kat bij dementie
Meer dan de helft van katten ouder dan vijftien jaar is dement. En vaak begint hun brein al eerder te haperen.

Nu katten steeds ouder worden, door betere voeding en verzorging, komen er ook meer demente seniorpoezen. Schotse en Amerikaanse dierenartsen probeerden het objectief vast te stellen: 28 procent van de katten tussen 11 en 14 jaar vertoont gedrag dat bewijst dat het brein een beetje begint te ontsporen. En meer dan de helft van de katten ouder dan 15, is van boven duidelijk de weg kwijt.

Of je aan een kat daarmee de ziekte van Alzheimer moet toeschrijven, is niet gemakkelijk te zeggen. Dat illustreren de dierenartsen binnenkort met een studie, in Journal of Small Animal Practice, naar gedrags- en hersenveranderingen. Er blijkt van alles met katachtige grijsaards aan de hand, maar duidt het maar eens.

Neem onze eigen Pien, inmiddels 20,5 jaar oud. Het dier had de afgelopen jaren vaak geen rust meer in haar kont, al is de onrust door de slapte van haar lijf gesleten. Maar ze zoekt nog altijd een nieuwe slaapplaats, vergeet dat ze gegeten heeft, krijgt dus honger van eten, wast zich niet goed meer, of is te vettig. En: ze jankt al jaren als…, ja als een eenzame wolf die stokslagen krijgt.

Lief dier hoor! Ze vertoont vergelijkbare uitglijders in gedrag die de dierenartsen schetsen na uitgebreide fysieke en psychische studie van 154 katten tussen 11 en 21 jaar. Hun gedragingen waaierden vaak naar extremen uit: sommige oudjes verstijven in apathie, waar andere agressief levendig worden. Sommige missen alle trek, andere katten raken onverzadigbaar.

De dierenartsen rekenen voor dat dementie onder bejaarde katten van 15 even vaak voorkomt als bij mensen van 85. Een kat van 15 is in mensenleeftijd ongeveer 85 jaar (zie: de oude kat); een hond zit dan op ongeveer op 13,5 jaar.

Daar gaat de suggestie achter schuil dat mens, kat en hond eenzelfde cerebrale pad volgen, op weg naar allerlei cognitieve stoornissen. Krijgen alle zoogdieren dezelfde aankoeksels in de hersenen? Ja en nee. Van honden is het eerder onderzocht, bij katten nu ook. Er hopen zich dezelfde eiwitten op als in het oude-mensenbrein, al vertoont de hond iets meer gelijkenis met de mens dan de kat. Katten hebben mogelijk vaker last van een stagnerende bloedtoevoer naar de hersenen en daardoor terugkerend zuurstoftekort. Maar in grote lijnen lijkt de teloorgang van hersenweefsel en verbindingen tussen zenuwcellen vergelijkbaar, bij mens, kat, schaap, geit en beer. Het is alleen de vraag welke averij tot welke ontsporing leidt. Van welke eiwitstolsels ging Pien onbedaarlijk klagen?

En wat doe je eraan? Het schaarse onderzoek beveelt een gezond dieet aan, goede zorg, rijke omgeving, veel liefde en aandacht. Maar de dokter van Pien zei juist: “Laat dat beest vooral”. En dat moet je zeker doen bij katten, concluderen de dierenartsen ook.  Een kat raakt eerder van de wijs van nieuwigheden. Ze kruipt meer weg en kan onzindelijk worden. Gun haar een kleine, constante ruimte. Eén kamertje kan voor een vermoeide poezengeest juist welkom zijn: bij ons is dat al enige tijd een donkere douche.

Zie ook: Homeopathie, dementie bij katten.

Bron: Trouw 16-8-2007, Martin van der Laan

Naar Landelijk honden informatiecentrum Naar Maxaro-badkamer-tegels Naar De kattenspeelgoed specialist
Naar Medpets.nl - katten Naar Nova Scotia Duck Tolling Retriever Naar Norton
Naar Krabmeubelen.nl
   

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.