Onze kater Youp

Wij hebben Youp nu ruim 2 jaar bij ons in huis, een voormalige zwerver van een camping in Egmond. Vanaf het begin deelde deze zwerver bij ons in huis de lakens uit, niet letterlijk natuurlijk. Wij moesten uiteraard zelf ervoor zorgen dat zijn slaapmandje voorzien was van schone lakens, of tenminste een schone overtrek voor zijn kussen in het mandje, als hij al in zijn mandje sliep en niet breeduit op ons bed zijn domicilie had gekozen.
Meneer hield niet van lakens of overtrekken die langer dan een week zijn mandje bekleden.
Dat was hij vermoedelijk als zwerver ook niet gewend, ik vraag mij thans af wie op de camping zijn bed verschoonde? Als hij zelf moest doen, waar haalde hij de lakens vandaan?

Meneer de kater

Allemaal onbeantwoorde vragen waar meneer ook geen antwoord op gaf, hoezeer je ook bleef aandringen. Alleen keek hij ons aan met zijn prachtige groene ogen en enigszins arrogante uitdrukking op de snuit, als of hij wilde zeggen: “Zorg jij maar voor een schone slaapplaats en laat de rest aan mij over”, om vervolgens met de vuile potjes die hij buiten had opgelopen weer zijn mandje in te stappen. Zo kun je aan de gang blijven.
Youp heeft ook de wonderlijke gewoonte om na afloop van de driemaandelijkse vlooiendruppels aan te geven dat het weer tijd is voor nieuwe druppels, door zich uitgebreid achter de oren, zijn keel en de rest van het lijf te krabben. Zo van “komt er nog iets van de druppels? Ik verga van de jeuk”. Terwijl de lieve schat wekelijks een aantal keren wordt geborsteld en gekamd en op vlooien gecontroleerd. Het lijk wel als of hij wil attenderen op nalatigheid onzerzijds. Wij hebben meer katten in onze woning gehuisvest, maar deze spant de kroon.
Waar haalt deze zwerver de moed vandaan om ons zo duidelijk te laten merken dat wij maar “personeel” zijn. Want meneer is duidelijk de baas in huis.

Om een indruk te geven:
Onze nachtrust is in de ochtend rond vijf uur ten einde, want dan roept de plicht weer.
De “baas” gaat mee naar beneden en begeeft zich naar de keuken, alwaar de resten van het avondeten van de dag ervoor nog staan. Dit eten wordt besnuffeld en afgekeurd, terwijl de helft nog over is. Doorroeren van het eten heeft tot gevolg dat “meneer” even gaat snuffelen, zijn bovenlip optrekt en vertrekt met een smoel zo van “dat eet je zelf maar op”, want dat hoef ik niet meer!
Dus wat doe je, het voer verdwijnt in de vuilnisbak. Nu de hamvraag: wat zou meneer vanochtend lusten? Gisteren heeft hij vis met hele garnalen gehad, daarvoor zalm uit een zakje, beviel ook al niet, de dag ervoor rund met iets erdoor gemengd, dus vandaag doen wij maar schol met spinazie!
Die rakker gaat snuffelen en gaat geïrriteerd naar de achterdeur met een smoel van: waar haal je het lef vandaan om mij dit voor te zetten. Komt even later terug om van de droge brokken te eten, let wel, die staan er al twee tot drie dagen. Het schone drinkwater in de bak wordt ook al niet getolereerd, maar wel het in mijn ogen vieze water uit de vijver. Meneer lijkt wel aquaholic wat vijverwater betreft. Erger nog, na een nacht regen staat op de tuintafel een laagje water van een halve millimeter. Het lijkt wel champagne zo aan de kater te zien, hij kan er geen genoeg van krijgen. Dat hebben wij alleen met bubbeltjeswater uit de bekende fles, nee hoor, deze man lebbert het van de tafel alsof het zo uit de beroemde met het franse etiket fles komt. Rare vent deze zwerver.

Op deze manier is water ook lekkerder.

Ik denk dat ik in ons gezin een makkelijke eter ben, wat op tafel komt is lekker en er wordt niet aan gesnuffeld. Misschien alleen maar om de heerlijke geur op te snuiven van hetgeen wat de vrouw des huizes heeft bereid.

Onze kater heeft er een andere mening over, alles wat de fabrikanten in een blikje of een zakje mikken moet eerst worden gekeurd, stel dat zij er vis of vleesafval in verwerken. Je moet er als kat toch niet aan denken.
Aan de andere kant moet meneer ook beslist geen klein gesneden stukje vers vlees, kip of ander van het leven beroofd dier. Geen stukje haring, verse of gekookte schol, stukjes op de huid gebakken zalm of iets dergelijks, geen sprake van. Je zou er als kat misselijk van worden. Terwijl deze lieverd zelf met een gevangen muis thuis komt en deze in de huiskamer onder de kast, dus daar waar je niet bijkomt, op zit te peuzelen tot aan het laatste stukje start aan toe. Dat vindt hij wel lekker, die mafkees.
Ook is het pampusgras bij de buren ontzettend lekker, dat ruimt de maag lekker op en bevrijdt je van alle haarballen. Alleen is onze schat niet op de hoogte van de structuur van het pampusgras, biologieles gemist, dit heeft namelijk weerhakjes in richting van de punten. Het gaat makkelijk naar binnen, maar uitbraken gaat niet meer. Dat voorkomen de weerhakjes op het blad. Dus, de dierenarts moet er aan te pas komen om het eigendom van de buren te verwijderen. En opeens heeft onze kater geen zakgeld meer om het te bekostigen, dus wij zijn de pineut. En de dierenarts laat zich voor zijn bemoeienissen vorstelijk betalen. En uiteraard eet meneer het pampusgras alleen in het weekend. Dat spekt de kas van de dierenarts.Dat zal de kater een worst wezen, hij is van de troep verlost. En gaat de volgende dag weer rustig van dat rotplantje eten. De geschiedenis herhaalt zich…… tot vreugde van de dierenarts.

O, wat ben ik zielig!

Aan de andere kant begrijp ik ook de fabrikanten van kattenvoer niet, waarom brengen zij geen voer op de markt dat naar muizen, vogels en kikkers smaakt. Een gat in de markt.
Maak dan voer met een muizensmak, met smaak van planten die het personeel alleen maar geld kosten, nee zij maken voer waar de bazen (sorry het personeel) niet blij mee is.
Men noemt het marketing in kringen van de diervoederfabrikanten.

Ik probeer mijn wederhelft zover te krijgen om in de ochtend, voordat zij naar d’r werk gaat , de ochtendkrant te bezorgen. Zo zouden wij de kosten voor onze lieve zwerver kunnen bekostigen. Maar daar wordt nog even over gediscussieerd.
Voorlopig blijft alles bij het oude.
De kosten voor het voer gaan af van het huishoudbudget, en de kosten voor de dierenarts van de spaarrekening. Meneer (de kater) heeft er lak aan waar wij de kosten onderbrengen, het is jullie boekhouding, lijkt hij te willen aangeven met zijn schitterende, prachtige, vertederende lieve groene ogen.
Alles wat deze prachtige man (kater) doet wordt door ons met instemming begroet en niemand kan ons ervan afbrengen dat wij met deze kater een gouden greep hebben gedaan.
Alleen al het begroeten van ons als wij van het werk thuis komen: Youp loopt al naar de keuken om zijn eten te verwelkomen en zit bij de voerbak te wachten. Wij moeten nog de afgelopen dag bespreken, wat er alles op ons is afgekomen. Voel je al de prangende ogen in je rug branden, hoe zit het nou met mijn eten? Zijn wij nog maar net in huis, en moeten wij onze eigen voedselplannen voor de avond nog bespreken.
Nee, meneer laat er geen gras over groeien, hij moet nu eten en een beetje vlug, ook al staat de bak met droge brokken nog vol in de keuken.
Nee, deze joekel heeft andere ideeën, het broodnodige voedsel moet er nu, en wel onmiddellijk komen, en zo nodig met geweld. Lees: dan trek ik maar aan je broek of je trui, desnoods aan je mouwen van je overhemd, maar mijn eten zal er komen.

En wat doe je dan, je staat op en loopt naar de keuken, trekt een zakje van het lekkerste voedsel open voor die schat. Ruikt hij eraan en loopt weg met een snuit: wat heb jij nou weer voor mij neer gezet! En weg is zijn honger.
Dat zou ik eens moeten proberen, kan ik het ‘s avonds doen met een sneetje brood, belegd naar eigen smaak, en uiteraard zelf klaar gemaakt. Wat is het verschil tussen mens en kater?
Dat zou ik graag willen weten, misschien wel de prachtige ogen van de kater, want ik moet het doen met blauwe ogen, terwijl deze man het moet doen met heerlijke groene ogen.

Ik zal informeren bij de opticien of hij voor mij zulke mooie groene lenzen heeft, misschien dat ik dan ook mijn zinnen door kan drijven.

Kom ik nog een eens op de wereld, dan graag als kat en dan bij deze familie.
Geheid dat ik het goed heb tot aan mijn dood.

Inmiddels ligt de zwerver in zijn mand (zijn privé-stoeltje) te snurken, moe van zoeken naar voedsel, ik ben nog nooit zo moe geweest van het zoeken naar eten, maar deze man is al van de kleinste inspanning dodelijk vermoeid. En dan maar liggen in de stoel en klagen over hernia of andere rugklachten.

Ellie en Helmut Lachner, Alkmaar
    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.