De straatkat en kerst

Ik loop door de verlaten stad heen, overal versierde kerstbomen en als ik door de ramen van de huizen kijk zie ik allemaal vrolijk etende mensen met huisdieren. Ik bedenk me opeens dat huisdieren eigenlijk ook bij het gezin horen… Iets waar ik als straatkat eigenlijk nooit over heb nagedacht. Waarom zou ik ook? Ik leef al jaren op straat, zonder dat er ooit iemand naar me omkijkt. Af en toe een boze blik, zo van: bah, alweer zo’n vieze zwerfkat… Waarom kan ik nou nooit ergens bijhoren?
Ik stop bij een huis, ik weet niet waarom, maar iets, misschien de sfeer, trekt mij aan. Ik blijf kijken naar de drie kinderen die lekker zitten te genieten van het eten, en de ouders die weer van hun kinderen genieten.
Plotseling springt vader op en ziet er woedend uit. Hij gooit met een vaas naar zijn vrouw, twee kinderen beginnen te huilen en het andere kind zit vol verbijstering toe te kijken. Moeder ligt op de grond, vader heeft haar net neergeslagen met een vaas. Ik ren snel naar het raam om het nog beter te kunnen zien en te kunnen verstaan wat vader schreeuwt. Vader stampt woedend de trap op en slaat een deur dicht. De drie kinderen huilen. Moeder ligt half bewusteloos op de grond. Als ze weer een beetje bijkomt schrikt ze op van het huilen van haar kinderen. Ze probeert op te staan, maar valt vervolgens weer op de grond.
Ze probeert de kinderen rustig te krijgen door tegen hen te praten. Als zij gestopt zijn met huilen, probeert moeder weer op te staan. Ze kijkt in de spiegel en ziet op haar hoofd een grote wond, ze schrikt ervan. In de spiegel ziet ze mij staan. Ze loopt naar het raam en bekijkt mij beter. Dan opent ze de deur en begint tegen mij te praten, voor het eerst geeft iemand aandacht aan mij. Het voelt fijn en warm. Terwijl ze praat aait ze mij. Ze vertelt dat haar man erg veel drinkt en af en toe van die buien heeft… Ze vraagt me waarom ik buiten ben, en niet lekker binnen. Ik wil haar dolgraag vertellen dat ik geen thuis heb en dat ik hier al jaren naar op zoek ben. Het lijkt alsof ze mijn gedachten kan lezen want ze pakt me op en neemt me mee naar binnen.

Ondanks de ruzie van net hangt er een geweldige sfeer binnen. Misschien komt het door de aandacht van de kinderen en de moeder, misschien door de kaarsjes… Als ik lekker begin te eten komt de hond binnen. Wat ik wel geleerd heb van op straat leven is lak te hebben aan een hond. Dus ik eet gewoon door. Als ik klaar ben met eten kijk ik moeder dankbaar aan en zij knuffelt mij nog een keertje. Dan lijkt het mij tijd om weer te gaan. Ik hoor hier nu eenmaal niet thuis. Ik ga bij de deur staan en moeder opent voor mij de deur. Ze aait mij nog een keer over mijn kopje en dan loop ik naar buiten.
Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Ik heb een vrouw geholpen door haar te troosten, door te knuffelen met haar en ik heb een keer de warmte van een gezin gevoeld. Als ik verder loop maakt mij de sneeuw en de kou niets meer uit, ik ben immers warm van binnen. Het voelt alsof er in mij een kaars is aangestoken, een kaars die nooit meer uit zal gaan.
Esther Vermeulen

 

    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.