Wat een dag.

Balen! Het is al veel te laat als ik opsta, waarom is die rotwekker niet afgegaan? Als ik beneden kom, komt Tango me begroeten, maar Cash niet en dat is heel vreemd. Roepen, niets! Overal zoeken, niets! Manlief en kids zijn de deur al uit. Het zou toch niet……..?
In mijn ochtendjas en op blote voeten ren ik naar buiten. Overal zoeken, roepen, niets. Zie heel veel katten, steeds meer. Wist niet dat er zoveel katten in de buurt wonen. Maar nergens zie ik Cash. De paniek begint bij me toe te slaan, Cash komt nooit buiten. Wat moet ik doen? Waar is hij? Ik loop een steegje in en zie wel 100 zwart/witte katten, maar Cash zit er niet bij! Waar komen al die katten vandaan? Nog eens goed kijken of Cash er tussen zit. Ineens hoor ik keiharde muziek. Waar komt dat nu weer vandaan? Geërgerd luister ik ernaar en dan dringt het langzaam tot mij door. Ik zet de radiowekker uit en sta op.

Ik ren naar beneden waar Tango en Cash op mij afkomen. Ik til Cash op en geef hem een hele dikke knuffel. Een vragend mauwtje valt me ten deel, wat mankeert jou? Zie ik hem denken. Ik leg hem uit wat voor nare droom ik had, maar weet niet zeker of hij dat begrijpt.

Koffiezetten dan maar. GRRRRRR! Koffie op. Buuv? Hellup! Gelukkig is de buurvrouw mijn reddende engel en even later zit ik aan mijn broodnodige koffie-infuus.

Ik ben nog steeds van slag door de nare droom en besluit mijn zaterdagklusjes maar uit te stellen.

Ik ga met Tango in het bos lopen. Lekker de kop leegmaken en Tango laten rennen. De klusjes blijven wel liggen, helaas.

“Tango, pak je riem, we gaan naar het bos” zeg ik en vrolijk springend haalt Tango zijn riem.

Eenmaal buiten twijfel ik even of ik de auto zal nemen, want het is toch zo’n 20 minuten lopen naar het bos. Nee, ik ben sportief, we gaan lopen. Onderweg duwt Tango steeds zijn natte neus tegen mijn hand, want hij begrijpt het woord bos en heeft er zin in, al begrijpt hij niet helemaal waar hij dit nu aan verdiend heeft.
Het is ook alweer een tijdje geleden, bedenk ik me terwijl een licht schuldgevoel me bekruipt. Bij het bos aangekomen wordt Tango helemaal wild en laat ik hem los zodat hij lekker kan rennen. Zoals altijd verdwijnt hij meteen uit mijn blikveld en duikt steeds onverwacht voor me op, terwijl ik de ronde loop. Ken dit spelletje van hem dus ik maak me niet druk dat hij wegloopt.

Als we aan de andere kant van het bos zijn, hoor ik ineens een zacht, klagend mauwen. Na een tijdje zoeken zie ik een doodsbange, vrij jonge kat in de boom zitten. Niet al te hoog, maar de kat durft duidelijk niet naar beneden te komen. Ik roep Tango bij me en doe hem aan de riem, loop een eindje weg en bind Tango aan een boom.
Daarna ga ik terug naar het katje in de hoop dat deze nu wel naar beneden durft te komen. Maar nee, nog steeds niet. Ik aarzel, wat moet ik doen? Zelf de boom in klimmen is geen optie. Mijn hoogtevrees heeft mij vaker in de problemen gebracht. En om nu samen met een bange kat vast te zitten in een boom, terwijl Tango een eind verder aan een boom zit gebonden lijkt me nu ook niet de oplossing.

Natuurlijk heb ik mijn mobiel niet bij me, dat is altijd zo als je zo’n ding nodig hebt. De wet van Murphy. In de verte hoor ik mensen aan komen en loop ze tegemoet om ze om hulp te vragen. Maar niemand die bereid is te helpen. “Die stomme kat moet zichzelf maar redden” en “ik laat mijn armen niet openhalen door zo’n beest” en zelfs “als je verstandig bent loop je zelf ook door”. Dit waren de volwassenen, geen jeugd.

Nog steeds niet wetend wat ik moest doen, loop ik eerst weer naar Tango. Als ik bijna bij hem ben zie ik dat er 2 opgeschoten jongens van ongeveer 16 jaar bij hem staan. Ze hadden Tango losgemaakt en reageren opgelucht als ik zeg dat het mijn hond is. “We zagen hem vanuit onze hangplek en dachten dat hij was achtergelaten” is hun verklaring. Ik leg de jongens uit wat er aan de hand is. Een blijft achter bij Tango en de ander loopt met mij mee.

“Och, wat een bang krummeltje” zegt hij en zonder zich te bedenken klimt hij in de boom en pakt de kat. “Niet alleen bang, ook mager”, zegt hij tegen me, terwijl hij naar beneden klimt. “Ik hou hem”, zegt hij als hij op de grond staat. “Ik zeur al een hele tijd bij mijn moeder om een kat, maar het mag niet. Tegen zo’n koppie kan ze vast geen nee zeggen”. Ik leg hem uit dat dit niet zomaar kan en dat we eerst moeten kijken of hij een eigenaar heeft.

Het katje heeft een penning om waar een telefoonnummer op staat. De jongens bellen en wat blijkt? De kat is al sinds oud en nieuw vermist en komt uit een dorp ca. 7 kilometer verderop. De vrouw is door het dolle heen als de jongens haar zeggen de kat te komen brengen. “Ik heb mijn scooter bij me”, dus wij brengen hem wel. Ik bied nog aan om met mijn auto (en kattentransportbak) te gaan, maar ze zeggen me geen zorgen te maken en dat het te ver lopen is naar mijn huis. “Tegen die tijd zijn we al lang en breed bij die mevrouw, ze was zo blij, we laten haar niet wachten”. Voordat ze weggaan vragen ze mijn adres en telefoonnummer, omdat die mevrouw dat vast wil weten.

Ik loop met Tango terug naar huis en laat onderwijl de situatie bezinken. De jeugd van tegenwoordig, die zoveel ellende veroorzaakt? Er zijn dus nog steeds ook goede jongeren. Het waren de volwassenen die de kat en mij lieten stikken!

Als ik een tijdje thuis ben, staan de jongens voor mijn deur. Ze hadden honderd euro beloning gekregen en vonden dat ik er in moest delen, omdat ik de kat had gevonden. Ik weiger, maar vraag ze wel even binnen, ben benieuwd hoe de hereniging was.

Als ze gaan zitten gebeurt er iets bijzonders. Cash, die normaal wel een beetje de mens uit de boom kijkt, springt meteen bij een van de jongens op schoot en vleit zich tegen hem aan.

“Het zit er zeker ook niet in dat ik deze kat mag hebben?” vraagt hij een beetje sip, “ik wil zo graag een kat!” Als ik hierop nee zegt, lacht hij, natuurlijk niet. Maar wil jij misschien mijn moeder overhalen? En voor ik wat kan zeggen, belt hij zijn moeder en geeft mij de telefoon. Ik vertel zijn moeder over de goede daad van haar zoon en de opmerkelijke reactie van mijn Cash. Ik denk er nog over na, zegt ze me.

Als de jongens weg zijn gaat mijn telefoon. Het is de eigenares van de kat, die me in tranen bedankt. Ze had de hoop al bijna opgegeven! En is dolgelukkig dat haar kleine Timo weer terug is.

Een uurtje later staat een van de jongens weer voor mijn deur. Als ik opendoe vliegt hij me om de hals. “Ik mag een kat van mijn moeder, eindelijk!”, schreeuwt hij in mijn oor.

En de zaterdagklusjes? Daar is helemaal niets van terecht gekomen.

Groetjes van Kaatje.

Februari 2011

3 gedachten over “Wat een dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.