere kleur binnenin) zoals men ziet bij panters.
Dit patroon wordt door velen als ideaal gezien om te creëren bij de Bengaal.

Alle Bengalen hebben groene ogen, behalve de Snow’s, die hebben blauwe ogen, dat is het resultaat van het color-point gen (siamees gen). Deze kittens worden vaak net als de Siamesen en Heilige Birmanen, wit geboren. Het patroon komt pas later door. De Sepia is ontstaan uit kruisingen met de Burmees en hebben flets groene ogen, mogen ook geel of koperkleurig zijn.
Er bestaan ook snow marbles en sepia marbles.

De kop heeft een brede gematigde wigvorm, met afgeronde contouren en zwarte lijntjes langs de grote, ovale ogen, dit accentueert de “wilde verschijning”. De Bengaal is dus een “opgemaakte” kat .

Inmiddels zijn er genoeg Bengalen om zuiver te fokken en worden alleen Bengalen geaccepteerd als Bengaal met een stamboom met 3 generaties bengaal x bengaal voorouders, deze kunnen dus geshowd worden voor titels.

Sinds 1 januari 1999 kan men met de Bengaal ook bij de Fife titels halen. De Bengaal is unaniem erkend op het Seminar gehouden te Bad Kissingen in het najaar van 1998.

Vanwege de nadruk die op het temperament werd gelegd hebben de Bengalen een persoonlijkheid ontwikkeld die stabieler is dan die van veel andere rassen. Dit ras lijkt een enorm zelfvertrouwen te hebben geërfd; ze zijn niet snel verdedigend, niet makkelijk te intimideren of agressief. Hun wilde afkomst merkt men nog het meest aan hun “kat uit de boom kijkerige gedrag” . Eerst even peilen of die onbekende wel te vertrouwen is, wat dan als schuw overkomt.

Wilde verhalen over de Bengaal doen nog steeds de ronde, in elk ras zitten vriendelijke en minder vriendelijke exemplaren. Vaak is dat gedrag trouwens te wijten aan de manier waarop ze zijn grootgebracht, met name in de socialisatie periode. En natuurlijk ook aan “het rollen van de genen” je weet nooit hoeveel tamme en hoeveel wilde genen er van de voorouders in 1 kitten terecht komen. Je kunt in 1 nest een hele makke en een schuwer exemplaar hebben ondanks het feit dat ze hetzelfde worden opgevoed.
Veel Bengalen zijn echter beslist aanhankelijke schootkatten.

Daar dit een nieuw ras is, is er nog veel werk te verrichten om uniformiteit bij het ras tot stand te brengen.
Het fokken van Bengalen is ontzettend interessant werk. We zien dat elke generatie ons dichter bij het doel brengt; een gedomesticeerde kat met de exclusieve schoonheid van Moeder Natuurs Aziatische Luipaardkat!
Van: LOTS OF SPOTS. Rasclub voor liefhebbers van de Bengaal, Egyptische Mau en de Ocicat.

Rasstandaard Bengaal

bengaalHet doel van het fokken van de Bengaal is een gedomesticeerde kat met het uiterlijk van zijn wilde voorouder.
De voorkeur wordt gegeven aan die dieren, die qua bouw en aftekening verschillen van andere rassen.

KOP
In verhouding tot het lichaam een tamelijk kleine kop met afgeronde lijnen, de kop is langer dan breed, heeft een brede afgeronde wigvorm met een breed snuitje met goed ontwikkelde snorhaarkussens, hoge jukbeenderen en een stevige kin.
Lange brede neus, die doorloopt tot boven de ogen en overgaat in een afgerond voorhoofd. De neus op zich vertoont een licht concave (holle) lijn.

OREN
Vrij kleine, feitelijk korte oren met afgeronde toppen, die breed aan de basis en wijd uit elkaar geplaatst zijn, de lijnen van de kop voortzettend.
Ze wijzen iets naar voren. Pluimpjes op de oren zijn ongewenst.

OGEN
Grote, ovale bijna ronde ogen die niet mogen uitpuilen. Ze zijn enigszins schuin geplaatst, wijd uit elkaar.
De oogkleur is niet belangrijk, wel de intensiteit.
Geen blauw bij de tabby Bengalen.

NEK
Lang en stevig gespierd. Fors ten opzichte van kop en lijf.

LICHAAM
Lang en krachtig met een oplopende ruglijn. Het lichaam mag niet oosters of semi-oosters zijn.

POTEN EN VOETEN
Zeer stevige, goed gespierde poten gemiddeld van lengte.
De achterpoten zijn langer dan de voorpoten.
De voeten zijn groot, rond met flinke knokkels. Stevige botstructuur.

STAART
Staart gemiddeld van lengte, dik, naar de punt toe smaller wordend en rond eindigend.

VACHTSTRUCTUUR
De vacht is kort, dik, vol en goed gesloten.
Hij voelt ongewoon zacht aan.
Langere vacht bij kittens toegestaan.

AFTEKENING
Bij de Bengalen onderscheiden we twee basispatronen: het spotted patroon en het gemarmerde patroon.
Het spotted patroon bestaat uit ronde of driehoekige vlekken, die willekeurig of horizontaal geplaatst zijn. De voorkeur wordt gegeven aan rozetten: rondom een duidelijk lichter, warmer centrum gegroepeerde vlekjes, of speerpunten of doughnut-vormige aftekeningen, of samengeklonterde vlekken, het liefst in twee kleurschakeringen.

Puntentelling
Kop 20
Oren 5
Ogen 5
Lichaam 15
Nek 5
Poten 5
Voeten 5
Staart 5
Vachtstructuur 10
Vachtkleur 10
Patroon 15
Totaal 100