Noorse boskat
Korte omschrijving
HERKOMST. De Noorse Boskat komt al in de Noorse mythologie en Scandinavische sprookjes voor. Het is een oud ras, dat al sedert de 16e eeuw in de Noorse wouden leeft. De oorspronkelijke rasnaam is Norsk Skogkatt. Stamt hij af van Angora’s (die door handelaars en reizigers werden meegenomen naar het noorden) en plaatselijke kortharen? Dat zal wel een geheim blijven. Pas in 1977 werd de Noorse Boskat officieel erkend. Hij werd al snel ook buiten de Scandinavische landen populair.
VACHT. Halflang, wollige ondervacht, waterdichte bovenvacht; met een volle kraag over de schouders. Nogal gemakkelijke vacht. 1 keer per week kammen buiten verhaarperiode.
KLEUR. Alle ‘natuurlijke’ kleuren zijn erkend. Ze komen echter ook voor als niet overal erkende kleuren amber en light amber.
GEDRAG. Redelijk vriendelijk. Goed met kinderen.
OVERIG. De lange haren op de dijen heten ‘knickerbockers’.

De woorden die je niet kent, zijn bijna altijd terug te vinden in de Woordenlijst. Opent in een nieuwe tab.


Een korte uitleg over het gebruik van de volgende woorden bij GEDRAG:
redelijk, nogal, erg.
Redelijk betekent in dit geval: gemiddeld.
Bijvoorbeeld: Redelijk met kinderen wil zeggen dat de kat geen problemen geeft met kinderen, maar dat je toch wel moet uitkijken met kinderen.
Nogal rustig wil dus zeggen dat de kat meer dan gemiddeld rustig is.
Erg onafhankelijk spreekt voor zichzelf.
Erfelijke aandoeningen
Noorse boskatten lijden relatief vaak aan hartfalen, waar zij plotseling van kunnen sterven. Ook komen er ernstige stofwisselingsziektes voor bij de Noorse boskat.
Hartfalen door HCM
Bij de Noorse boskat komt HCM (hypertrofische cardiomyopathie) voor, een ernstige hartziekte. In het begin blijft de ziekte vaak onopgemerkt, omdat een kat met HCM alleen wat vaker slaapt dan een gezonde kat. Maar in een later stadium kan de ziekte leiden tot een verminderd uithoudingsvermogen, benauwdheid, verlamming van de achterpoten en plotselinge sterfte. Genezing is niet mogelijk en de behandeling is lastig en levenslang.
Dodelijke stofwisselingsziektes
Er zijn twee stofwisselingsziektes die voorkomen bij de Noorse boskat. Glycogeenstapelingsziekte is een stofwisselingsziekte waarbij suikers uit het bloed niet goed in het lichaam worden opgeslagen. Omdat hierdoor uiteindelijk alle organen stoppen met werken, zal de kat ernstig ziek worden en sterven. Er is geen behandeling en genezing is onmogelijk.
De andere stofwisselingsziekte is pyruvaatkinase deficiëntie. Pyruvaatkinase is een enzym wat zorgt voor energieproductie in de rode bloedcellen. Bij deze ziekte is dit enzym afwezig, waardoor de rode bloedcellen sneller dan normaal worden afgebroken. Dit leidt tot bloedarmoede. De kat is snel moe, heeft bleke en soms gele slijmvliezen en een slecht uithoudingsvermogen. Er is geen behandeling mogelijk, en hoewel de kat wel volwassen kan worden, zal de ziekte uiteindelijk leiden tot de dood.
Pijnlijke gewrichten
Door hun grootte komen pijnlijke heup- en knieaandoeningen voor. Bij heupdysplasie past de heupkop niet goed in de heupkom, waardoor het bewegen van het gewricht erg pijnlijk is. Bij patella luxatie zit de knieschijf los, wat tot slijtage leidt en ook erg pijnlijk is. Beide aandoeningen zijn alleen te behandelen met dure operaties, maar de slijtage die er al is zal niet helemaal weg te nemen zijn en daarbij is het herstel vaak lang en ongemakkelijk.
Bron van bovengenoemde erfelijke aandoeningen is: https://www.dierenrecht.nl/raskatten/
Uitgebreide beschrijving
De meesten zullen bij het horen van de naam “Noorse Boskat” wel een beeld voor ogen hebben van het betreffende ras. Intussen zijn Noorse Boskatten immers op bijna elke show in Nederland in een veelvoud aan kleuren aanwezig, en tref je de Boskat over de hele wereld aan; van Australië tot Brazilië en van de Verenigde Staten tot Saudi Arabië en Japan.

Begin van deze eeuw had hier in Nederland echter nog bijna niemand van de Noorse Boskat gehoord. Onafhankelijke Boskat-eigenaren van het eerste uur moesten zelf een rasstandaard meebrengen naar de shows die zij met hun katten bezochten, want de keurmeesters waren destijds niet op de hoogte van de eisen waaraan het ras moest voldoen.
Intussen was men in Noorwegen al ruim 10 jaar bezig om Noorse Boskatten volgens een rasstandaard te fokken en in 1977 werd het ras officieel erkend binnen de FIFé. Vóór de erkenning waren er al enkele Noorse Boskatten in Nederland, maar bij gebrek aan officiële status en stamboom – deze katten hadden afstammingsbewijzen – kregen de eigenaren ook geen stambomen voor de nestjes die zij fokten. Pas in 1979 kwam het eerste “officiële” Boskatje naar Nederland in de vorm van Mjavo Salicath. In de jaren erna druppelden de importen mondjesmaat binnen, maar tegen het eind van de jaren ’80 van de vorige eeuw was de Noorse Boskat al geen vreemdeling meer op shows.
Het is niet verbazend dat het ras inmiddels zoveel mensen aanspreekt; je hebt dan immers een kat door je huis lopen die er uit ziet als een wild dier, maar wel een zachtaardig karakter heeft. Niet alleen het uiterlijk, maar het hele ras op zich is “oerig”. De Boskat is immers een natuurras, wat wil zeggen dat het ras ontstaan is in de vrije natuur zonder inmenging van de mens. Pas nadat dit ras al honderden jaren bestond, besloten mensen er mee te gaan fokken.
Fokken betekent natuurlijk selecteren, je kiest de katten uit die het best voldoen aan een door mensen opgestelde lijst met kenmerken – de rasstandaard. Het is dan ook niet verbazend dat de Noorse Boskat die wij nu van shows kennen, er niet meer zo uit ziet als de katten waarmee men in Noorwegen in de jaren ’70 van de vorige eeuw begon te fokken. Een rasstandaard is natuurlijk wel redelijk specifiek, maar laat nog genoeg ruimte voor interpretatie over. Dat is waarschijnlijk maar goed ook, want zo verandert de Noor niet in een “eenheidsworst” en is er nog genoeg ruimte voor de smaak van fokkers en eigenaars.
Niet alleen qua type, ook qua kleur is er keuze genoeg binnen het ras, sinds een aantal jaren nog aangevuld met de “x-kleuren”. Cinnamon, Fawn, Golden? Of nog iets heel anders? Het onderzoek naar de exacte kleur en de discussie over de herkomst ervan zal fokkers nog lang genoeg bezighouden.
Nog een discussiepunt was rond 2000 de vraag of men de zgn. noviceklasse weer open moest stellen. In Noorwegen komen Noorse Boskatten nog steeds in het wild en op boerderijen voor, maar sinds 1990 is in Noorwegen de noviceklasse gesloten, wat inhoudt dat Boskatten waarvan een of beide ouders “van de boerderij” of uit het wild komen – en dus geen stamboom hebben – niet meer tot het stamboek worden toegelaten. Tien jaar na het sluiten van deze klasse wilde men kijken of het nuttig en wenselijk was om gebruik te maken van vers bloed, maar er is besloten de klasse gesloten te laten, omdat men de genetische diversiteit groot genoeg vond en niet het risico wilde nemen via novices ziektes of eventueel genetisch materiaal van andere rassen binnen te halen.
Hoewel de naam Noorse Boskat een wilde kat doet vermoeden, gaat het hier toch echt om gedomesticeerde katten. Het karakter van een Boskat is wel een stuk levendiger dan dat van veel andere rassen; zo klimmen ze erg graag, en bij gebrek aan een flinke stevige klimpaal in huis gaan ze al snel naar alternatieven zoeken. Ook blijven Boskatten tot op hoge leeftijd speels en actief. Deze katten zijn graag buiten, maar hebben genoeg aan een buitenren waarin ze kunnen klimmen, spelen en lekker om zich heen kunnen kijken. Ook met regenweer zal een Boskat zich er niet van laten weerhouden naar buiten te gaan; de bijzondere dubbele vacht met de waterafstotende halflange bovenharen zorgt er voor dat de kat niet doornat wordt en zich dus over het algemeen weinig van regen aantrekt.
Een Boskat mag dan, net als andere rassen, officieel met 10 maanden volwassen zijn, maar uitgegroeid zijn deze katten vaak pas met een jaar of 5. De Boskatten die je op shows ziet geven dan ook een enigszins vertekend beeld van het ras; de meeste katten zijn immers ruim voor hun 5e jaar klaar met hun showcarrière, waardoor er relatief weinig volgroeide katten van dit ras op shows te zien zijn.
Voor wie zich voor dit prachtige ras interesseert en/of voor wie al de nederige dienaar van een of meer Boskatten is, is er nu een schitterend en informatief blad, simpelweg genaamd “Boskatblad”. Het wordt uitgegeven door de “Stichting Vrienden van de Noorse Boskat”, opgericht in maart 2004 met als doel te informeren over dit ras. Het “Boskatblad” verschijnt 4 maal per jaar en staat vol met informatieve artikelen, gezellige verhalen, medische artikelen, dekkater en kittenlijsten en prachtige foto’s, en belicht bovendien op wens van de lezers hun dekkaters, fokpoezen, kastraten en catteries. Een blad vóór de lezers en dóór de lezers dus. De Stichting biedt tevens een dekkaterservice en kittenbemiddeling, geeft boekjes uit met de meest uiteenlopende onderwerpen betreffende Noorse Boskatten en zal gezellige en informatieve middagen voor haar donateurs gaan organiseren, waaronder bijvoorbeeld een kitten-en-veteranenmiddag. Kijk voor meer informatie op het logo hieronder.
Rasstandaard Noorse Boskat
Kop
Driehoekig; alle zijden even lang. Voorhoofd licht gebogen; recht profiel zonder onderbreking. Stevige kin.
Oren
Groot; breed aan de basis. Puntige top met “lynx-pluimpjes” en lange haren uit de oren.
De plaatsing van de oren is hoog en open, zodat de buitenste rand van het oor de lijn van de kop volgt, omlaag naar de kin.
Ogen
Grote, ovale ogen, goed open en enigszins schuin geplaatst.
Alerte expressie.
Kleur: Alle kleuren zijn toegestaan.

Lichaam
Lang, stevig gebouwd. Stevige botstructuur.
Poten
Krachtig, hoog op de poten. Achterpoten hoger dan de voorpoten.
Staart
Lang en bossig. Moet minstens tot de schouderbladen reiken, maar liever tot in de nek.
Vacht
Halflang. Wollige ondervacht, bedekt met een zachte, waterafstotende bovenvacht die bestaat uit lange, stevige en gladde dekharen over de rug en de flanken. Een kat in volle vacht heeft een volle kraag, borstharen en broek.
Kleur
Alle kleuren zijn toegestaan, incl. alle kleuren met wit, behalve pointed patronen en chocolat, lilac, cinnamon en fawn. Elke hoeveelheid wit is toegestaan, bijv. witte bles, witte borst, wit medaillon, wit op de buik, wit op de poten etc.
Puntentelling
Kop 15
Oren 10
Ogen 10
Lijf en poten 25
Staart 10
Vacht 25
Conditie 5
Totaal 100






















