6 maart 2016

Laserkat

Sneller dan het licht.

De voor- en nadelen van het spelen met laser pointers.
Wie graag kattenfilmpjes op YouTube bekijkt weet het zeker en vast: katten zullen er alles aan doen om een laserlichtje dat je over de grond beweegt te pakken te krijgen! Het is een geliefde manier geworden om kattenspeeltijd in te vullen en er zijn zeker goede punten aan te halen waarom dit soort van spel aangemoedigd moet worden, maar toch zijn er ook enkele dingen die je in acht moet nemen voor je eraan begint. Ik sprak hierover met kattengedragstherapeut Raf Van Duyse.

In de eerste plaats is voldoende beweging erg belangrijk voor elke kat en zeker voor katten die binnenshuis leven. Zo blijven ze fit en gezond. Katten hebben echter geen groot uithoudingsvermogen. Van nature besluipen ze hun prooi en doen dan slechts een korte, explosieve inspanning om het slachtoffer tussen de klauwen te krijgen. De rest van de dag brengen ze bij voorkeur luierend door. Kort, actief spel is dus ideaal voor je kat. Het schijnen met een lichtje speelt daarbij in op het natuurlijke jachtinstinct van je kat. Raf Van Duyse: “Huiskatten zijn en blijven jagers. Zij stammen af van de wilde kat en hebben dit dus genetisch in zich. Overigens zijn katten de enige huisdieren die niet door de mens zijn gemanipuleerd. Zij kennen geen onderdanig gedrag, in tegenstelling tot honden, die zich onderwerpen aan de alfa-leider.” Deze vorm van spel kan dus een uitlaatklep zijn voor dat natuurlijke instinct. De bewegingen van het lichtje simuleren het natuurlijke vluchtgedrag van een prooi, ook al is er niets tastbaar aanwezig. Katten reageren erop omdat het zich gedraagt als een prooi waar ze zich meester over voelen. Zij zien immers in de eerste plaats de beweging en voor hen ziet het felgekleurde lichtje er grijs uit, dus ook dat houdt hen niet tegen. Raf Van Duyse: “In mijn eigen praktijkervaring, waar ik bij een casus gebruik maak van het laserlichtje, heb ik nog maar één geval meegemaakt waarbij de kat niet reageerde op het lichtje. Dit zou kunnen wijzen op het feit dat sommige katten of genetisch, of via socialisatie het laatste kegeltje – dat bij mensen gebruikt wordt voor het kleurenonderscheid rood/groen, maar bij katten een andere functie heeft die hen beter helpt te zien in het duister – toch kunnen gebruiken om de kleuren rood/groen alsnog te onderscheiden”.
Ogen” 

Ten tweede is spelen met je kat ook van psychologisch belang. Het gaat verveling tegen, waardoor je allerlei ongewenst gedrag bij voorbaat kunt vermijden en het zorgt ervoor dat je een hechte band opbouwt met je kat, een band die maar al te vaak volkomen onterecht onmogelijk geacht wordt. Als je elke dag tijd vrijmaakt om met je kat te spelen, zal die daar uiteindelijk zelf om komen vragen en zich in het algemeen socialer gedragen. Als je verschillende katten aanmoedigt om samen met jou te spelen, verstevigt het daarbij ook hun onderlinge band. De beste tijdstippen om met je kat of katten te spelen zijn de schemermomenten ‘s ochtends en ‘s avonds. Dat zijn immers de tijdstippen waarop katten van nature actief zijn en op jacht gaan.

Er zijn wel enkele dingen waarvoor je moet uitkijken wanneer je met laserlichtjes speelt. Schijnen op het lichaam van mens of dier zal nooit schadelijk zijn, maar je doet er wel goed aan altijd uit te kijken voor de ogen. Let ook op het soort lichtje dat je gebruikt. Rode lasers zijn in de regel een stuk veiliger dan hun groene variant. Zij zullen nooit schade op lange termijn toebrengen wanneer je iemand niet langer dan een minuut in de ogen schijnt, maar ze kunnen wel flashblindheid of vlekkerig zicht veroorzaken, ook bij katten. Dat kan je kat onnodige stress veroorzaken. Daarbij is het niet ondenkbaar dat het laserlicht een sterker effect op het kattenoog zal hebben, aangezien het licht een tweede keer op de retina gereflecteerd wordt – een handig trucje dat hen helpt zo goed te zien in het bijna-donker – ook al is daar nog geen specifiek onderzoek naar gedaan. Voel je dus vrij om rode lasers te gebruiken, maar wees dubbel gewaarschuwd bij groene!

laserspeelgoed

Klik op het plaatje voor meer info

Vanuit wetenschappelijk oogpunt hebben deze altijd minstens de dubbele frequentie van rode, wat hen meteen een stuk gevaarlijker maakt. Daarbij worden die varianten vaak geïmporteerd uit Azië, waar men lakser is in de veiligheidsvoorschriften. Dat betekent dat ze soms geen infraroodfilter hebben en dat maakt het licht wél met zekerheid gevaarlijk voor het oog. Tegenwoordig kan je veilige laserlichtjes vinden in dierenspeciaalzaken, of je kan opteren voor een ledlichtje in plaats van een laser.

Het belangrijkste aandachtspunt voor het welzijn van je kat, is echter dat je de jacht die je simuleert niet telkens laat falen. Je kat krijgt immers niet het voldane gevoel dat hoort bij het vangen van een prooi omdat ze het lichtje nooit echt kan vastgrijpen. Volgens Raf kan dat leiden tot frustratie, wat zich dan gaat uiten in ongewenst gedrag. Uitzonderlijk kan dat gedrag, dat overspronggedrag genoemd wordt, agressief zijn, met name tegenover andere katten of huisdieren, vaker gaat het om ‘plots’ optredend of overdreven verzorgingsgedrag. Als je kat bijvoorbeeld vlak na het spel steeds haar pootjes gaat likken, kan je daaruit afleiden dat er frustraties aanwezig zijn. Zulke frustraties kunnen leiden tot (chronische) stress, wat dan weer kan leiden tot ziektes, omdat dat het immunsysteem kan aantasten. Gelukkig is dit soort stress eenvoudig te vermijden door ervoor te zorgen dat je steeds een fysiek speeltje of een snoepje hebt klaarliggen waarmee je het spel dan kan laten eindigen. Laat na een vijftal minuten het lichtje daarop rusten en je kat zal de jacht als geslaagd beschouwen omdat ze haar prooi in haar klauwen heeft.

Haal die lichtjes dus maar boven en spelen maar!

Door Laura Van Wymersch
Raf Van Duyse (http://www.rafvanduyse.be/) is kattengedragstherapeut. Hij studeerde aan het Tinley instituut nabij Utrecht. Onder de naam “katman” geeft hij sinds 2006 via verschillende websites gratis gedragsadvies voor katten. Zijn doel is om meer begrip tussen mens en kat te bekomen en om het aantal asielkatten en katten dat geëuthanaseerd wordt terug te dringen.