Katten vormen geen gevaar voor de mentale gezondheid

Een Brits onderzoek (2016) naar de link tussen katbezit en psychische stoornissen biedt geruststellende resultaten voor kateigenaren; er lijkt geen extra risico te zijn op schizofrenie, obsessief-compulsieve stoornis en andere geestesziekten. Het onderzoek spreekt voormalige overtuigingen over het risico van katbezit op de mentale gezondheid tegen.

“De boodschap is duidelijk, er is geen bewijs dat katten een risico voor de mentale gezondheid van kinderen vormen” volgens dr. Francesca Solmi van het University College London. Ze deed samen met haar collega’s onderzoek naar de infectieuze parasiet die in kattenpoep voorkomt. Deze parasiet, genaamd Toxoplasme gondii, wordt in verband gebracht met verschillende hersenziektes als schizofrenie, OCD, ADHD en Parkinson.

Onderzoek naar katbezit en mentale gezondheid

Voor het onderzoek werden ongeveer 5000 kinderen gevolgd uit begin jaren 90 van de vorige eeuw, en werd vastgesteld of er tijdens de zwangerschap of na de geboorte een kat in het huishouden was. Om er zo achter te komen of contact met katten bij kinderen voor een verhoogd risico op psychische stoornissen zorgt. Dit bleek niet het geval. “Eerdere onderzoeken die de link legden tussen katbezit en psychose faalden om andere verklaringen voor de hersenziektes adequaat te controleren,” verklaarde Solmi.

Toch moeten zwangere vrouwen wel oppassen bij het verzorgen van katten. Er is overtuigend bewijs dat blootstelling aan Toxoplasme gondii bij aankomende moeders voor ernstige geboorteafwijkingen en andere gezondheidsproblemen van het kind kan zorgen. Een collega-onderzoeker van Solmi, dr. James Kirkbride adviseert zwangere vrouwen dan ook om geen kattenbakken te verschonen, om het risico op infectie te voorkomen.

Bron: Psychological Medicine; https://www.mijngezondheidsgids.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *