6 maart 2016

De kat in een warm klimaat

Dit onderdeel is gemaakt in de zomer van 2003, toen ik bij mijn schoonvader logeerde in het uiterste zuiden van Spanje.
In een warm klimaat is het onderstaande erg belangrijk.

Het eten.
In tegenstelling tot een hond zal een kat vaak niet direct gaan eten als het eten wordt voorgezet. Hij snuffelt eerst uitgebreid alsof hij het niet lekker vindt. Als het aan de eisen voldoet, gaat hij er rustig voor zitten en begint te eten. Lang niet altijd wordt alles direct opgegeten. Veel katten gaan na enige tijd weer terug om weer wat te eten. Dat is in een warm klimaat funest. Het voedsel bederft door de hitte behoorlijk snel. Laat dus nooit eten staan en zet het eventueel in de koelkast. De kat zal zelf aangeven wanneer hij weer wat wil eten.

De vacht.
Een kat moet regelmatig worden gekamd of geborsteld. Ook een gewone huiskat en dus niet alleen de langharige katten. Bij hoge temperaturen zal een kat zich meer wassen dan gewoonlijk. Dit betekent dan ook dat hij meer dode haren binnenkrijgt als er niet goed is geborsteld. Dit veroorzaakt de haarballen. Deze haarballen kunnen best lastig zijn. Als de kat veel last heeft van deze haarballen kan het toevoegen van olijfolie aan het eten hulp bieden. Ook sardientjes zijn een goed middel. Borstel de kat dus regelmatig. Een bijkomend voordeel is dat je eventuele klitten in een vroegtijdig stadium ontdekt.

Mieren.
Mieren kunnen voor veel ongemak zorgen. Ze lopen overal overheen en kunnen ook overal komen. Je kunt het eten veilig stellen voor deze beesten. Neem een schaal en doe daar water in. Zet het eten in die schaal. Het eten wordt nu beschermd door water en mieren kunnen veel, maar zwemmen kunnen ze niet.

Schaduwplek.
Zorg er voor dat er altijd een schaduwrijk plekje beschikbaar is. Hier kan de kat zich dan terugtrekken als hij dat nodig vindt.

houjevaneenheetstandje

Water. Uiteraard moet je ervoor zorgen dat er op verschillende plaatsen altijd een goedgevulde bak met schoon, vers water beschikbaar is.

Zonnesteek.
Een zonnesteek is te herkennen aan:

  • Hijgen
  • Donkerrood tandvlees
  • Verhoogde hartslag
  • Onrustig
  • Moeilijke ademhaling

Constateer je deze verschijnselen, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de dierenarts. Wikkel de kat tijdens het vervoer in een koude, natte doek.

Zie ook bij: “Huisdieren en heel warm weer.”